Types
0Instelling
24Bestandstype
9Taal
5Publicatiejaar
12Thema's
14Producttype
14Publicaties met bestand / URL
2Poster gepresenteerd op de oncologiedagen: verkenning van leefstijlondersteuning in de oncologie: een kwalitatief onderzoek bij patiënten en verpleegkundig professionals. Een gezonde leefstijl draagt bij aan het voorkomen van kanker en herstel na behandeling. Verpleegkundige interventies gericht op het veranderen van leefstijl zijn effectief, maar verpleegkundigen voelen zich vaak onvoorbereid om leefstijladvies te geven. Veel patiënten met kanker ontvangen geen leefstijladvies, ondanks behoefte ernaar.
IMAGE
Anthracyclines en Her2-gerichte therapieën, welke gebruikt worden b de behandeling van (borst)kanker, kunnen leiden tot cardiotoxiciteit. Echocardiografi eën, met name de meting van de linkerventrikel-ejectiefractie (LVEF) en global longitudinal strain (GLS), spelen een cruciale rol in het vroegtijdig detecteren en kunnen voorspellen van cardiotoxiciteit. De cardio-oncologierichtlijn van de European Society of Cardiology (ESC) ondersteunt zorgverleners bij het bevorderen van de cardiovasculaire gezondheid van oncologiepatiënten. In dit artikel lees je meer over het kwantitatief onderzoek naar de toepassing van de ESC-richtlijn Cardio-Oncologie.
DOCUMENT
Confrontatie met patiënten in de palliatieve fase is in de oncologie onvermijdelijk, maar wat betekent dit voor studenten verpleegkunde en beginnende verpleegkundigen? En hoe kan worden voorkomen dat ze door emotionele uitputting voortijdig stoppen met de opleiding of op zoek gaan naar een andere baan? In dit artikel worden de uitkomsten beschreven van een serie onderzoeken van studenten van de opleiding Verpleegkunde aan Hogeschool Rotterdam.
DOCUMENT
In 2008 heeft het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) de KNGF-beweegprogramma’s herzien; het warden de ‘Standaarden Beweeginterventies’, gericht op mensen met een chronische aandoening. Een dergelijke standaard stelt een voldoende competente fysiotherapeut in staat bij mensen met een chronische aandoening een actieve leefstijl te bevorderen en hun mate van fitheid te verhogen. Basis voor de herziening vormen de oorspronkelijk door TNO ontwikkelde beweegprogramma’s, van waaruit de tekst grondig is geactualiseerd. De gedetailleerde invulling van de programma’s in ‘kookboekstijl’ is niet opnieuw opgenomen. Gekozen is voor een actueel concept dat de fysiotherapeut de mogelijkheid biedt een ‘state-of-the-art’programma te ontwikkelen met respect voor de individuele patiënt en praktijkspecifieke randvoorwaarden
DOCUMENT
Veel vrouwen die borstkanker hebben (gehad) worstelen met de aanpassing aan de lichamelijke, psychische en sociale gevolgen van de diagnose en de behandeling. In een onderzoek werd nagegaan hoeveel vrouwen behoefte hebben aan psychosociale hulp en welke factoren invloed hebben op hun intentie tot zoeken van psychosociale hulp. In een cross-sectionele steekproef werd door 179 vrouwen die borstkanker hebben (gehad) een vragenlijst ingevuld over hun sociaal-demografische en medische kenmerken, hun welbevinden, eerder gebruik en waardering van psychosociale hulp en hun behoefte aan psychosociale ondersteuning. Verder waren er vragen over hun attitude, gepercipieerde sociale normen en zelfeffectiviteit ten aanzien van het zoeken van psychosociale hulp. In correlationele en regressieanalyses werd onderzocht welke van deze factoren samenhangen met de intentie om psychosociale hulp te zoeken. Bijna 40% van de vrouwen die de vragenlijst invulden is zeer zeker (15,1%) of wellicht (24%) van plan om psychosociale hulp te zoeken.
DOCUMENT
Al enige decennia kunnen mensen met kanker en hun naasten terecht bij gespecialiseerde instituten voor psychosociale oncologie (IPSO, 2011). Sinds twintig jaar geleden zijn in Nederland naast deze gespecialiseerde instituten ook inloophuizen beschikbaar voor deelname aan ondersteuning. Inmiddels bestaan er bij de start van dit onderzoek in het voorjaar 2013 ruim zestig van deze inloophuizen, waarvan naar schatting jaarlijks 35.000 mensen gebruik maken (KWF, 2004). Het aantal huizen groeit echter sterk gezien het feit dat in oktober 2014 al meer dan tachtig inloophuizen in Nederland bestaan. Om de beperkt beschikbare informatie over het bestaansbelang van inloophuizen verder uit te breiden, is onderzoek nodig naar de ervaringen van mensen met kanker en hun naasten met het bezoeken van inloophuizen. Binnen het Deelspeerpunt Psychosociale Zorg (2012-2014) van KWF Kankerbestrijding wordt deze noodzaak tot onderzoek gesteund. De onderzochte vraagstellingen luiden: 1. Hoe ervaren mensen die kanker hebben (gehad) en hun naasten het bezoek aan een inloophuis? 2. Hoe ervaren deze bezoekers het aanbod aan activiteiten, de ondersteuning en de therapie? 3. Welke betekenis geven zij aan de geboden activiteiten, de ondersteuning en de therapie? 4. Hoe waarderen zij de geboden activiteiten, de ondersteuning en de therapie?
DOCUMENT
Het bestaan van inloophuizen voor mensen met kanker en hun naasten geniet amper bekendheid. Huisartsen verwijzen daarom nog weinig door naar deze waardevolle voorziening, signaleren Rotterdamse onderzoekers van het Kenniscentrum Zorginnovatie.
DOCUMENT
Recentelijk markeerden de verenigingen IPSO-Concentris (therapeutische centra) en IPSO Attendum (inloophuizen) alsmede de Federatie van Inloophuizen in Nederland (FINK) hun gezamenlijke start als brancheorganisatie voor alle zestig inloophuizen en tien psycho-oncologische centra die Nederland telt. Zij gaan verder onder de nieuwe benaming 'Inloophuizen, Psycho-oncologische centra, Samenwerking en Ondersteuning (IPSO).
DOCUMENT
Op basis van een vragenlijstonderzoek onder bezoekers van inloophuizen is gestreefd inzicht te krijgen op de volgende punten. • De kenmerken van mensen met kanker en hun naasten die inloophuizen bezoeken (=bezoekers). • De knelpunten in het aanbod door inloophuizen en de waardering daarvan. • De invloed van het bezoek aan inloophuizen op het welbevinden van mensen met kanker en hun naasten. • De persoonlijke factoren van de mensen met kanker en hun naasten die de waardering en effectiviteit beïnvloeden. • De kenmerken van het aanbod door de inloophuizen die invloed hebben op de waardering en de effecten op het welbevinden.
DOCUMENT
In Nederland kunnen mensen met kanker en hun naasten sinds 1992 terecht bij inloophuizen. Deze huizen vallen onder de brancheorganisatie voor inloophuizen en psycho-oncologische centra (IPSO) en hier kan men informatie en ondersteuning krijgen (IPSO 2013). Volgens IPSO zijn er verschillende criteria waaraan inloophuizen in Nederland dienen te voldoen. Zo dient een inloophuis een onafhankelijke accommodatie te zijn waar getrainde vrijwilligers informatie, allerlei ondersteunende activiteiten en psychosociale ondersteuning bieden aan mensen met kanker en hun naasten. Ook kan er gebruik worden gemaakt van therapeuten die zijn aangesloten bij een beroepsvereniging die deskundig professionele psychosociale zorg aanbieden. Dat kunnen professionals zijn in het inloophuis maar er kan ook naar externe zorgverleners verwezen worden. Deze ondersteuning wordt betaald door de gasten zelf die al of niet door de ziektekostenverzekering vergoed wordt. Verder is het georganiseerde aanbod voor de gasten van een inloophuis laagdrempelig en kan men er zonder afspraak of verwijzing terecht. Een ander criterium voor inloophuizen is het aanbieden van groepsactiviteiten zonder of tegen geringe kosten (IPSO 2013). In het kader van de evaluatie van de betekenis van het bezoeken van inloophuizen is het relevant na te gaan te weten of dergelijk laagdrempelige psychosociale ondersteuning in het buitenland bestaat en of er gegevens bekend zijn over de evaluatie van dergelijke ondersteuning voor mensen met kanker en hun naasten. Doel van dit onderzoek is een overzicht te geven van het bestaan en de evaluatie van instellingen in het buitenland die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse inloophuizen. Dit onderzoek maakt onderdeel uit van het project “Evaluatie van het bezoeken van Inloophuizen door mensen met kanker en hun naasten” gesubsidieerd door KWF Kankerbestrijding. In dit onderzoek staat de vraag centraal of de behoefte en verwachtingen van de bezoekers aansluit bij het feitelijke aanbod aan activiteiten en begeleiding door de inloophuizen.
DOCUMENT