BACKGROUND: Intentional weight loss in obese older adults is a risk factor for accelerated muscle mass loss. We investigated whether a high protein diet and/or resistance exercise preserves fat free mass (FFM) during weight loss in overweight and obese older adults.METHODS: We included 100 overweight and obese adults (55-80 year) in a randomized controlled trial (RCT) with a 2 × 2 factorial design and intention-to-treat analysis. During a 10-week weight loss program all subjects followed a hypocaloric diet. Subjects were randomly allocated to either a high protein (1.3 g/kg body weight) or normal protein diet (0.8 g/kg), with or without a resistance exercise program 3 times/week. FFM was assessed by air displacement plethysmography.RESULTS: At baseline, mean (±SD) BMI was 32 ± 4 kg/m(2). During intervention, protein intake was 1.13 ± 0.35 g/kg in the high protein groups vs. 0.98 ± 0.29 in the normal protein groups, which reflects a 16.3 ± 5.2 g/d higher protein intake in the high protein groups. Both high protein diet and exercise did not significantly affect change in body weight, FFM and fat mass (FM). No significant protein*exercise interaction effect was observed for FFM. However, within-group analysis showed that high protein in combination with exercise significantly increased FFM (+0.6 ± 1.3 kg, p = 0.011).CONCLUSION: A high protein diet, though lower than targeted, did not significantly affect changes in FFM during modest weight loss in older overweight and obese adults. There was no significant interaction between the high protein diet and resistance exercise for change in FFM. However, only the group with the combined intervention of high protein diet and resistance exercise significantly increased in FFM.TRIAL REGISTRATION: Dutch Trial Register, number NTR4556, date 05-01-2014.
Aims: This systematic review and meta-analysis evaluates the additional effect of exercise to hypocaloric diet on body weight, body composition, glycaemic control and cardio-respiratory fitness in adults with overweight or obesity and type 2 diabetes. Methods: Embase, Medline, Web of Science and Cochrane Central databases were evaluated, and 11 studies were included. Random-effects meta-analysis was performed on body weight and measures of body composition and glycaemic control, to compare the effect of hypocaloric diet plus exercise with hypocaloric diet alone. Results: Exercise interventions consisted of walking or jogging, cycle ergometer training, football training or resistance training and duration varied from 2 to 52 weeks. Body weight and measures of body composition and glycaemic control decreased during both the combined intervention and hypocaloric diet alone. Mean difference in change of body weight (−0.77 kg [95% CI: −2.03; 0.50]), BMI (−0.34 kg/m2 [95% CI: −0.73; 0.05]), waist circumference (−1.42 cm [95% CI: −3.84; 1.00]), fat-free mass (−0.18 kg [95% CI: −0.52; 0.17]), fat mass (−1.61 kg [95% CI: −4.42; 1.19]), fasting glucose (+0.14 mmol/L [95% CI: −0.02; 0.30]), HbA1c (−1 mmol/mol [95% CI: −3; 1], −0.1% [95% CI: −0.2; 0.1]) and HOMA-IR (+0.01 [95% CI: −0.40; 0.42]) was not statistically different between the combined intervention and hypocaloric diet alone. Two studies reported VO2max and showed significant increases upon the addition of exercise to hypocaloric diet. Conclusions: Based on limited data, we did not find additional effects of exercise to hypocaloric diet in adults with overweight or obesity and type 2 diabetes on body weight, body composition or glycaemic control, while cardio-respiratory fitness improved.
In dit project verricht het lectoraat Familiebedrijven van Hogeschool Windesheim samen met de Hogeschool Utrecht, Hogeschool van Amsterdam, CUMELA, de Jong & Laan en MKB familiebedrijven praktijkgericht onderzoek naar financiering en besluitvorming bij MKB familiebedrijven. Nu banken vanwege de economische crisis terughoudender zijn geworden in kredietverlening en hun financieringseisen hebben verzwaard, zijn meer bedrijven aangewezen op eigen middelen en familiekapitaal. Vormen van zelf-financiering worden steeds belangrijker om groei en continuïteit van MKB familiebedrijven te waarborgen. Met name bij de overdracht van kapitaalintensieve MKB familiebedrijven worden complexe financieringsconstructies bedacht om de overname mogelijk te maken. Vaak wordt hierbij onvoldoende nagedacht over het onderscheid tussen de verschillende rollen die familieleden kunnen hebben als ze met hun vermogen in het bedrijf zitten (eigenaar of andere vermogensverschaffer, familielid, directielid, werknemer). Hierdoor kan onduidelijkheid ontstaan over onderwerpen zoals besluitvorming, rendement op vermogen, zeggenschap en beloningsstructuren, waardoor op termijn conflicten kunnen ontstaan. Daarnaast kan de besturing van ondernemingen door de verschillende belangen van vermogensverschaffers in negatieve zin worden beïnvloed en kan dit (op termijn) de continuïteit, wendbaarheid en groei van ondernemingen in gevaar brengen. Zowel in de praktijk als in het onderzoek ontbreekt het aan kennis over hoe met deze problematiek kan worden omgegaan. Dit project heeft daarom tot doel om samen met de projectpartners nieuwe kennis te ontwikkelen rond zelf-financiering en besluitvorming in MKB familiebedrijven. Door middel van ontwerpgericht praktijkonderzoek wordt bestaande en nieuwe kennis over de rol van zelf-financiering en de positie van eigenaren omgezet in oplossingsrichtingen ter verbetering van de besluitvorming in MKB familiebedrijven. Door het monitoren van de uitgevoerde interventies zal worden vastgesteld of de oplossingsrichtingen in de praktijk werken. De kennis die uit dit project voortkomt beoogt daarmee het handelingsvermogen van eigenaren en directieleden te vergroten en zelf-financiering als mogelijke financieringsbron effectiever te maken.
De inzet van blended care in de zorg neemt toe. Hierbij wordt fysieke begeleiding (face-to-face) met persoonlijke aandacht door een zorgprofessional afgewisseld met digitale zorg in de vorm van een platform of mobiele applicatie (eHealth). De digitale zorg versterkt de mogelijkheden van cliënten om in hun eigen omgeving te werken aan gezondheidsdoelen en handvatten tijdens de face-to-face momenten. Een specifieke groep die baat kan hebben bij blended care zijn ouderen die na revalidatie in de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) thuis verder revalideren. Focus op zowel bewegen (door fysio- en oefentherapeut) en voedingsgedrag (door diëtist) is hierbij essentieel. Echter, na een intensieve zorgperiode tijdens hun opname wordt revalidatie veelal thuis afgeschaald en overgenomen door een ambulant begeleidingstraject of de eerste lijn. Een groot gedeelte van de ouderen ervaart een terugval in fysiek functioneren en zelfredzaamheid bij thuiskomt en heeft baat bij intensieve zorg omtrent voeding en beweging. Een blended interventie die gezond beweeg- en voedingsgedrag combineert biedt kansen. Hierbij is maatwerk voor deze kwetsbare ouderen vereist. Ambulante en eerste lijn diëtisten, fysio- en oefentherapeuten erkennen de meerwaarde van blended care maar missen handvatten en kennis over hoe blended-care ingezet kan worden bij kwetsbare ouderen. Het doel van het huidige project is ouderen én hun behandelaren te ondersteunen bij het optimaliseren van fysiek functioneren in de thuissituatie, door een blended voeding- en beweegprogramma te ontwikkelen en te testen in de praktijk. Ouderen, professionals en ICT-professionals worden betrokken in verschillende co-creatie sessies om gebruikersbehoefte, acceptatie en technische eisen te verkennen als mede inhoudelijke eisen zoals verhouding face-to-face en online. In samenspraak met gebruikers wordt de blended BITE-IT interventie ontwikkeld op basis van een bestaand platform, waarbij ook gekeken wordt naar het gebruik van bestaande en succesvolle applicaties. De BITE-IT interventie wordt uitgebreid getoetst op haalbaarheid en eerste effectiviteit in de praktijk.
The seaweed aquaculture sector, aimed at cultivation of macroalgal biomass to be converted into commercial applications, can be placed within a sustainable and circular economy framework. This bio-based sector has the potential to aid the European Union meet multiple EU Bioeconomy Strategy, EU Green Deal and Blue Growth Strategy objectives. Seaweeds play a crucial ecological role within the marine environment and provide several ecosystem services, from the take up of excess nutrients from surrounding seawater to oxygen production and potentially carbon sequestration. Sea lettuce, Ulva spp., is a green seaweed, growing wild in the Atlantic Ocean and North Sea. Sea lettuce has a high nutritional value and is a promising source for food, animal feed, cosmetics and more. Sea lettuce, when produced in controlled conditions like aquaculture, can supplement our diet with healthy and safe proteins, fibres and vitamins. However, at this moment, Sea lettuce is hardly exploited as resource because of its unfamiliarity but also lack of knowledge about its growth cycle, its interaction with microbiota and eventually, possible applications. Even, it is unknown which Ulva species are available for aquaculture (algaculture) and how these species can contribute to a sustainable aquaculture biomass production. The AQULVA project aims to investigate which Ulva species are available in the North Sea and Wadden Sea which can be utilised in onshore aquaculture production. Modern genomic, microbiomic and metabolomic profiling techniques alongside ecophysiological production research must reveal suitable Ulva selections with high nutritional value for sustainable onshore biomass production. Selected Ulva spp lines will be used for production of healthy and safe foods, anti-aging cosmetics and added value animal feed supplements for dairy farming. This applied research is in cooperation with a network of SME’s, Research Institutes and Universities of Applied Science and is liaised with EU initiatives like the EU-COST action “SeaWheat”.