The increased use of instruments for assessing risks and needs in probation should lead to intervention plans that meet the criteria for effective practice. An analysis of 300 intervention plans from the Dutch probation service showed that the match between the assessed criminogenic needs and the goals and interventions in the intervention plan is fairly low. It was also found that the so-called risk principle is not fully applied by probation officers. In addition, personal goals that the offender values are often not taken fully into account. Finally, the intervention plans have a strong focus on improving human capital, while improving social capital and basic needs often is not part of the intervention plans, even if they were assessed as dynamic criminogenic needs.
Reliability in decision making about intervention plans is a necessary condition for evidence-based probation work and equal treatment of offenders. Structuring decision making can improve agreement between clinical decision makers. In a former study however, we found that in Dutch probation practice structured risk and needs assessment did not result in acceptable agreement about intervention plans. The Dutch probation services subsequently introduced a tool for support in decision making on intervention plans. This article addresses the question whether the use of this tool results in better agreement between probation officers. A significant and meaningful improvement in agreement was found on all domains of the intervention plan. Implications for probation practice are discussed
Although studies point to a relationship between debt and crime, there is a limited understanding of their reciprocal relationship and possible mediating risk factors. Moreover, knowledge about the prevalence and scope of debt among offenders is lacking. Therefore, the present study analyzed 250 client files including risk assessment data from the Dutch probation service on the prevalence of debt and possibly related risk factors. The results show that debt is highly prevalent and complex, which underlines the importance of acquiring more knowledge about debt as a potential risk factor for relapse during supervision. It was found that problems with regard to childhood and living situation, education and work/daytime activities, and mental and physical health may be possible underlying risk factors in the relationship between debt and crime. These insights can help professionals adequately support clients with regard to debt in order to prevent recidivism
MULTIFILE
In dit onderzoek brachten we actuele kennis in kaart over effectief reclasseringstoezicht.Doel Doel van het project was om een systematisch overzicht te maken van werkzame elementen voor reclasseringstoezicht. Dit zijn elementen die aantoonbaar bijdragen aan het verminderen van recidive, voorkomen van uitval, versterken van motivatie voor verandering en verbeteren van het functioneren van delinquenten op verschillende leefgebieden. Resultaten Een onderzoeksrapportage met een overzicht van werkzame elementen voor reclasseringstoezicht. Een Engelse versie van de onderzoeksrapportage: Effective practices in probation supervision: a systematic literature review. Een publieksversie van het onderzoeksrapport waarin de belangrijkste bevindingen zijn samengevat. Een artikel voor een wetenschappelijk tijdschrift (in ontwikkeling). Looptijd 01 oktober 2019 - 31 augustus 2020 Aanpak Er is in de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar reclasseringstoezicht, in Nederland maar vooral ook in het buitenland. Onderzoekers voerden een systematisch literatuuronderzoek uit van de nationale en internationale onderzoeksliteratuur over reclasseringstoezicht vanaf het jaar 2000 en beoordeelden hoe onderbouwd de conclusies zijn. Relevantie voor werkveld en onderwijs Het overzicht van bewezen werkzame elementen voor toezicht op delinquenten is bijzonder nuttig, voor het werkveld en voor hbo-opleidingen die toekomstige forensisch sociale professionals opleiden. Het kan richting geven aan deskundigheidsbevordering, aan beleidsontwikkeling van de reclassering, en ondersteunt keuzes die reclasseringswerkers dagelijks moeten maken in hun begeleidingscontacten met reclasseringscliënten.