In 2017, Denmark sent the first digital ambassador, Casper Klynge, to Silicon Valley. The aim of this move of ‘techplomacy’ was, as Klynge explained, not simply to distribute greetings notes by the Danish queen. Rather, the intention was to ‘update diplomacy’ based on the recognition that a few tech companies have obviously become much ‘more influential than some nation states’. Klynge framed the new political course in the manner of a well-known old but still utterly contemporary mantra: ‘There is no alternative’. In a similar vein, Denmark’s Foreign Minister Anders Samuelson highlighted the importance of the step as follows: ‘Just as we engage in a diplomatic dialogue with countries, we also need to establish and prioritize comprehensive relations with tech actors, such as Google, Facebook, Apple, and so on. (…) The idea is, we see a lot of companies and new technologies that will in many ways involve and be part of everyday life of citizens in Denmark.'
Marketeers, fondsenwervers, politici, gezondheidsvoorlichters en vertegen-woordigers denken allemaal dat zij een uniek beroep hebben. Beïnvloedings-expert Robert Cialdini laat echter zien dat zij grotendeels de zelfde trukendoosgebruiken. In zijn nieuwste boek Pre-suasion raadt hij alle beroepsgroepen aanom mensen eerst rijp te maken voor de eigen boodschap, voordat het overtuigenbegint. Pre-suasion is nu al in dertig talen beschikbaar.
Ik ben realist genoeg om te beseffen dat het individualisme en hedonisme, dat zich diep in onze samenlevingen heeft geworteld, niet zomaar uit onze cultuur zal verdwijnen. Toch moet er iets gebeuren. Er moet een veel grotere inspanning van de oudere generaties in het onderwijzen van de jonge generatie gevraagd worden. Maar andersom mag en moet van de jongere generatie ook een veel grotere inzet in hun eigen onderwijs gevraagd worden. Het feest is over! Van de leerling en student vragen we een grotere concentratie op school en universiteit, 40 uur per week studeren zou de werkelijkheid moeten zijn en van ouders vragen we grotere financiële offers evenals dat ze hun kinderen moeten helpen bij hun leerproblemen, hoe eerder des te beter. En uiteraard zullen we voor degenen die uit de lage sociaaleconomische milieus komen veel hogere beurzen beschikbaar stellen dan voor de kinderen uit de midden- of hogere klassen. Soms is ongelijke behandeling de beste en snelste weg naar gelijke kansen.
De textiel afvalberg groeit gestaag; aan de ene kant wordt er meer geproduceerd, geconsumeerd en afgedankt; aan de andere kant wordt er niet genoeg hergebruikt. Dit vraagt om oplossingen op meerdere niveaus, zowel technische oplossingen als bewustzijns- en gedragsveranderingen. De kleding- en textielsector, een van de meest vervuilende industrieën , werkt hard aan verduurzaming. In het Beleidsprogramma Circulair Textiel 2020-2025, waarmee de Rijksoverheid beoogt voor 2035 de ecologische voetafdruk van de textielsector te halveren, is een grote rol weggelegd voor de thema’s textielrecycling en consumentenbewustwording. Hoewel de toevoer van textielafval groeit, blijven gezonde verdienmodellen voor de verwerking van textielafval achter. De vraag naar gerecycled textiel is gering. In Trashure doet de Haagse Hogeschool in samenwerking met twee mkb-bedrijven onderzoek naar innovatieve en financieel gezonde businessmodellen voor het bereiken van ‘mainstream’ doelgroepen met producten van textielafval. Consortiumpartner i-did is een sociale onderneming die van gerecycled textiel producten maakt met als doel een zo groot mogelijk maatschappelijk bewustzijn creëren aangaande textielconsumptie. De particuliere afzetmarkt voor de producten is klein, omdat ze geen aansluiting vinden bij een groot publiek. In Trashure wordt verkend hoe een groot ‘mainstream’ publiek bereikt kan worden met producten van textielafval en welke rol design hierin kan spelen. Om deze reden wordt een samenwerking opgezet met duurzame couture ontwerper Ronald van der Kemp (RVDK). Trashure heeft een tweeledig doel: het vergroten van bewustzijn aangaande textielconsumptie en het herwaarderen van textielafval, en het vercommercialiseren van een toegankelijke productlijn met als primaire grondstof textielafval. Het beoogde resultaat is een sustainable business case voor Trashure en een generiek businessmodel waarin de rol van design voor de vercommercialisering en brede acceptatie van circulair textiel centraal staat. De intentie achter de samenwerking is om als voorbeeld functie te fungeren van hoe circulair textiel vermarkt en vercommercialiseerd kan worden.