Comment on Briggs et al., Health literacy and beliefs among a community cohort with and without chronic low back pain [Pain 2010;150:275–283]
README.first is a bilingual collection of mini-essays, published in the run up to the Plokta filmfestival. We’ve asked writers, researchers, theorists, artists, programmers, and others to pick an online video that functions as a stepping stone for their thought and practice and to comment shortly on why they find the video so significant, funny, or outright disturbing. The resulting reflections speak about Silicon Valley obsessions, our mediated social lives, the impact of technology on centuries old games, and more.Plokta showcases film as a frame of socio-technological themes and discussions. With these essays we want to broaden the scope to one of the most significant developments in visual culture of the past decades: the rise of online video. At the Institute of Network Cultures (INC), online video has been a research topic already since 2007, in a continuous project named Video Vortex. Together, Plokta and INC, hope to stimulate reflections before, during and after the festival on what the moving image has to say to us.
MULTIFILE
Public transgressions by group members threaten the public image of a group when outside observers perceive them as representative of the group in general. In three studies, we tested the effectiveness of rejection of a deviant group member who made a racist comment in public, and compared this to several other strategies the group could employ to protect their image. In Study 1 (N¼75) and Study 2 (N¼51), the group was judged less racist after rejecting the deviant than after claiming a non-racist position or not responding to the transgression. Perceived typicality of the deviant partially mediated this effect in Study 2. In Study 3 (N¼81), the group was judged least racist after forcing the deviant to apologize and as most racist after denying the severity of the transgression. Results also showed a negative side-effect of rejection. Perceived exclusion of the deviant contributed to a perception of the group as disloyal to its members, which resulted in a less favorable overall group evaluation. Potential benefits and risks of rejection, denial, and apologies are further discussed in the General Discussion.
Since March 2013, Paul Peeters is a member of the ICAO/CAEP Working Group 3, which is responsible for setting a new fuel efficiency standard for of civil aviation. He does so for the International Coalition for Sustainable Aviation (ICSA). ICSA was established in 1998 by a group of national and international environmental NGOs as official observers. Since its inception, ICSA has contributed to CAEP’s work on technical means to reduce emissions and noise, the role of market-based measures, supporting economic and environmental analysis, modelling and forecasting, and ICAO’s carbon calculator. It has also been invited to present its views at ICAO workshops on carbon markets and bio-fuels, and has presented to the high-level Group on Internation Aviation and Climate Change (GIACC). ICSA uses the expertise within its NGO membership to formulate its co-ordinated positions. To gain the broadest level of understanding and input from environmental NGOs, ICSA communicates with, and invites comment from, other NGO networks and bodies working in related areas. ICSA’s participation in ICAO and CAEP meetings is currently provided by the Aviation Environment Federation (AEF), the International Council for Clean Transportation (ICCT) and Transport and Environment (T&E). See http://www.icsa-aviation.org
During the coronavirus pandemic, the use of eHealth tools became increasingly demanded by patients and encouraged by the Dutch government. Yet, HBO health professionals demand clarity on what they can do, must do, and cannot do with the patients’ data when using digital healthcare provision and support. They often perceive the EU GDPR and its national application as obstacles to the use of eHealth due to strict health data processing requirements. They highlight the difficulty of keeping up with the changing rules and understanding how to apply them. Dutch initiatives to clarify the eHealth rules include the 2021 proposal of the wet Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg and the establishment of eHealth information and communication platforms for healthcare practitioners. The research explores whether these initiatives serve the needs of HBO health professionals. The following questions will be explored: - Do the currently applicable rules and the proposed wet Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg clarify what HBO health practitioners can do, must do, and cannot do with patients’ data? - Does the proposed wet Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg provide better clarity on the stakeholders who may access patients’ data? Does it ensure appropriate safeguards against the unauthorized use of such data? - Does the proposed wet Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg clarify the EU GDPR requirements for HBO health professionals? - Do the eHealth information and communication platforms set up for healthcare professionals provide the information that HBO professionals need on data protection and privacy requirements stemming from the EU GDPR and from national law? How could such platforms be better adjusted to the HBO professionals’ information and communication needs? Methodology: Practice-oriented legal research, semi-structured interviews and focus group discussions will be conducted. Results will be translated to solutions for HBO health professionals.
In dit project werd gekeken naar manieren om tijdig problemen op het raakvlak van mondgezondheid en voeding bij ouderen te laten signaleren door diëtisten en mondhygiënisten. Zo kunnen ondervoeding en slechte mondgezondheid worden voorkomen.Doel Tijdige signalering en aanpak van problemen ten aanzien van voeding en/of mondgezondheid door zowel mondhygiënisten als diëtisten draagt bij aan betere kwaliteit van leven van ouderen en aan betere zorg. Resultaten De afgelopen 2,5 jaar is het project Eten met Lange Tanden uitgevoerd. Hieronder vindt u een overzicht van het project en de resultaten tot nu toe. De centrale vragen in het project waren: Welke vragen zouden mondhygiënisten moeten stellen aan patiënten om risico’s en/of problemen op het terrein van voedingsinname in kaart te brengen? Welke vragen zouden diëtisten moeten stellen aan patiënten om risico’s en/of problemen met mondgezondheid te signaleren? Deelonderzoeken Deelonderzoek 1 - Risicofactoren In dit deelonderzoek zijn door middel van databank-onderzoek en systematische literatuuronderzoek een aantal risicofactoren vastgesteld die een relatie hebben met voedingsproblemen en mondgezondheid bij thuiswonende ouderen van 65 jaar en ouder. Er is een artikel over de risicofactoren vanuit het database-onderzoek ingediend bij een wetenschappelijk tijdschrift. Er wordt momenteel gewacht op commentaar van de beoordelaars, en hopelijk zal er binnenkort goed nieuws volgen. Tevens is er een systematisch literatuuronderzoek gepubliceerd. Het doel van dit onderzoek was het onderzoeken van het verband tussen ondervoeding en mondgezondheid bij ouderen van 60 jaar en ouder. Hierbij zijn associaties gevonden tussen (risico op) ondervoeding en mondgezondheid bij ouderen, met specifieke aandacht voor de harde en zachte weefsels in de mond, evenals de subjectieve mondgezondheid. Deelonderzoek 2 en 3 - Vragenlijst In werkpakket 2 en 3 stond de ontwikkeling van de vragenlijst centraal. De vragenlijst is ontwikkeld met behulp van onder andere de resultaten uit deelonderzoek 1. Er hebben een aantal diëtisten en mondhygiënisten deelgenomen aan een pilot en een landelijk onderzoek waarin de vragenlijst is getest. Het aantal patiënten dat heeft deelgenomen aan de landelijke fase was niet voldoende om de signaleringsvragen definitief vast te stellen. Er zijn echter wel een aantal conceptvragen opgesteld. Deze conceptvragen moeten in een vervolgonderzoek worden vastgesteld. Uit de analyse van de data zijn er wel verschillen naar voren gekomen in de 'eigenschappen' van de patiënten die de diëtist of mondhygiënist bezochten. Patiënten bij de diëtist waren kwetsbaarder, hadden vaker een kunstgebit en hadden meer behoefte aan thuiszorg- en mantelzorgondersteuning. Zij liepen een groter risico op ondervoeding als gevolg van hun voedingspatroon en ondervonden meer praktische problemen, zoals boodschappen doen of koken. Patiënten bij de mondhygiënist hadden vaker een (volledige) eigen dentitie en hadden minder last van chronische ziekten. Zij waren fitter, ondernemender, gebruikten minder medicatie en waren minder afhankelijk van zorg. Deelonderzoek 4 - Interprofessionele samenwerking In dit deelonderzoek hebben er gestructureerde interviews en groepsgesprekken plaatsgevonden, waaronder gesprekken tussen diëtisten en mondhygiënisten. Tijdens deze gesprekken zijn interessante resultaten naar voren gekomen. Ten eerste werd vastgesteld dat er nauwelijks tot geen samenwerking is tussen diëtisten en mondhygiënisten. Daarnaast kwam naar voren dat deze zorgprofessionals elkaar zelden tegenkomen in hun professionele netwerken en dat er weinig kennis is over elkaars vakgebied en expertise. Bovendien bleek dat adviezen met betrekking tot voeding en mondzorg niet worden afgestemd, en soms zelfs tegenstrijdig zijn. Deze bevindingen zijn beschreven in een artikel dat is ingediend bij een wetenschappelijk tijdschrift ter publicatie. Het artikel bevindt zich momenteel nog in de reviewfase en is nog niet gepubliceerd. Daarnaast zijn er interviews gehouden met andere zorgprofessionals en ouderen. Uit deze interviews bleek dat er nog weinig aandacht is voor mondzorg in relatie tot voeding bij andere zorgprofessionals, zoals wijkverpleegkundigen of huisartsen. Ook gaven de ouderen aan dat zij minder belang hechten aan hun mondzorg. De resultaten van deze interviews moeten nog worden verwerkt in een artikel. Overige opbrengsten Tijdens de Diëtistendagen in oktober hebben Inge Cantatore, diëtist in Amsterdam, en Elke Naumann, associate HAN-lector Voeding, Diëtetiek en Leefstijl, de voorlopige resultaten van het project Eten met Lange Tanden gedeeld. Op het najaarscongres van de Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten op 12 november 2021 hebben Liesbeth Haverkort, onderzoeker bij het Lectoraat Innovaties in de Preventieve Zorg van de Hogeschool Utrecht, en Vanessa Hollaar, onderzoeker bij het Lectoraat Voeding, Diëtetiek en Leefstijl van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, ook de relatie tussen (onder)voeding en mondgezondheid gepresenteerd. Op 15 februari 2022 hebben Elke Naumann en Katarina Jerković-Ćosić, HU-lector bij het lectoraat in de Preventieve Zorg, een presentatie gegeven tijdens een Webinar over Mondgezondheid, Ondervoeding en Microbiota. In het vervolgproject Dat smaakt naar meer zal worden gekeken hoe diëtisten en mondhygiënisten samenwerking onderling én in de eigen regio/wijk vorm kunnen geven, zodat aandacht voor voeding en mondzorg geborgd is en zo bijdraagt aan kwaliteit van leven en gezondheid in de wijk/regio. Looptijd 01 juni 2019 - 01 juni 2021 Downloads en links