The municipality of Amsterdam wants to have an emission free taxi sector by 2025. In order to reach that goal, the city has taken a number of measures which favour clean taxis above conventional taxis. One of these measures is an innovative priority privilege scheme at the Amsterdam Central Station taxi stand, which should lead to shorter waiting times and more trips for clean taxis. The municipality wants to know if the measure is effective. In this study, we present an analysis of visiting behaviour of clean and regular (diesel) taxis in order to assess the effectiveness of the privilege scheme to attract more clean taxis. As such it aims to contribute to a better understanding of the effect of the priority measure at the Amsterdam Central Station and to provide input for policy makers to introduce incentive schemes to stimulate clean taxis in cities. Analysed data covers a timespan from one year, starting October 2015 when the privilege scheme started with a call rate of 1 clean taxi to each 4 taxis called for a ride. The analysis shows the number of arriving clean taxis to shift from 1:6 to 1:4 during the observation period. Based on this analysis the municipality decided to modify the preference ratio beginning 2017. This study contributes to a better understanding of the effect of the privilege measures and provides input for policy makers introducing incentives to stimulate clean taxis in cities.
City Deal Kennis Maken (CDKM) in Zwolle heeft tot doel studenten, docenten en onderzoekers structureel te betrekken bij de maatschappelijke opgaven van (regio) Zwolle. Dit doet zij door de stad aan te bieden als rijke leeromgeving waarin gemeente en kennispartners met elkaar samenwerken aan opgaven binnen de volgende vier thema’s: • de groene omgeving (klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie), • de zorgzame samenleving, • de wendbare en inclusieve werkomgeving en • de informatiesamenleving. De CDKM beoogt zoveel mogelijk de bestaande structuren en agenda’s in de stad te versterken en de samenwerking tussen gemeente en kennisinstellingen te bevorderen. Een belangrijke eerste stap hierin is het organiseren van de vraagarticulatie, om zo te komen tot dynamische kennisagenda’s als basis voor het vormgeven van samenwerking in projecten, onderzoeken en curricula. Een tweede stap is om het proces van leren en delen effectief vorm te geven. Dan gaat het om zowel de samenwerking binnen de CDKM in Zwolle, als het breder delen van de ontwikkelde kennis en opgedane ervaringen vanuit de inhoudelijke kennisagenda met andere initiatieven en structuren. Om bij te dragen aan het oplossen van maatschappelijke problemen is de uitdaging om de kennis en inzichten vanuit de CDKM dusdanig op te schalen en te ontsluiten naar de stad en regio, dat deze daar verder tot waarde komt. Het eerste programmajaar van de City Deal heeft Zwolle benut om de organisatie van de samenwerking neer te zetten, te bouwen aan samenwerking rond de vier strategische thema’s en eerste concrete samenwerkingsprojecten te realiseren. De ervaringen en inzichten van dit eerste jaar leiden tot een actieve focus op het thema ‘informatiesamenleving’ voor het tweede en derde programmajaar.
‘Bomentaal’ betreft de ruimtelijke samenhang tussen boomsoorten, beplantingstypen en boomstructuren, en hun specifieke locatie (stad, wijk of straat). Dit onderzoek naar de configuraties van boombeplanting in Delft is de eerste stap om een nieuwe methodiek te ontwikkelen om dit vocabulaire van boomstructuren in Nederlandse laaglandsteden te ontrafelen, als drager en handvat voor de herziening en uitbreiding van het urban forest in Nederland. Stadsbomen zijn de ruggengraat van de groene stedelijke ruimte en leveren een belangrijke bijdrage aan het omgaan met gevolgen van klimaatverandering zoals hittestress, wateroverlast, luchtkwaliteit en achteruitgang van biodiversiteit. Dit is niet los te zien van de baten voor de gezondheid, de leefbaarheid, en het versterken van de stedelijke identiteit. Dit vraagt om een evaluatie en uitbreiding van het urban forest. Omdat de uitbreiding van het urban forest plaats zal vinden in en om bestaande steden is kennis van de bomentaal van deze steden onontbeerlijk. Het onderzoeken van de bestaande bomentaal - het scheppen van een ordening en het benoemen en tonen van essentiële eigenschappen verschillende typen boomstructuren - is onontbeerlijk bij de herziening en uitbreiding ervan. Voor dit onderzoek is gekozen voor de stad Delft: een typische laaglandstad met een lange geschiedenis van stedelijke boombeplanting, en een grote transformatieopgave wat betreft uitbreiding en vernieuwing van de woningvoorraad, klimaatadaptatie, gezondheid en welzijn, leefbaarheid en het behoud van identiteit. Door de kleine schaal van Delft kan de ontsluiting van diens bomentaal derhalve als test-case dienen voor het ontwikkelen van methodes, inzichten en perspectieven voor het urban forest van het Nederlandse laagland. Het onderzoek analyseert de kenmerkende beplantingsstructuren in Delft op drie schaalniveaus (boom, boomarrangementen, groenstructuur) in diagrammatische tekeningen, beelden en tekst op basis van veldonderzoek, historische documentatie en cartografisch onderzoek. Zowel de fysiek-ruimtelijke, technische als sensorische aspecten van de bomentaal worden in kaart gebracht.
GROUNDED bundelt kennis op gebied van sensoring, analyse, visualisatie en interpretatie van data over onze leefomgeving: het aardoppervlak waarop we leven, wonen en werken én de bodem daaronder. Die bodem geeft houvast voor steden en dorpen, is bepalend voor ons omgaan met klimaat en geeft ruimte aan duurzame energie, natuur en recreatie. Die bodem kent vervuilingen, lozingen, erfgoed en leidingen. Tegelijkertijd zien we weinig van deze bodem en het effect ervan op onze bovengrondse leefomgeving. GROUNDED verenigt kennis en expertise over het hele (data-)traject vanuit de volgende belofte: 1. Identificatie en verwijderen van belemmeringen voor toepassing van data: de kracht van de praktijk. 2. Voorspellende analyse door diversiteit en meervoudig gebruik van data met behulp van gevaloriseerde en gewaardeerde algoritmen: de kracht van meervoudige analyse. 3. Grootschalige acquisitie van data via cross-over gecombineerde multi-channel sensor- en databronnen, remote en in-situ: de kracht van gecombineerde dedicated data. 4. Toegankelijk en bespreekbaar maken van data voor inwoners en belanghebbenden: de kracht van de dialoog tussen burger en overheid. Wij richten ons op concrete opgaven uit de leefomgeving. Voorbeelden hiervan zijn het in beeld brengen van grondwaterpatronen voor klimaatverandering en stedelijke ontwikkeling, het signaleren van verontreinigingen door dumpingen, lekkende leidingen of onbewuste gevolgen van industriële en menselijke (neven-) activiteiten op de samenhangende bodem-, water- én luchtkwaliteit, detectie van lijken, erfgoed, of zeldzame diersoorten, de invloed van het opwekken van duurzame energie met windmolens, zonneweides én aardwarmte, de impact van hitte, etc. Opgaven waarin zowel de boven- als ondergrond een belangrijke, geïntegreerde rol spelen. Met onze bijdrage dragen wij bij aan de nationale Kennis- en Innovatie Agenda’s ‘sleuteltechnologieën’, ‘energietransitie en duurzaamheid’ en ‘veiligheid’.