The purpose of the study was to assess the accuracy of estimates of step frequency from trunk acceleration data analyzed with commonly used algorithms and time window lengths, at a wide range of gait speeds. Twenty healthy young subjects performed an incremental treadmill protocol from 1 km/h up to 6 km/h, with steps of 1 km/h. Each speed condition was maintained for two minutes. A waist worn accelerometer recorded trunk accelerations, while video analysis provided the correct number of steps taken during each gait speed condition. Accuracy of two commonly used signal analysis methods was examined with several different time windows.
OBJECTIVES: To determine the number of steps taken by older patients in hospital and 1 week after discharge; to identify factors associated with step numbers after discharge; and to examine the association between functional decline and step numbers after discharge.DESIGN: Prospective observational cohort study conducted in 2015-2017.SETTING AND PARTICIPANTS: Older adults (≥70 years of age) acutely hospitalized for at least 48 hours at internal, cardiology, or geriatric wards in 6 Dutch hospitals.METHODS: Steps were counted using the Fitbit Flex accelerometer during hospitalization and 1 week after discharge. Demographic, somatic, physical, and psychosocial factors were assessed during hospitalization. Functional decline was determined 1 month after discharge using the Katz activities of daily living index.RESULTS: The analytic sample included 188 participants [mean age (standard deviation) 79.1 (6.7)]. One month postdischarge, 33 out of 174 participants (19%) experienced functional decline. The median number of steps was 656 [interquartile range (IQR), 250-1146] at the last day of hospitalization. This increased to 1750 (IQR 675-4114) steps 1 day postdischarge, and to 1997 (IQR 938-4098) steps 7 days postdischarge. Age [β = -57.93; 95% confidence interval (CI) -111.15 to -4.71], physical performance (β = 224.95; 95% CI 117.79-332.11), and steps in hospital (β = 0.76; 95% CI 0.46-1.06) were associated with steps postdischarge. There was a significant association between step numbers after discharge and functional decline 1 month after discharge (β = -1400; 95% CI -2380 to -420; P = .005).CONCLUSIONS AND IMPLICATIONS: Among acutely hospitalized older adults, step numbers double 1 day postdischarge, indicating that their capacity is underutilized during hospitalization. Physical performance and physical activity during hospitalization are key to increasing the number of steps postdischarge. The number of steps 1 week after discharge is a promising indicator of functional decline 1 month after discharge.
BACKGROUND: Self-monitoring of physical activity (PA) using an accelerometer is a promising intervention to stimulate PA after hospital discharge.OBJECTIVE: This study aimed to evaluate the feasibility of PA self-monitoring after discharge in patients who have undergone gastrointestinal or lung cancer surgery.METHODS: A mixed methods study was conducted in which 41 patients with cancer scheduled for lobectomy, esophageal resection, or hyperthermic intraperitoneal chemotherapy were included. Preoperatively, patients received an ankle-worn accelerometer and the corresponding mobile health app to familiarize themselves with its use. The use was continued for up to 6 weeks after surgery. Feasibility criteria related to the study procedures, the System Usability Scale, and user experiences were established. In addition, 6 patients were selected to participate in semistructured interviews.RESULTS: The percentage of patients willing to participate in the study (68/90, 76%) and the final participation rate (57/90, 63%) were considered good. The retention rate was acceptable (41/57, 72%), whereas the rate of missing accelerometer data was relatively high (31%). The mean System Usability Scale score was good (77.3). Interviewed patients mentioned that the accelerometer and app were easy to use, motivated them to be more physically active, and provided postdischarge support. The technical shortcomings and comfort of the ankle straps should be improved.CONCLUSIONS: Self-monitoring of PA after discharge appears to be feasible based on good system usability and predominantly positive user experiences in patients with cancer after lobectomy, esophageal resection, or hyperthermic intraperitoneal chemotherapy. Solving technical problems and improving the comfort of the ankle strap may reduce the number of dropouts and missing data in clinical use and follow-up studies.
Een beroerte is de belangrijkste oorzaak van invaliditeit in Nederland. Revalidatie van mensen die een beroerte hebben gehad, is erop gericht hen zo zelfstandig mogelijk in hun eigen omgeving te laten functioneren. Vaak zijn er na de revalidatie nog altijd gevolgen van een beroerte, die het zelfstandig functioneren bemoeilijken. Mensen die een beroerte overleven houden er vaak chronische gevolgen aan over, zoals loop- en balansproblemen, verhoogd valrisico, vermoeidheid en depressie. Deze problemen bij thuiswonende mensen met een beroerte resulteren vaak in een inactieve leefstijl. Dit leidt tot een neerwaartse spiraal waarin de fysieke activiteit steeds verder afneemt, patiënten steeds verder deconditioneren, de verzorgingsbehoefte toe- en de mate van zelfstandigheid afneemt en het risico op een volgende beroerte toeneemt. Studies laten zien dat fysieke activiteit een positief effect op gezondheid heeft van patiënten na beroerte. De technologie om fysieke activiteit betrouwbaar en valide te meten is aanwezig en er is inzicht in belemmerende en faciliterende factoren voor fysieke activiteit. Er is echter nog geen bewezen effectieve interventie voor het aanleren en behouden van een fysiek actieve leefstijl voor patiënten na beroerte. Omdat alle richtlijnen voor beroerte aangeven dat het belangrijk is dat patiënten na beroerte fysiek actief zijn, vragen fysiotherapeuten zich af hoe krijgen en houden wij patiënten na een beroerte actief, dus hoe krijgen wij een actieve leefstijl bij een patiënt? Deze praktijkvraag is “vertaald” naar de volgende onderzoeksvraag: Wat is het effect van een beweegstimuleringsinterventie bij thuiswonende patiënten na beroerte op fysieke activiteit en aerobe capaciteit? Deze onderzoeksvraag wordt in drie stappen uitgewerkt: 1. Het ontwikkelen van een veldtest om aerobe capaciteit te meten in de praktijk, 2 Het ontwikkelen van een interventie gericht op het (langdurig) bevorderen van een fysiek actieve leefstijl; 3. Het testen van de feasibility van de interventie in een pilot studie.
Gebruik van sensoren en data voor het monitoren van welzijn en gezondheid van mens en dier, raakt steeds meer ingeburgerd. Ook voor de paardenhouderij is het interessant om met behulp van sensoren de gezondheid en het welzijn van de paarden te volgen en in geval van ziekte of stress preventief te kunnen handelen. In tegenstelling tot het ruime aanbod voor de veehouderij, zijn er voor paarden nog weinig of geen sensoren beschikbaar voor gezondheidsmonitoring. In dit project zullen halsbanden voor paarden worden ontwikkeld met activiteitssensoren (accelerometers), die gedragsdata verzamelen. Deze data worden vertaald in informatie over het normale en afwijkende gedrag van de paarden. Activiteit en gedrag worden gekoppeld aan gezondheid en het welzijn van het paard. Doel is om een systeem te ontwikkelen waarbij gezondheid en welzijn van de paarden gemonitord wordt met behulp van deze sensor, en waarbij de eigenaar gewaarschuwd wordt wanneer veranderingen in gedrag optreden die voorspellend zijn voor ziekte, stress of afwijkingen.