Effectiviteit van programma's die gericht zijn op kinderen en adolescenten met overgewicht blijkt nauwelijks aangetoond te kunnen worden. Dit heeft enerzijds te maken hebben met het niet kunnen evalueren van de effectiviteit omdat de designs van de onderzoeken, de getoetste interventies en de gehanteerde effectmaten zeer divers zijn waardoor geen vergelijking mogelijk is. Anderzijds wordt de inhoud van de onderzochte programma's slecht beschreven en is het vaak onduidelijk hoe het proces van implementatie heeft plaatsgevonden. In dit artikel wordt gereflecteerd op een implementatieproces dat door James e.a. (2004) werd toegepast. Hierin wordt een programma geïmplementeerd waarin de vermindering van het drinken van koolzuurhoudende dranken centraal staat.
DOCUMENT
Retailers met een succesvolle multichannel strategie creëren kruisbestuiving tussen de diverse verkoopkanalen. Via welk kanaal consumenten hun aankoop uiteindelijk doen, wordt voor hen steeds minder belangrijk; het draait allemaal om klantbehoud. Dit blijkt uit een verkennend onderzoek van PwC en de Hogeschool van Amsterdam op basis van enquêtes en interviews onder directeuren en e-commerce managers van 41 grote en kleine multichannel retailers in Nederland.
MULTIFILE
De jeugdzorg is regelmatig in het nieuws. Heel positief is dat meestal niet. Er zijn inmiddels door allerlei partijen rapporten en adviezen uitgebracht over de jeugdzorg. Een kernprobleem dat in alle publicaties genoemd wordt is de behoefte aan wat ‘hoogwaardige jeugdzorg’ genoemd wordt, met toepassing van actuele kennis en effectieve interventies. Toepassing van actuele kennis en effectieve interventies vergt consequente en systematische aandacht voor implementatie. Deze rede gaat in op de vraag hoe we dit kunnen aanpakken. Na introductie van de context van de jeugdzorg, wordt onderbouwd hoe kwalitatief goede toepassing van centrale bouwstenen van jeugdzorg, de effectiviteit kan verhogen. Kwalitatief goede toepassing van de centrale bouwstenen gaat niet vanzelf en vergt een effectief implementatieproces en een context die implementatie faciliteert. Het mogelijk maken van leren op de werkvloer is de basis van goede implementatie en in de rede komen de stappen aan de orde die dat mogelijk maken.
DOCUMENT
De markt voor Business Process Management (BPM) software groeit razend snel. Voor 2010 wordt er een marktomvang voorspeld van tussen de 1 tot 6 miljard dollar, dit betekend dat deze markt sinds 2005 meer dan verdubbeld is. BPM krijgt ook in toenemende mate publiciteit in de markt echter dan gaat het veelal om wat BPM nu precies wel en niet is en niet over hoe het toegepast kan worden. Hetzelfde geldt voor BPM software, beter bekend als Business Process Management Systemen (BPMS). Het onderzoek beschreven in dit proefschrift focust op BPMS, het ontstaan, waar het naartoe gaat en wat er allemaal komt kijken bij de invoering en het gebruik ervan. De hoofdonderzoeksvraag in dit proefschrift is: Welke factoren en competenties bepalen het succes van de implementatie van Business Process Management Systemen in een specifieke situatie? Centraal in dit proefschrift staan de volgende onderzoeksvragen: 1. Wat zijn de succes factoren bij de implementatie van Business Process Management Systemen? 2. Welke competenties hebben stakeholders in een Business Process Management Systeem implementatie project nodig? 3. Hoe ziet een Business Process Management Systeem implementatie methodiek eruit welke rekening houdt met de omgevingsfactoren van een organisatie?
MULTIFILE
Om te kunnen functioneren in de huidige kennismaatschappij worden kritische en onderzoekende vaardigheden belangrijk geacht voor toekomstige professionals (De Boer, 2017). Hogescholen spelen een belangrijke rol in het opleiden van deze professionals en hebben mede daarom de wettelijke taak gekregen om onderzoek te doen en dit te integreren in het onderwijs (Griffioen & De Jong, 2015). Hoe dragen docenten, onderzoekers, onderzoek- en onderwijsmanagers in de dagelijkse praktijk bij aan het samenbrengen van onderzoek en onderwijs? Om deze vraag te beantwoorden werden N=61 interviews afgenomen met deze actoren binnen drie Nederlandse hogescholen. De resultaten laten zien dat de gedragsintenties die de respondenten bespreken verdeeld kunnen worden in drie categorieën: integratie van onderzoek in onderwijs; integratie van onderwijs in onderzoek; en het samenkomen van onderzoek en onderwijs. In de drie categorieën kan zowel ‘direct gedrag’ als ‘ondersteunend gedrag’ onderscheiden worden. Opvallend is dat de focus binnen de gedragsintenties ligt op het integreren van iets van onderzoek in het onderwijs, en in mindere mate van iets van onderwijs in het onderzoek. De implicaties van de resultaten en de opzet van het vervolgonderzoek worden bediscussieerd met het publiek tijdens het congres.
DOCUMENT
Met voorlichtingscampagnes kun je het gedrag van mensen beïnvloeden. Om dit effectief te doen, zijn heldere strategische keuzes nodig. Hoe kom je tot zo'n campagnestrategie? De sociale wetenschap geeft hier steeds meer inzichten in. Om deze inzichten in de praktijk toe te passen, is het Campagne Strategie Instrument ontwikkeld. Dit instrument helpt om een analyse van het gedrag en onderbouwde keuzes te maken. Zo kan er vanuit de beleidsopgave een kansrijke campagnestrategie ontwikkeld worden. Doel: Met het gespreksmodel kom je tot onderbouwde keuzes voor een campagnestrategie. Het geeft in één oogopslag weer welke stappen er gezet moeten worden om hiertoe te komen. Dit gespreksmodel is gebaseerd op het rapport "Gedragsverandering via campagnes" (Ministerie van Algemene Zaken, 2011). Gebruik: het gespreksmodel kan als opening voor het eerste gesprek met de opdrachtgever (Ministerie) en opdrachtnemer (reclamestrategen) dienen. De stappen in het gespreksmodel kunnen worden doorlopen aan de hand van de vragenlijst.
DOCUMENT
Op 9 Nijmeegse VO-scholen hebben schoolpersoneel en jongerenwerkers het afgelopen schooljaar gewerkt aan het implementeren van het jongerenwerk op school. Gelijktijdig is met een waarderend kader onderzocht in hoeverre deze implementatie is gelukt en welke meerwaarde daarmee gerealiseerd is. De onderzoeksresultaten leggen een aantal mogelijkheden tot versterking en verbetering bloot.
DOCUMENT
Op 3 Arnhemse VO-scholen hebben schoolpersoneel en jongerenwerkers de afgelopen twee jaar gewerkt aan het implementeren van het jongerenwerk op school. Gelijktijdig is met een waarderend kader onderzocht in hoeverre deze implementatie is gelukt en welke doelen daarmee gerealiseerd zijn. De onderzoeksresultaten geven zicht op de meerwaarde van het jongerenwerk op school, evenals de mogelijkheden tot versterking en verbetering.
DOCUMENT
«Hoewel Europese partners tot nu toe het MOBAK-test- en ondersteuningsconcept uitsluitend in offline school LO hebben gebruikt – zonder het gebruik van digitale hulpmiddelen centraal te stellen –, biedt het huidige kader de basis voor een implementatie in digitale vorm. Meer precies bestaat het volgende theoretische kader uit informatie over wat competentieoriëntatie in LO betekent (hoofdstuk 2), over het MOBAK-concept, de dimensies ervan en testinstrumenten (hoofdstuk 3), evenals over het algemene MOBAK-ondersteuningskader (hoofdstuk 4). Bijgevolg definieert dit kader de basis om de ontwikkeling van een pedagogische strategie te volgen, inclusief concrete leertaken en verdere ondersteuning voor later gebruik van de MOBAK App (hoofdstuk 5).» [1]
DOCUMENT