Types
0Instelling
26Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Projectstatus
3Door veranderingen in de zorg zijn er steeds meer zpp'ers. Zij hebben behoefte aan samenwerking in coöperaties.
DOCUMENT
Het lectoraat Duurzaam Coöperatief Ondernemen aan de Hanzehogeschool Groningen pleit voor een regionale regie via ‘Gebiedscoöperaties’, zodat lokale
en sectorale initiatieven elkaar kunnen versterken
DOCUMENT
De oorspronkelijke opzet en planning van het ontwerponderzoek kon niet worden gerealiseerd door de coronacrisis. De essentie van een ontwerpaanpak is dat in gemengde groepen van eindgebruikers, experts en in dit geval bestuurders van de coöperaties stapsgewijs en systematisch samengewerkt wordt. Directe interactie tussen de deelnemers staat daarbij centraal. De onderzoekers vanuit Avans begeleiden dit proces: zij bereiden sessies inhoudelijk en methodologisch voor, ze modereren de sessies en de uitkomsten van de sessies worden grondig geregistreerd en geanalyseerd. Door de noodzaak volledig online te werken, moest deze aanpak worden aangepast. Met de nodige creativiteit van het onderzoeksteam in goede samenwerking met de werkgroep Leefbaarheid van MBG, en dankzij de enthousiaste deelname van leden van MBG aan de diverse sessies, kon toch een goed resultaat worden geboekt. Weliswaar vertraagd en met veel minder directe onderlinge interacties tussen leden dan het onderzoeksteam had willen arrangeren.
DOCUMENT
Het lectoraat noemt dit Next Education, Next Governance en Next Business. Het lectoraat is nauw verbonden met Buurtsamenwerking Helpman/de Wijert, waarin alle hiervoor genoemde modellen tot uiting komen. In de Buurtsamenwerking wordt gezamenlijk een weg gezocht om ondernemers, overheid, wijkbewoners en onderwijs met elkaar te verbinden om samen te werken aan toepasbare oplossingen voor actuele vraagstukken.
Aan de Buurtsamenwerking Helpman/de Wijert is de Innovatiewerkplaats verbonden. Annet Muller-ter Veen is als manager van de Innovatiewerkplaats verantwoordelijk voor het operationaliseren van de verbinding tussen alle partijen. Daarvoor vertaalt zij actuele vraagstukken naar concrete projecten, waarbij zich Community’s of Innovative Learners (COIL’s) vormen vanuit de participanten van het onderwijs, overheid, ondernemers en wijkbewoners.
Als
MULTIFILE
In Nederland zijn in 2014 zo’n 500 lokale energie initiatieven, die gezamenlijk een flink aantal geïnteresseerde en betrokken burgers verenigen op het thema duurzame energie. De groei van het aantal initiatieven sinds 2010 is nog niet tot stilstand gekomen. Veel groepen ontwikkelen zich tot gevestigde organisaties, zoals stichtingen of coöperaties.
Een proces van bundeling op regionaal niveau is gaande, zoals blijkt uit de vorming van Us Kooperaasje, GReK en de Drentse Kei. Niet alle initiatieven zijn echter succesvol, er zijn ook groepen die er na korte tijd weer mee stoppen.
DOCUMENT
Het rapport LLO is uitgewerkt voor MBO Terra in opdracht van Groenpact ten behoeve van een conferentie in januari. Het rapport geeft inzicht in het proces van de afgelopen jaren waarin Terra heeft gezocht naar een nieuw model voor LLO; hierbij zijn systeeminnovaties vormgegeven zoals de kenniswerkplaats en de gebiedscoöperatie.
DOCUMENT
Bokashi is gefermenteerd organisch materiaal dat ingezet kan worden als bodemverbeteraar in de landbouw. Bokashi kan lokaal bij de boer of in de gemeente gemaakt worden en kan daardoor een goede bijdrage aan een meer circulaire economie geven. Mede daarom vindt bokashi steeds meer zijn intrede in Nederland. Tegelijkertijd denkt men nog heel verschillend over kwaliteit, bijdrage aan circulariteit en toepassing van bokashi als bodemverbeteraar. In 2024 hebben studenten en onderzoekers van de HAS green academy interviews gehouden bij o.a. boeren, gemeenten, coöperaties, composteerders, onderzoeksinstituten en waterschappen. Dit was een brede doelgroep waarin de ervaring van de geïnterviewden met bokashi uiteenliep van nauwelijks ervaring tot jarenlange ervaring. De 16 interviews gaven inzicht in de visie van de geïnterviewden over circulariteit, kwaliteit en toepassing van bokashi, in vergelijking met andere manieren van het verwerken van organisch materiaal zoals bijvoorbeeld compostering.
DOCUMENT
Het project HRM praktijken voor transities moet je leren onderzocht hoe mkb ondernemers in de energie en grondstoffentransitie beter ondersteund kunnen worden in hun ontwikkeling als goed werkgever. Kleine bouw en technische bedrijven (2–25 medewerkers) ervaren structurele personeelstekorten, onzekerheid door wisselend beleid en een hoge behoefte aan technische specialisatie. Omdat zij meestal geen HR professional hebben, komen thema’s als leren en ontwikkelen, duurzame inzetbaarheid en strategische personeelsplanning vaak pas laat in beeld. Het onderzoek werd opgezet en uitgevoerd vanuit de LLO katalysator en had als doel te komen tot een vraagarticulatie over hoe ondernemers uit deze doelgroep willen leren. In vijf praktijktafels met ondernemers werd onderzocht welke HR knelpunten spelen, hoe zij willen leren en met welke partners dit duurzaam kan. Belangrijke inzichten zijn dat ondernemers kort, praktisch en ervaringsgericht willen leren, bij voorkeur in homogene groepen met sectorgenoten. Leren werkt het best aan de randen van de dag en in aansluiting op bestaande netwerken zoals coöperaties of brancheverenigingen. Sectordata helpen om urgentie en herkenning te creëren. Ondernemers hebben bovendien eerst ruimte nodig om ‘leeg te lopen’ voordat verdiepend leren kan beginnen. Het project resulteerde in een Plan van Eisen voor leer en ontwikkelactiviteiten, met eisen rond timing, netwerk inbedding, contextualisering, ervaringsleren en structurele borging via een digitale kennisbank. De uitgewerkte Praktijktafel Goed Werkgeverschap biedt een overdraagbare werkvorm voor andere sectoren.
DOCUMENT
Het doel van dit rapport is meer zicht te krijgen op de vraag in welke mate
en hoe burgerinitiatieven rond collectieve warmtenetten erin slaagden
resultaat te boeken. Sinds enige jaren ontstaan steeds meer van dit soort
initiatieven in Nederland, in navolging van wind- en zonne-energiecoöperaties,
en als aanvulling op commerciële warmtenetten. De centrale vraag
hier is of en hoe de door warmtenet-burgerinitiatieven behaalde resultaten
samenhangen met hun interne kracht en hun vermogen om de externe
sociale en andere omstandigheden te gebruiken of te mobiliseren. Met
interne kracht doelen we op een duidelijk doel, de organisatie, capaciteit
en activiteiten van het burgerinitiatief. Met externe sociale omstandigheden
bedoelen we drie elementen. Allereerst het naburige netwerk, de
wijk en de participatievorm. Verder het externe publieke netwerk, oftewel
de rol van de gemeente en andere semi-publieke organisaties. En
tenslotte het private netwerk, de adviseurs, financiers, bedrijven en verwante
organisaties. Tot materiële omstandigheden rekenen we de technologie
van de gekozen energiebron en de bio-fysieke omgeving, zoals
de wijkstructuur, en de aanwezigheid van water of aardwarmte. Centraal
staat het Groningse project 050 Buurtwarmte in de wijk Paddepoel dat
vergeleken wordt met andere projecten die de laatste 5 jaar gestart zijn,
in de Wageningse Benedenbuurt, de Haagse Vruchtenbuurt en het
Amsterdamse Ketelhuis/Wilhelmina Gasthuisterrein.
DOCUMENT