Op 22 juni 2005 wordt op station Amsterdam Lelylaan Nouredine el Fahtni van de Hofstadgroep gearresteerd. In zijn gezelschap bevinden zich twee vrouwen, onder wie de dan 21-jarige S., die later bekendheid zal krijgen als enige vrouwelijke verdachte uit het Haagse terreurnetwerk. Die dag is niet alleen een keerpunt in het leven van S. gebleken, maar ook in dat van haar familie. In deze bijdrage vertelt haar oudste zus Karima Sahla over de impact daarvan op haar leven en hoe haar ervaringen met haar jongere zus haar geïnspireerd hebben om zelf radicalisering onder jongeren aan te gaan pakken.
DOCUMENT
In dit hoofdstuk wordt het Nederlandse beleid geschetst van het tegengaan van radicalisering en het voorkomen van terroristisch geweld. Hierin neemt het ‘Actieprogramma integrale aanpak Jihadisme’ een belangrijke plaats in. Besproken wordt wat er goed gaat en wat de ontwikkelingsvragen zijn. Het hoofdstuk eindigt met een beschouwing over de behoefte aan sociale innovatie. Aangezien een aantal preventieve interventies behoorlijk ingrijpend kunnen zijn, is het zaak om bij de uitvoering te letten op eenduidigheid en adequate rechtsbescherming.
DOCUMENT
In 2016 is het lectoraat Veiligheid in afhankelijkheidsrelaties van Avans Hogeschool benaderd door de gemeente Tilburg om een training te ontwikkelen voor het netwerk Sociale Onrust en Maatschappelijke Spanningen (SOMS). Dit netwerk is opgericht door R-Newt jongerenwerk en de gemeente Tilburg met als doel de samenwerking tussen organisaties op het gebied van signalering van radicalisering te vergroten.1
DOCUMENT
Dit rapport verkent of de lokale jongerenwerker bij machte is om te opereren op het snijvlak van maatschappelijk welzijn en signalering van gewelddadig extremisme. Hoewel extremisme onder jongeren een zeldzaam fenomeen blijkt, en uitreizen om zich aan te sluiten bij Jihadistische strijdgroepen in het buitenland nog maar sporadisch voorkomt, ligt er een nadrukkelijke boodschap vanuit de overheid om alert te zijn op de eerste tekenen van afwijkend gedrag. Aan de hand van documentanalyse en interviews met jongerenwerkers brengt deze exploratieve studie in kaart hoe deze groep sociaal werkers gestalte geeft aan hun monitorende rol in de wijk. De resultaten laten zien dat er in de dagelijkse praktijk een helder kader ontbreekt, en dat dit twee hoofdoorzaken heeft. De eerste is dat, in de praktijk, de termen radicalisering en (gewelddadig) extremisme lastig van elkaar te onderscheiden zijn. De tweede oorzaak is dat de oordeelsvorming grotendeels leunt op de eigen individuele perceptie op de problematiek. Dit rapport concludeert daarom dat oordeelsvorming in de context van signalering van gewelddadig extremisme ogenschijnlijk weinig gestructureerd verloopt en niet geheel objectief is. De vraag is of de focus van het beleid op lokaal niveau niet verlegd moet worden naar het voorkomen van extremistisch geweld door jongerenwerkers in plaats van het tegengaan van radicaal gedachtegoed of ideologieën.
DOCUMENT
Interview met Anke van Gorp. Bij radicalisering denkt iedereen momenteel aan jonge moslims die als jihadist naar Syrië en Irak trekken. Zo vroeg en zo hard mogelijk aanpakken, is de publieke opinie. Europees onderzoek komt tot een heel andere conclusie. Mede-onderzoeker Anke van Gorp van het HU-lectoraat Regie van Veiligheid: ‘Radicalisering hoort ook bij identiteitsvorming.’
LINK
Eén van de prioriteiten op de Belgische politieke agenda blijft de aanpak van gewelddadige radicalisering in de gevangenis. Met een gewijzigd gevangenisbeleid en de implementatie van disengagement-trajecten tijdens de detentie, proberen de federale overheid en de gemeenschappen te voorzien in een gespecialiseerde omkadering voor geradicaliseerde gedetineerden en te voorkomen dat gedetineerden radicaliseren tijdens de detentie.
DOCUMENT
We leven in een tumultueuze tijd. Zo viel Rusland in de uitlopers van de coronaperiode Oekraïne binnen en is er in het Midden-Oosten een oorlog bij gekomen. Verder staat er in Amerika een president aan het roer die we kennen als onvoorspelbaar en impulsief; hij en zijn regering voeren een beleid waarmee er een steeds groter wordende afstand tot West-Europa lijkt te ontstaan. Naast het feit dat deze geopolitieke kwesties ook in Nederland maatschappelijke rimpelingen veroorzaken, kampt onze samenleving ook nog met eigen vraagstukken die reuring geven.
LINK
Full text via link. Interventies om terroristische aanslagen te voorkomen kunnen zowel juridisch als moreel gerechtvaardigd worden. Binnen de Nederlandse brede benadering tegen terrorisme wordt er ook gekeken naar radicalisering, maar de rechtvaardiging daarvoor is lastig. Als een (voormalige) radicaal om hulp vraagt of als een radicale groep een sekte wordt, laten theorieën als die van Kant en Rawls ingrijpen toe. Preventieve of deradicaliseringsinterventies zijn vanuit liberaal-democratische theorieën echter problematisch. Een rechtvaardiging van dit type interventies kan gevonden worden in de deugdethiek, adolescenten worden geholpen in hun queeste naar het goede leven. Deze rechtvaardiging leidt wel tot randvoorwaarden aan de interventies.
DOCUMENT
De Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) is in 2024 opgericht om terroristische online-inhoud (TOI) en kinderpornografisch materiaal (KP) op het openbare internet te detecteren en te bestrijden. Deze taken zijn samengebracht bij één autoriteit vanwege de sterke overeenkomst tussen de Europese en nationale wetgeving en de vergelijkbare aanpak voor het ontoegankelijk maken van beide typen inhoud. Naast juridische overlap signaleert de ATKM ook inhoudelijke verbanden, zoals overeenkomsten in grooming en radicalisering, het gebruik van afpersing en het verspreiden en normaliseren van TOI en KP via memes. Avans Hogeschool voert in opdracht van de ATKM een verkennend literatuuronderzoek uit naar deze verbanden, omdat hierover nog weinig gezamenlijk onderzoek bestaat.
DOCUMENT
Samenvatting boek: In menige schoolklas zijn de afgelopen jaren twee werelden ontstaan. Allochtone en autochtone leerlingen mijden elkaar, contacten beperken zich tot de eigen groep. Intussen oordelen de groepen steeds harder over elkaar. Het gevolg: botsingen in de klas die de leraar in goede banen moet zien te leiden. Dat blijkt lang niet eenvoudig. Want wat doe je als een scholier tijdens de wiskundeles een foute opmerking maakt over joden of Marokkanen? Wat zeg je als een leerling roept dat alle buitenlanders het land uit moeten en daarbij een venijnige blik werpt op een klasgenoot met een kleurtje? Hoe reageer je als iemand de Holocaust ontkent? Dit boek reikt leraren, maar anderen evengoed, handvatten aan om met dergelijke extreme uitingen om te gaan. Meer dan vijfentwintig experts uit verschillende kennisinstituten en lerarenopleidingen van hogescholen en universiteiten delen hun ervaringen en hun visies. Zij bieden inzicht in polarisatie en radicalisering in voortgezet en beroepsonderwijs en geven raad over hoe je bekwaam kunt handelen om de klas, en uiteindelijk de samenleving, voorbij de verdeeldheid te krijgen.
MULTIFILE