The recent shift towards the interdisciplinary study of the human-environment relationship is largely driven by environmental justice debates. This article will distinguish four types of environmental justice and link them to questions of neoliberalism and altruism. First, environmental justice seeks to redress inequitable distribution of environmental burdens to vulnerable groups and economically disadvantaged populations. Second, environmental justice highlights the developed and developing countries’ unequal exposure to environmental risks and benefits. Third, temporal environmental justice refers to the issues associated with intergenerational justice or concern for future generations of humans. In all three cases, environmental justice entails equitable distribution of burdens and benefits to different nations or social groups. By contrast, ecological justice involves biospheric egalitarianism or justice between species. This article will focus on ecological justice since the rights of non-human species lags behind social justice debates and discuss the implications of including biospheric egalitarianism in environmental justice debates. https://doi.org/10.1186/2194-6434-1-8 https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
MULTIFILE
Indigenous rights’ relationship to ecological justice in Amazonia has not been explicitly explored in the literature. As social scientists rarely talk about violence against non-humans, this case study of conservation in Amazonia will explore this new area of concern. Ethical inquiries in conservation also engage with the manifold ways through which human and nonhuman lives are entangled and emplaced within wider ecological relationships, converging in the notion of environmental justice, which often fails to account for overt violence or exploitation of non-humans. Reflecting on this omission, this chapter discusses the applicability of engaged social science and conservation to habitat destruction in Amazonia, and broader contexts involving violence against non-humans. The questions addressed in this chapter are: is the idea of ecological justice sufficiently supported in conservation debate, and more practical Amazonian contexts? Can advocacy of inherent rights be applied to the case of non-humans? Can indigenous communities still be considered 'traditional' considering population growth and increased consumptive practices? Concluding that the existing forms of justice are inadequate in dealing with the massive scale of non-human abuse, this chapter provides directions for conservation that engage with deep ecology and ecological justice in the Amazonian context. doi: 10.1007/978-3-030-29153-2 LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
MULTIFILE
In the Netherlands, an individual’s problem is not usually considered to be the community’s problem. If you are a nuisance, you are sent out of the class. If a child is awkward in its dealings with others, it is sent for training in social skills. And if youths hang around the street and people feel intimidated, the youths are removed. Police officers move them on. Civic leaders introduce bans on assembly. In other countries, too, people are usually dispersed to prevent escalation.
Strafrechtmediator is een relatief nieuw beroep en de tijd voor reflectie en kwaliteitsvragen is rijp. Een strafrechtmediator heeft, anders dan bij reguliere mediations, niet alleen te maken met de overschrijding van een persoonlijke norm, maar ook met de overtreding van een maatschappelijke norm. De strafrechtmediator opereert in de context van het strafrecht, en heeft daarbij vaak de maken met verdachten en slachtoffers, waarbij psychische problemen een rol speelt. De bestaande kwaliteitsprotocollen van de Mediatorsfederatie Nederland voorzien hier niet altijd in. De voorgeschreven neutraliteit is niet altijd te transformeren naar een strafrechtmediation. Er is sprake van een strafbaar feit en secundaire victimisatie van het slachtoffer tijdens de strafrechtmediation moet worden voorkomen. Mediators zijn echter, uit angst voor een formele klacht, bang om van de voor de mediator geldende gedragsregels af te wijken en worstelen met hetgeen de praktijk vraagt in relatie tot de algemene regels die voor de mediator gelden. Met andere woorden de beroepspraktijk heeft behoefte aan specifieke kwaliteitseisen voor de strafrechtmediator. Deze behoefte wordt onderschreven door strafrechtmediators, verschillende werkveldpartners en kennispartners. Het consortium bestaat uit de twee leidende publieke organisaties op het gebied van strafrechtmediation, namelijk de Mediatorsfederatie Nederland (hierbij zijn vrijwel alle zelfstandig werkende strafrechtmediators aangesloten) en Slachtoffer in Beeld. Ook de vereniging van Mediators in Strafzaken heeft zich aangesloten. Werkveldpartners zijn de drie landelijke reclasseringsorganisaties en het landelijke project ZSM-werkplaatsen, de mediationfunctionarissen van vijf Rechtbanken, het Openbaar Ministerie (Eindhoven) en de politie Utrecht. De Universiteiten Utrecht (faculteit Rechten), Leuven (faculteit psychologie) en Maastricht (educational reseach and development), Restorative Justice Nederland en het European Forum Restorative Justice dragen vanuit hun deskundigheid bij aan dit onderzoek naar en de verdere ontwikkeling van de kwaliteit van de strafrechtmediator. De hoofdvraag van dit onderzoek is dan ook ‘Aan welke kwaliteitseisen moet een strafrechtmediator voldoen? En, hoe kunnen deze kwaliteitseisen worden geborgd?’