Dit boek is een weerslag van een veelheid aan gesprekken tussen 2018 en 2023 met (oud-) studenten van de prebachelor voor vluchtelingstudenten van Hogeschool Utrecht. De prebachelor bestond uit een jaar voorbereiding op het studeren en werken in Nederland, waardoor doorstroom naar het hoger onderwijs, of naar passend werk mogelijk werd. De verhalen van deze studenten gaan over hun zoektocht in de Nederlandse samenleving. Hoe ze verder gaan met hun leven, zich concentreren op hun gezin of familie in het land van herkomst of elders of hier, nieuwe stappen zetten en proberen bij te dragen aan de samenleving die hen heeft opgenomen. Verhalen ook over de uitdagingen voor jonge mensen die ich moeten aanpassen aan een volledig ander onderwijssysteem. Veel mensen met een vluchtverleden inspireren anderen met hun doorzettingsvermogen en veerkracht. De vraag om hun verhaal te vertellen komt ook met risico's. Vluchtelingen zijn geen onderzoeksobjecten, (over)dragers van inspiratie en empathie. Door vluchtelingen herhaaldelijk te vragen om hun verhaal te vertellen over waarom ze hun toevlucht zochten, maken we hun vluchtelingidentiteit tot essentie. De vier onderzoekers in dit project 'Poort van Hoop', waarvan twee met een vluchtverleden, vonden het daarom van groot belang dat het onderzoek kennisgericht participatief was, zo wederkerig mogelijk, en dat helder was dat wat we met het onderzoek beoogden dat de studenten zelf iets aan de gesprekken konden hebben. De citaten van deze studenten geven een inkijk in hoe docenten, medestudenten en de onderwijsorganisatie een belangrijke rol spelen in hun ervaren welzijn.
Graag wil ik in dit essay betogen dat het een misvatting is om uitsluitend op deze beperkte manier te reflecteren op de christelijke identiteit van de school. Ik vind het een groot punt van zorg dat veel leerkrachten dit in eerste instantie toch lijken te doen. Mijn voorstel is dan ook om de alarmbellen te luiden elke keer als in een gesprek over de identiteit van de school het ‘argument’ klinkt “…. want dit is toch een christelijke school ….” (of variaties op dit argument). We hebben dan namelijk te maken met een onzinuitspraak, een schijnargument. Laat dat dan ook maar worden gezegd, om daardoor vervolgens een heilzame verwarring te laten ontstaan
ICT is veel meer dan een hulpmiddel bij onderwijs en opleiding: zij provoceert een voortdurend nieuwe kijk op de essentie van leren en daarmee ook op het leraarschap. Opvallend is dat ICT in onderwijs penetreert nog voordat er enig model of theorievorming over haar bijdrage gevormd is; dat is pragmatisch en opportunistisch. Sterker nog: als we achteraf kijken naar hervormingen van onderwijsopvattingen, dan worden ze vaak aangedreven door technologische innovaties op dat moment: de entree van de boekdruk, telecommunicatie, computersystemen en virtuele realiteit. Binnenkort zullen we ingrijpende invloeden zien vanuit de biotechnologie, genetische modificatie, nanotechnologie etcetera. De huidige stap van laptop naar het veelkunnende mobieltje is er slechts één van de lange rij ICT-hulpmiddelen die er nog aan gaan komen. Als we de trend van ICT in onderwijs doortrekken, dan valt te verwachten dat 'mobiel leren' vooral zal leiden tot 'ubiquitous learning': overal- en voortdurend leren. Het begrip 'learning by heart' krijgt opnieuw betekenis: niet alleen het 'van buiten' leren, maar het opbouwen van een relatie met het onderwerp dat je bestudeert. De persoon van de docent wordt nog belangrijker dan hij nu al is. Mobiele communicatie gaat haar eerste vruchten afwerpen bij het 'voortdurend leren' van de docent. Het mobieltje en de on-line PDA gaan hierin een cruciale rol spelen. De Fontys lerarenopleidingen nemen met enthousiasme deze voortrekkersrol op zich. Het lectoraat Educatieve Functies van ICT begeleidt docenten en promovendi hierbij.