Het Nederlandse hoger en beroepsonderwijs ervaart een sterke groei in het aanbod van ondernemerschapsonderwijs, van specifieke trainingen voor startups tot breder ondernemerschapsonderwijs gericht op het ontwikkelen van een ondernemende houding en ondernemende vaardigheden. Tegelijkertijd evolueert challenge-based onderwijs, waar studenten werken aan projecten met externe organisaties, vaak gericht op maatschappelijke vraagstukken, en dit draagt bij aan ondernemende vaardigheden. Momenteel bestaat er echter weinig expliciete verbinding tussen deze onderwijsvormen en er wordt relatief weinig samengewerkt met het mkb.Hoewel het mkb het grootste deel van de bedrijvenpopulatie betreft, is er relatief weinig aandacht voor het mkb in het onderwijs. Veel docenten missen kennis over het mkb en twijfelen aan de beschikbare begeleidingscapaciteit binnen het mkb. Uit de analyse van diverse programma’s en initiatieven blijkt dat er een gapende kloof bestaat tussen het onderwijsaanbod en de daadwerkelijke behoeften van het mkb. Dit verschijnsel wordt versterkt door een gebrek aan coördinatie en zichtbaarheid van het beschikbare aanbod, waardoor het voor mkb-ondernemers een uitdaging wordt om passende ondersteuning te vinden. De onderlinge samenwerking tussen onderwijsinstellingen en het mkb wordt verder bemoeilijkt door de versnippering van het landschap van ondersteuningsprogramma's, een gebrek aan bekendheid met deze programma's bij docenten, en de complexiteit van het onderwijsorganisaties.Het onderzoek onderstreept de noodzaak van een geïntegreerde aanpak om de kloof tussen onderwijsinstellingen en het mkb te dichten. Een centraal kennisknooppunt zou kunnen dienen als brug tussen deze twee werelden, door het aanbod te consolideren en zowel ondernemers als onderwijsinstellingen te ondersteunen in het vinden van de juiste samenwerkingspartners. Dit vereist een gezamenlijke inspanning van onderwijsinstellingen, het mkb, en overheidsinstanties om de samenwerking te stroomlijnen en te versterken, met als uiteindelijk doel het bevorderen van innovatie en economische groei.In dit licht worden diverse vervolgstappen voorgesteld, waaronder het ontwikkelen van een duurzaam financieringsmodel voor het kennisknooppunt, het vergroten van de zichtbaarheid van het aanbod voor het mkb, en het stimuleren van een cultuur van samenwerking binnen onderwijsinstellingen. Dit omvat tevens het aanpakken van structurele belemmeringen die effectieve samenwerking in de weg staan, zoals de verkokering binnen onderwijsinstellingen en het ontbreken van een gecoördineerde aanpak voor ondernemerschapsonderwijs.De inzichten uit dit onderzoek vormen een belangrijke stap naar het realiseren van een onderwijslandschap dat beter is afgestemd op de behoeften van het mkb, en daarmee op de bredere maatschappelijke en economische uitdagingen waar Nederland voor staat. Het benadrukt de cruciale rol die ondernemerschapsonderwijs speelt in het stimuleren van innovatie en het voorbereiden van studenten op een dynamische arbeidsmarkt en daarmee het maatschappelijk verdienvermogen te versterken.
DOCUMENT
Representatie en inclusie zijn belangrijke aspecten van burgerberaden en sleutelbegrippen als het gaat om de legitimiteit van de uitkomsten van het burgerberaad (Brenninkmeijer, 2021; OECD, 2020). Professionals die zich bezighouden met de organisatie van een burgerberaad zetten zich in om een diverse groep deelnemers en een zo goed mogelijke afspiegeling van de samenleving te bewerkstelligen. Zij doen dit bijvoorbeeld door gewogen vormen van loting toe te passen met als doel ondervertegenwoordigde bewoners te betrekken (Van Bochove, 2025). Maar wanneer je deze diverse groep bij elkaar hebt, hoe zorg je er dan voor dat iedereen gelijkwaardig kan deelnemen, en iedereen zich gehoord voelt? Hoe zorg je voor inclusie? In deze longread bespreken we hoe verschillende betrokkenen – in het bijzonder de deelnemers – inclusie tijdens burgerberaden ervaren. Bij inclusiviteit in participatie gaat het om de mate waarin alle relevante sociale groepen een gelijke kans krijgen om mee te doen en gehoord te worden tijdens de gesprekken (Jacobs in SCP, 2023). We richten ons hierbij specifiek op het vraagstuk van meertaligheid. Wat kunnen we van deze ervaringen leren voor toekomstige burgerberaden en andere vormen van burgerparticipatie?
MULTIFILE
Veelgenoemde doelstellingen van burgerberaden zijn het dichten van de kloof tussen overheid en burger, bijdragen aan vertrouwen in de overheid, kennis en ervaring ophalen uit de samenleving en het genereren van nieuwe ideeën. Burgerberaden hebben de potentie om bovenstaande doelstellingen te realiseren, maar een sterke verbinding met de brede samenleving is dan een noodzakelijke voorwaarde. In de praktijk van burgerberaden blijkt het betrekken van de brede samenleving echter vaak een onderbelicht element. In deze blog bespreken we de eerste resultaten uit het deelonderzoek van het onderzoeksproject Duurzame Burgerberaden naar de wijze waarop burgerberaden (het mini-publiek) verbinding maken met de brede samenleving (het maxi-publiek) en lichten we enkele elementen uit die bij deze verbinding van belang zijn. Hierbij richten we ons op burgerberaden die worden georganiseerd rondom klimaat- en duurzaamheidsbeleid.
LINK
Een burgerberaad dat in verbinding staat met de brede samenleving (het maxi-publiek) kan burgers activeren, inspireren, en mee laten denken over het thema waar het beraad over gaat.Ondanks deze opbrengsten die een betrokken maxi-publiek heeft voor het burgerberaad hebben participatieprofessionals bij de opzet en uitvoering van een beraad vaak met name oog voor de uitdagingen die gepaard gaan bij het actief betrekken van het maxi-publiek.Tijdens een expertbijeenkomst (leernetwerkbijeenkomst) met participatieprofessionals over burgerberaden stonden daarom de verbinding met de brede samenleving en de ervaren uitdagingen centraal. De bijeenkomst stond in het teken van de vraag: Hoe betrek je het maxi-publiek op een effectieve en constructieve manier, en waarborg je tegelijkertijd dat deelnemers van het burgerberaad (het mini-publiek) in alle veiligheid kunnen delibereren? Daarnaast was er aandacht voor de vraag: Hoe zorg je ervoor dat verschillende groepen uit het maxi-publiek reageren op een uitvraag, en is het erg als dit niet het geval is? In groepen gingen participatieprofessionals met elkaar in gesprek over deze twee vragen.
LINK
Voor mensen die werken in cruciale sectoren als onderwijs, zorg en politie wordt het steeds lastiger in Amsterdam een passende woning te vinden. In het basisonderwijs draagt dit bij aan groeiende personeelstekorten. De leraren- en schoolleiderstekorten in het Amsterdamse primair onderwijs zijn per 1 oktober 2023 verder opgelopen naar 18,6% (937 fte). De Amsterdamse Lerarenagenda 2023-2027 schetst een uitgebreid palet aan lopende aanpakken deze trend te keren. De lastige woonsituatie voor leraren staat centraal in dit onderzoek getiteld ‘Voorbij het lerarentekort. Wonen en werken in een ongelijke stad’ In dit magazine, dat zowel als regulier als als digitaal magazine te lezen is, presenteren we de uitkomsten van kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar woonsituatie van Amsterdamse basisschoolleraren.
MULTIFILE
Het onderzoek binnen de Werkplaats Onderwijsonderzoek PO Amsterdam (WOA) is geen doel op zich. Het heeft tot doel om bij te dragen aan ‘het best mogelijke onderwijs’ voor leerlingen. Deze focus op de verbetering van de onderwijspraktijk maakt het onderzoek tot ‘praktijkonderzoek'. Die praktijk kan overigens zowel betrekking hebben op de praktijk van scholen als op de praktijk van de lerarenopleiding.
MULTIFILE
Onder doorwerking verstaan wij het proces waarbij de gemeente of provincie de adviezen en aanbevelingen van deelnemers aan een burgerberaad omzet in concrete acties, integreert in bestaand beleid of bestaand beleid verandert. Tijdens deze bijeenkomst bespraken we met de deelnemers twee dilemma's die van invloed zijn op die doorwerking van adviezen. De dilemma’s maken onderdeel uit van de Burgerberadentool die momenteel ontwikkeld wordt. In de tool zijn acht dilemma's over doorwerking opgenomen.
LINK
In Zuidoost ervaren bewoners vaker wantrouwen richting instanties en ongelijke benadering vanuit instanties zoals de overheid (gemeente), corporaties en politie, in vergelijking tot de rest van Amsterdam (Masterplan Zuidoost, 2020). Dit wordt deels veroorzaakt door discriminatie en andere vormen van ervaren ongelijkheid. In het stadsdeel ervaren bewoners vaker dan de gemiddelde Amsterdammer dat ze gediscrimineerd worden, bijvoorbeeld op de werkvloer, bij sollicitaties of door de politie (Masterplan Zuidoost, 2020). Het vertrouwen van bewoners in (overheids)instanties is belangrijk, omdat dit ervoor kan zorgen dat burgers minder ongelijkheid ervaren, meer betrokkenheid tonen en meer gaan meedoen in de maatschappij (Kloosterman en Schmeets, 2010). Ook zullen ze vaker bereid zijn om samen te werken met (overheids)instanties en/of die te gehoorzamen (Gau, Corsaro, Stewart en Brunson, 2012). Daarnaast is aannemelijk dat bewoners eerder geneigd zijn om hulp te vragen en hulp te krijgen wanneer dit nodig is. Zo komt uit onderzoek dat burgers eerder gebruikmaken van hulpverlening wanneer zij vertrouwen hebben in deze hulpverlening (Bellaart, Day en Hamdi, 2017; Sproet en Wieringen, 2011). Voor een stabiele samenleving waarbij er gelijke kansen zijn voor iedereen, is het dus belangrijk dat er een goede relatie is tussen burgers en (overheids)instanties. In Amsterdam Zuidoost zet Voetballen voor Veiligheid / Be Good 4 Your Hood zich in om de afstand tussen bewoners en (overheids)instanties (zoals de politie, boa’s en hulpverleners) te verkleinen, en daarmee het onderlinge vertrouwen te vergroten. De organisatie doet dit door beide groepen met elkaar in contact te brengen, vanuit de overtuiging dat onderling contact helpt om wantrouwen over een weer weg te nemen en ervaren ongelijkheid te verminderen.
MULTIFILE