Hoe veilig is het internet voor jongeren? Zijn online pesterijen, seksuele intimidatie en online oplichting eerder uitzondering of regel? Hoe gaan jongeren om met desinformatie en nepnieuws? Kortom, wat speelt er in deze coronatijd nu jongeren nòg meer afhankelijk zijn van internet? Dit rapport beschrijft de resultaten van een onderzoek naar online veiligheid en mediawijsheid onder 423 Amsterdamse scholieren in het voortgezet onderwijs.
Infographic voor het realiseren van een online leer-ontmoetingsruimte.
MULTIFILE
Het onderwijs bij Zuyd Hogeschool heeft gedurende de coronapandemie een geheel ander karakter. In plaats van fysieke bijeenkomsten op locatie was het onderwijs voornamelijk online. Deze volstrekt andere manier van onderwijs geven en volgen levert nieuwe inzichten op die het waard zijn om vast te leggen en verder te onderzoeken. Om die reden is in april 2020 gestart met de voorbereiding van een onderzoek naar wat studenten en docenten als waardevol ervaren in hun online onderwijs en wat zij daarvan zouden willen behouden in hun onderwijs na de coronapandemie. Vanaf juni is de dataverzameling gestart met een brainstormfase van ideeën (in de vorm van statements) waarvoor alle studenten en docenten van Zuyd Hogeschool werden uitgenodigd. Dat leverde een totaal van 547 statements op. Na een check op relevantie en dubbelingen resteerde een set van 84 statements. Na de zomervakantie tot medio november 2020 zijn deze 84 statements nader onderzocht wederom door alle docenten en studenten uit te nodigen, aangevuld met een uitnodiging aan een groep medewerkers die onderwijskundige rollen en taken vervullen binnen Zuyd Hogeschool. Op basis van de analyses met de 84 statements zijn zeven inhoudelijke thema’s geïdentificeerd, te weten 1 Didactiek, 2 Gebruik Technologie, 3 Planning en roostering, 4 Betrokkenheid, 5 Efficiëntie, 6 Interactie en 7 Randvoorwaarden. Al deze thema’s worden door de ondervraagde studenten en docenten belangrijk geacht en realiseerbaar gevonden. Binnen de clustering van de 84 statements in zeven thema’s is vervolgens nagegaan wat meer dan gemiddeld prioriteit verdient. Dat leidde per thema tot één of meerdere prioriteiten die in de vorm van adviezen in het afsluitende hoofdstuk zijn opgenomen. Daarmee geeft het onderzoek richting aan wat voor de verdere doorontwikkeling van het online onderwijs door studenten en docenten relevant wordt gevonden. Daarbij gaat het altijd om online onderwijs als onderdeel van een opleiding in combinatie met face-to-face onderwijs op locatie. Tot slot maakt het onderzoek helder dat online onderwijs een vraagstuk is dat verschillende aspecten omvat. Het gaat niet alleen om onderwijskundige aspecten, het raakt ook aan de technologie, randvoorwaarden en planning en roostering. Voor de verdere ontwikkeling van het online onderwijs is van belang dat de samenhang tussen deze verschillende aspecten in de werkwijze (van ondersteuners) binnen Zuyd nadrukkelijk op de agenda blijft staan.
De huidige samenleving wordt voortdurend opgeschrikt door publieke discussies over kwesties: Zwarte Piet, (verplichte) inenting, 5G, bomenkap, toeslagen, stikstof, aanpak corona, intensieve veehouderij en ga zo maar door. Dergelijke kwesties beginnen vaak ongemerkt en klein, veelal op sociale media, maar kunnen in korte tijd uitgroeien tot impactvolle issues, zo niet crises. De centrale factor in huidige publieke kwesties is de digitalisering van het publieke debat: sociale media dus. Het verloop van issues is daardoor grilliger dan ooit. Issuemanagement is hierdoor een andere discipline geworden waar communicatieprofessionals over het algemeen nog onvoldoende mee om weten te gaan. Van hen wordt een andere instelling gevraagd: want hoe moet je reageren als ‘iedereen’ reageert en denkt het regeren zelf beter te kunnen? Het is in een notendop het dilemma van een democratische en gedigitaliseerde samenleving vol mondige burgers. Het is bij uitstek het huidige dilemma van de communicatieprofessional in het publieke domein. Om deze reden is het veelal niet langer het issue maar de aanloop daarnaar die opgemerkt en begeleid moet worden. Omdat we met dit onderzoek organisaties handvatten willen geven voor een adequate reactie op een issue, zijn met name de geboorte- en groeifase van issues van belang. In werkpakketten worden vijf cases onderzocht die door de publiekspartners zijn ingebracht. We hanteren een estafettemethode: de kennis van het ene werkpakket wordt meegenomen naar het volgende terwijl per werkpakket wel dezelfde methode gehanteerd wordt. Deze methoden zijn deskresearch, interactieanalyse van online en offline data, interviews met professionals en met burgers. Op basis van dit onderzoek wordt een breed toepasbare en structurele aanpak ontwikkeld om ‘de communicatieprofessional in issuemanagement te equiperen’. We willen dit bereiken door enerzijds kennis en inzicht te vergaren en anderzijds door de resultaten daaruit voor publieke organisaties te vertalen in praktische handgrepen (trainingen en/of tools).
Tijdens de Covid-19 lockdown in 2020 zijn logopedisten veel online gaan werken. In de handreiking Online Logopedie heeft het Lectoraat veel kennis gebundeld. We bespreken tips, succesverhalen en ervaren belemmeringen van logopedisten, vanuit literatuuronderzoek, desk research en focusgroepen. Ouders zijn heel positief over online logopedie, logopedisten ervaren vaak meer ouderbetrokkenheid.Doel Opstellen van een handreiking om logopedisten te ondersteunen bij het geven van online logopedie. Resultaten Digitale handreiking met hyperlinks naar bronnen en verdere informatie. Looptijd 01 september 2020 - 01 maart 2021 Aanpak In het project is een literatuurstudie gedaan, is informatie verzameld via sociale media van de beroepsgroep (Facebook en LinkedIn) en zijn twee focusgroepen gehouden. Downloads en links
Het voorstel voor dit platform komt van vijf lectoraten van verschillende kunsthogescholen. Het platform KUNST ≈ ONDERZOEK staat open voor alle onderzoeksdomeinen in kunst en design, van ‘artistic research’ tot de creatieve economie en van stedelijke vernieuwing tot cultuureducatie. Het platform komt voort uit een sterke behoefte om onderzoek in de kunsten in kaart te brengen, zichtbaar te maken en te profileren, maar zeker ook vanuit een wens voor meer samenwerking op verschillende gebieden en niveaus: zowel onderling als met niet-artistieke domeinen. Zowel de aanvragende als de deelnemende lectoraten worden nadrukkelijk betrokken bij de activiteiten van het platform. Kunstonderzoekers en lectoraten worden gestimuleerd en ondersteund om binnen het Platform kleinere thematische netwerken te ontwikkelen. Daarnaast wordt gestreefd naar de realisatie van een volwaardige derde cyclus in de kunsten: het platform zal daar actief aan bijdragen. Platform Praktijkgericht Onderzoek KUO sluit aan bij de volgende onderzoeksagenda’s en thema’s: NWA Route 14 en de investeringsagenda NWA, Strategische Onderzoeksagenda HBO ‘Onderzoek met Impact’, thema 9, de Human Capital Agenda en Topsector Creatieve Industrie.