In het project ‘GrensOverstijgend PRaktijkOpleiden’ (GoPro), zijn wij aan het experimenteren met camera’s in Mbo 2 en 3-opleidingen in de ondergrondse infratechniek. Meer dan 20 stakeholders uit deze branche waaronder verschillende Mbo’s, brancheorganisaties en een grote groep bedrijven ondersteunen het project. Hoofdfinancier is de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het project wordt gecoördineerd door de Universiteit Twente, die daarbij ondersteund wordt door de Hogeschool Utrecht, Stichting Blei en Bouwend Nederland. Graag delen we met u een aantal inzichten en ervaring die we tot nu toe opgedaan hebben, die u hopelijk helpen om zelf ook met camera’s aan de slag te gaan in uw onderwijs. Deel 2 van een artikelserie over de toepassing van GoPro-camera's in mbo-onderwijs en op leerwerkplekken. Deel 1 is verschenen in de novemberuitgave van Vakblad Profiel 2021.
LINK
In dit artikel wordt ingegaan op een krachtige leeromgeving voor gezondheidsprofessionals in opleiding van de Faculteit voor Gezondheid, Voeding & Sport van De Haagse Hogeschool. Op basis van literatuur wordt beschreven aan welke criteria een dergelijke leeromgeving moet voldoen. Vervolgens worden resultaten beschreven van een onderzoek onder studenten en docenten van de Faculteit voor Gezondheid, Voeding & Sport van De Haagse Hogeschool. Doel van dit onderzoek was om in kaart te brengen hoe studenten en docenten praktijkgericht, zelfgestuurd en interdisciplinair leren ervaren, wat deze manier van leren precies van student en docent vraagt en wat dit oplevert met betrekking tot competentie- ontwikkeling van studenten. De volgende vragen stonden centraal: • Hoe ervaren studenten en docenten dergelijke leeractiviteiten? • Wat vraagt een krachtige leeromgeving van de student en docent? • Wat levert de krachtige leeromgeving volgens hen op?
In het onderzoek staan vier vragen centraal: a. welke verschillende praktijken inzake loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB-praktijken) zijn momenteel in het vmbo en in het mbo te onderscheiden? b. welke LOB-praktijken dragen bij aan het verwerven van welk soort loopbaancompetenties van leerlingen in het vmbo en in het mbo? c. wat is de relatie tussen loopbaancompetenties enerzijds, en de vorming van een arbeidsidentiteit, de leermotivatie, de uitvalsdreiging en de kwaliteit van de loopbaankeuzes anderzijds? d. welke good practices op het gebied van LOB, die in de bestaande onderwijsorganisatie een min of meer vaste plek hebben gekregen, zijn in het vmbo en mbo te ontdekken?
MULTIFILE
Het aanleren en verbeteren van bewegingen is essentieel voor mensen in de revalidatie. Mensen met een verworven neurologische aandoening (bijvoorbeeld volwassenen na een beroerte), moeten bewegingen vaak opnieuw leren en verbeteren om weer zelfstandig te kunnen functioneren. Dit motorisch leren is een complex en multifactorieel proces. Zorgprofessionals zoals fysio- en ergotherapeuten willen graag een meer inzicht hebben in deze complexiteit zodat zij interventies (nog) meer op maat kunnen aanbieden. Dit maatwerk is nodig voor het duurzaam aanleren en verbeteren van bewegingen. Op het moment is onvoldoende duidelijk welke factoren (mogelijk) van invloed zijn. Docenten, studenten en praktijkbegeleiders (zoals Paramedisch Centrum Zuid) van de zorgopleidingen van Zuyd Hogeschool hebben samen met onderzoekers sterk behoefte aan een beter en vollediger overzicht van deze potentieel beïnvloedende factoren, dat zij in dit project samen met experts vanuit verschillende onderzoekdisciplines (Radboud Universiteit, VU Amsterdam, Universiteit Hasselt, Brunel University) willen ontwikkelen. Doelstelling van dit project is een inventarisatie van factoren die het leren van bewegingen bij mensen na beroerte in de praktijk kunnen beïnvloeden. Hiervoor zal een expertpanel een overzicht van factoren samenstellen op basis van theorie en onderzoeksresultaten. Vervolgens worden de geïdentificeerde factoren door zorgprofessionals (binnen het Kennisnetwerk CVA Nederland) beoordeeld op herkenbaarheid (praktische relevantie) en haalbaarheid (praktisch meetbaar) voor de dagelijkse praktijk. Het resultaat van dit project is een overzicht van factoren die (in theorie en praktijk) het aanleren en verbeteren van bewegingen na een beroerte kunnen beïnvloeden. Deze inventarisatie is een eerste stap om de haalbaarheid van een dynamisch model voor motorisch leren na een beroerte voor de praktijk te verkennen. Zowel zorgprofessionals als ook de betrokkenen kennisinstellingen zullen dan ook belangrijke gebruikers van het resultaat zijn.
Agressie is een groot probleem in de zorg. Onderzoek van TNO wees uit dat de helft van het personeel in de verpleging te maken heeft met agressie. Het is een belangrijke oorzaak van verzuim onder zorgprofessionals. Door professionals in de zorg wordt een situatie waarin een cliënt agressief gedrag vertoont als stressvol ervaren. De zorgverlener schrikt van het gedrag van de cliënt, kan te maken krijgen met zijn eigen, soms heftige, emoties en dit zit het effectief en persoonsgericht handelen op dat moment in de weg. Zorginstellingen zijn op zoek naar methoden waarmee ze hun professionals beter kunnen voorbereiden (trainen) op omgaan met agressief gedrag. Zorgopleidingen bereiden hun studenten weliswaar voor op dit soort situaties door ze te beschrijven, filmpjes te laten zien of soms te oefenen met trainingsacteurs, maar studenten geven aan dat deze ervaringen niet realistisch zijn, en daarom niet de gewenste beleving en emotie opwekken, hetgeen wel essentieel is in het leerproces. Virtual Reality biedt de mogelijkheid om een fictieve situatie te beleven alsof je er echt bij bent en kan daarom een goed hulpmiddel zijn om (aankomend) professionals te leren om te gaan met stressvolle situaties, zoals een agressieve cliënt. Binnen Fontys is een eerste prototype van een VR toepassing ontwikkeld waarin de gebruiker in de rol van een zorgverlener te maken krijgt met een cliënt die verbaal agressief geweld vertoont. Het doel van dit project is het ruwe VR-prototype te ontwikkelen tot een versie die gebruikt kan worden voor evaluatiedoeleinden, uit te voeren met studenten van Fontys zorgopleidingen en startende zorgprofessionals van GGzE.
Hoe kunnen eerstelijns fysiotherapie-organisaties kwaliteit leveren én financieel gezond blijven? In dit project onderzoeken we welke factoren een rol spelen bij het streven naar zogenaamde ‘healthcare value’ voor fysiotherapie-organisaties.Doel Met dit onderzoek willen we vaststellen welke factoren een rol spelen bij healthcare value voor eerstelijns fysiotherapieorganisaties in Nederland. Hiermee voldoen we aan de behoefte aan onderzoek en onderwijs over verantwoorde - en transparante zorg inclusief ondernemen binnen de gezondheidszorg. De inzichten uit dit onderzoek stellen managers van fysiotherapie-organisaties in staat hun organisatie aan te passen aan de snel veranderende gezondheidszorgmarkt. Ze weten hoe om te gaan met de veranderende behoeftes van patiënten, burgers en belanghebbenden. Daarnaast kunnen ze zich aanpassen aan het toenemen van de financiële druk en kwaliteitsdruk op de organisatie. Resultaten Dit onderzoek loopt nog. Na afronding vind je hier een samenvatting van de resultaten. De uitkomsten zullen in ieder geval worden opgenomen in de volgende onderwijsprogramma’s: Onderwijs ondernemende zorgprofessional voor werkende zorgprofessionals (waaronder fysiotherapeuten) Afstudeerprojecten binnen de bachelor fysiotherapie Onderwijseenheden binnen de master fysiotherapie Lange termijnstrategie Casco HU gezondheidszorgopleidingen Business community voor beweegzorgondernemers Looptijd 01 februari 2017 - 01 augustus 2023 Aanpak Naast uitgebreid literatuuronderzoek interviewen we eigenaren van fysiotherapiepraktijken. Daarnaast volgen we een eerstelijns fysiotherapie-organisatie een jaar lang intensief. Uiteindelijk nemen we enquetes af bij eerstelijns fysiotherapieorganisaties in Nederland.