Marketingactiviteiten zijn over het algemeen gericht op het creëren van vraag en het stimuleren van consumptie. Dit lukt vrij aardig, maar leidt ook tot steeds grotere klimaatproblemen. Het zou dus mooi zijn als merken consumenten kunnen aanzetten tot minder consumeren. Kotler en Levy (1971) noemden dit demarketing. Maar hoe doe je dat dan als merk?
LINK
Waarom gaan mensen naar festivals? Hoe beleven ze een festival? Waarom komen ze wel of niet terug? Hoe kunnen festivalorganisatoren de motivatie en beleving van bezoekers effectief beïnvloeden? Wat betekenen sociale media voor de festivalbeleving? Antwoorden op deze vragen helpen festivalorganisatoren een uniek festival aan te bieden en effectiever resultaten te behalen en overtuigender te rapporteren naar subsidieverstrekkers en sponsors. Het Crossmedialab, onderdeel van het Kenniscentrum Communicatie & Journalistiek van de Hogeschool Utrecht, heeft onderzoek uitgevoerd naar festivalbeleving. Dit cahier geeft een overzicht van onder zochte theorieën en bevat een integraal overzicht van factoren die van invloed zijn op de festivalbeleving. Nieuwe inzichten en het uniek ontwikkelde model van festivalbeleving biedt onderzoekers, eventprofessionals en vakdocenten kansen voor verder onderzoek en praktische toepassing.
DOCUMENT
‘Als bewust en onbewust het niet met elkaar eens zijn, naar welk systeem luistert de klant dan?’ Stel: je loopt tegen sluitingstijd in een winkel en je hebt nog maar enkele minuten om je boodschappen te doen. Het personeel is de winkel al aan het opruimen, terwijl jij nog snel langs de schappen snelt en wat boodschappen voor het avondeten in je mandje doet. Welke producten zul je kiezen? Je kunt kiezen uit een enorm assortiment, maar je hebt maar weinig tijd om er over na te denken. Waarschijnlijk kies je voor de producten die je al kent en waar je een goed gevoel over hebt, zonder hier al te veel over na te denken. Zou je wat meer tijd hebben, dan zou je waarschijnlijk wat langer stil staan bij jouw keuze en een meer rationele afweging maken.
LINK
Gezondheidscommunicatie en de psychologie van gedrag
DOCUMENT
Reint Jan Renes, lector Psychologie voor een Duurzame Stad aan de Hogeschool van Amsterdam, is specialist op het gebied van de psychologie van maatschappelijke vraagstukken en gedragsverandering. Wat zou hij als minister van Infrastructuur en Waterstaat als prioriteit kiezen om de verkeersveiligheid in ons land te verhogen?
LINK
Lectorale rede, in verkorte versie uitgesproken bij de aanvaarding van de functie van lector Dynamische Talentinterventies aan Fontys Hogeschool HRM en Psychologie op 29 september 2016.
DOCUMENT
Lectorale rede, in verkorte vorm uitgesproken bij de aanvaarding van de functie van lector Mens en Technologie aan Fontys Hogeschool HRM en Psychologie op 7 juni 2013. In deze rede wordt men meegenomen op een tochtje door de wereld van mens en technologie. Eerst worden een aantal relevante ontwikkelingen op het snijvlak van psychologie en technologie getoond. Vervolgens wordt men meegenomen in de praktijk door voor verschillende toepassingsdomeinen de mogelijkheden van technologie te laten zien en relevantie onderzoeksvragen te bespreken. Tenslotte wordt door de wereld van het HBO en het lectoraat gereisd, waarbij wordt getoond wat de missie is van het lectoraat en hoe er gestalte aan gegeven zal worden. Onderweg wordt geregeld uit het raampje gekeken om inspirerende voorbeelden te zien van projecten, producten en samenwerkingsverbanden.
DOCUMENT
In ‘samenwerking’ speelt de psychologische natuur van de mens een merkwaardige rol. Dat wat ons verbindt, kan ons ook verdelen. Zo kan taakherschikking tussen tandartsen en mondhygiënisten zowel een integrale samenwerking accommoderen als weerstand tussen deze beroepsgroepen faciliteren. Enerzijds kan taakherschikking meer flexibiliteit en aansluiting van behandelingen mogelijk maken. Anderzijds kunnen de groepsleden het als een bedreiging ervaren voor hun eigen beroepsidentiteit, voor het economisch bestaansrecht van hun beroepsgroep, of voor de kwaliteit van de mondzorg. Hoe ontwikkelt een team zich en hoe kunt u dat sturen?
DOCUMENT
Om de opwarming van de aarde onder de 1,5 graden te houden en ernstige gevolgen van klimaatverandering zoveel mogelijk te voorkomen, moeten we naar nul uitstoot in 2050 (Net Zero). Welvarenden kunnen hierin een sleutelrol vervullen. Mensen met een hoge sociaaleconomische positie (SEP) consumeren namelijk relatief veel en hebben een grote ecologische voetafdruk. Daarnaast heeft de hoge SEP groep grote invloed op de voetafdruk van anderen via hun sociale netwerk en financiële middelen, ook wel de ‘handafdruk’ genoemd. Aansturen op minder consumptie en veranderen van de sociale norm ten aanzien van duurzame keuzes, met name bij én door mensen met een hoge SEP, is tot dusverre nog relatief onderbelicht in onderzoek, beleid en uitvoering. In dit rapport delen we de resultaten van de 55 vragen die we deelnemers hebben gesteld verdeeld over vijf thema's: 1. Zorgen over klimaatverandering; 2. Percepties van rol(len); 3. Huidig gedrag, descriptieve norm, samenlevingsnorm; 4. Veranderbereidheid - vrijwillig en via regulerend beleid; 5. Kennis van klimaatimpact van gedrag.
DOCUMENT
De ontwikkelingspsychologie bestudeert de verandering in de ontwikkeling van de mens. Die ontwikkeling is een wisselwerking tussen de lichamelijke en geestelijke groei en leren. De ontwikkeling wordt beïnvloed door het leren. Maar bij het leren moet je rekening houden met het ontwikkelingsstadium van het kind. Het kind doorloopt de verschillende stadia in een vaste volgorde, want wat in het ene stadium verworven is is nodig bij het volgende stadium. In de ontwikkelingspsychologie zijn verschillende stromingen. In sommige wordt de ontwikkeling biologisch verklaard, in andere is er meer nadruk op de ontwikkeling van het persoonlijke en weer andere vinden de omgeving van het kind in grote mate bepalend. In een biologische opvatting wordt de ontwikkeling van het kind gezien als een evolutie die zich als het ware vanzelf voltrekt. Je zou dan als opvoeder alleen de voorwaarden zo gunstig mogelijk moeten maken. De volwassene kan op afstand blijven. Een andere stroming is het behaviorisme. In het behaviorisme is het gedrag het onderwerp waar de psychologie over gaat. Men onderzoekt en beschrijft de gedragingen van het kind. Aanleg en erfelijkheid zijn onbelangrijk voor een behaviorist. Alleen het gedrag is te onderzoeken omdat het waarneembaar en toetsbaar is. Het behaviorisme heeft veel invloed gehad op de psychologie. Alle gedragingen kunnen teruggebracht worden tot (geconditioneerde) reflexen. De tendens is optimistisch: je kunt gewenst gedrag aanleren. In de psychoanalytische stroming spelen het onbewuste en het onderbewuste een grote rol. De betekenis van deze denkwijze in de psychologie is dat de wereld van het on(der)bewuste `zichtbaar' is gemaakt. Bovenstaande visies kunnen verschillende gebieden beslaan. Onderzoekers kunnen zich bezig houden met intellectuele, morele, esthetische of sociale terreinen van de ontwikkeling.
DOCUMENT