De informatieprofessional 3.0 moet niet bestaande dingen beter doen, hij moet betere dingen doen. Een van de essentiele vaardigheden is inhoudelijke verdieping: sleutelen aan kaders in plaats van binnen kaders te werken.
Deze Toolkit levert een bijdrage aan het leren omgaan met suïcidale patiënten in een algemeen ziekenhuis. Het gaat daarbij om herkenning, eerste opvang en begeleiding van patiënten waarbij (mogelijk) sprake is van suïcidaliteit.
Ondervoeding is een erkend zorgprobleem bij oudere ziekenhuis patiënten. De diëtist adviseert ondervoede ouderen voldoende eiwitten te consumeren tijdens en na een ziekenhuisopname. Echter consumeren ouderen onvoldoende eiwitten tijdens en na ziekenhuisopname met als gevolg fysieke beperkingen, lagere kwaliteit van leven en hogere zorgkosten. De diëtist is verantwoordelijk voor de zorg om een adequate eiwitinname te realiseren. Intensievere diëtistische zorg, bestaande uit 1) betere communicatie met verpleegkundigen, collega diëtisten, artsen en ouderen, 2) multidisciplinaire samenwerking, 3) persoonlijk behandelplan met afstemming op eetlust, kennis en vaardigheden van ouderen en 4) monitoring op de eiwitinname, is belangrijk voor het optimaliseren van de eiwitinname van ouderen. Deze adequate eiwitinname is essentieel om het fysiek functioneren te verbeteren en kan leiden tot beter herstel en kwaliteit van leven. Daarnaast kan het mobiliseren van ouderen de effecten van een adequate eiwitinname op fysiek functioneren versterken. De eerste vraag is hoe de intensievere diëtistische zorg te verbeteren om de eiwitinname van ouderen in het ziekenhuis en thuissituatie te optimaliseren en hoe dit zorgpad te implementeren in de praktijk. De tweede vraag is of de optimale eiwitinname het fysiek functioneren van ouderen tijdens en na ziekenhuisopname verbetert en of het mobiliseren van ouderen de effecten van een optimale eiwitinname op fysiek functioneren kan versterken. Dit voorstel beoogt het zorgpad intensieve diëtetiek (ZID) te ontwikkelen om de eiwitinname van ouderen te verbeteren tijdens en na ziekenhuisopname. ZID wordt ondersteund door een webapplicatie en onderzocht in een pilot studie, waarna implementatie volgt. Vervolgens toetsen we de effecten van ZID op de eiwitinname en fysiek functioneren van ouderen tijdens en na ziekenhuisopname en of mobilisatie deze effecten kan versterken in een multicenter gerandomiseerde en gecontroleerde studie. Dit voorstel beoogt de diëtetiek over de hele keten te versterken en het fysiek functioneren en kwaliteit van leven van ouderen te verbeteren.
Urineweg gerelateerde klachten behorende tot de meest voorkomende redenen voor huisartsbezoek. Ondanks een relatief eenvoudige therapie, die bestaat uit een antibioticumkuur of afwachten tot de patiënt zichzelf klaart, blijkt de behandeling van patiënten in de praktijk niet optimaal. De reden hiervoor is dat er op dit moment geen diagnostiek beschikbaar is die snel kan aantonen of een antibioticumtherapie noodzakelijk is en indien dat zo is welk antibioticum dan dient te worden voorgeschreven. Vanwege dit gebrek aan een snelle en betrouwbare diagnostiek schrijft de huidige NHG richtlijn voor urineweginfecties daarom voor dat bij een eerste consult, op basis van anamnese en een eenvoudige dipsticktest, antibioticum ‘blind’ wordt voorgeschreven, dat wil zeggen zonder dat de identiteit van de eventuele verwekker bekend is. Pas bij een eventueel derde consult wordt een microbiologisch-diagnostische test, uitgevoerd in een laboratorium, ingezet. Niet alleen kan deze aanpak, vanwege de lange doorlooptijd, zeer belastend zijn voor de patiënt en zijn of haar omgeving, maar leidt dit door het onterecht of onjuist toedienen van antibiotica tot een toename van antibioticaresistentie. Het voorliggende projectvoorstel beoogd te onderzoeken of door inzet van een nieuwe innovatieve techniek, namelijk single-cell MALDI TOF massa spectrometrie, (SC MALDI-TOF MS) het mogelijk is, de benodigde diagnostiek sneller, effectiever en dichter bij te patiënt uit te voeren. Doel is om uiteindelijk patiënten hiermee nog dezelfde dag de juiste behandeling voor te kunnen schrijven. Het hier voorgestelde onderzoek bouwt voort op een eerder RAAK-publiek project (Next-gen MALDI-TOF, 2013-15-46P) waarin de bruikbaarheid van SC MALDI-TOF MS werd getoetst voor de diagnostiek van UWI bij ziekenhuispatiënten. Het hier beschreven plan beschrijft een onderzoek naar de mogelijkheden voor implementatie van de technologie in de eerstelijnszorg.