Het Kenniscentrum Sociale Innovatie van Hogeschool Utrecht doet onderzoek naar de maatschappelijke effecten van de lokale aanpak extremisme. Centraal staat daarbij de vraag: beschikken eerstelijnswerkers over de nodige kennis en begrip om de mate van bereidheid voor (gewelddadig) extremisme en terrorisme van een individu te beoordelen? Vandaag komt het tweede rapport uit in een reeks van drie. Het verkennende onderzoek richt zich op risico-inschattingen van lokale veiligheidsprofessionals aangaande de volgende vraag: in hoeverre is een jongere over wie signalen van vermeende radicalisering binnenkomen, bereid om geweld te gebruiken? In de meeste gevallen gaat het wellicht om vijandige uitingen of gedrag, maar niet om jongeren die voornemens zijn om daadwerkelijk gewelddadige acties te ondernemen. Als zodanig beslissen eerstelijnsprofessionals bij het adresseren van risico’s of bedreigingen tegelijkertijd ook over het recht op vrijheid van meningsuiting. Dan is het wel van groot belang om in kaart te brengen hoe vermeende signalen gewogen en geduid worden op gemeentelijk niveau.
Hoofdstuk 29 in 'Basisboek Integrale Veiligheid'. Dit hoofdstuk gaat over de risico's die evenementen met zich meebrengen. Allereerst wordt het begrip evenement gedefinieerd (par. 29.2). Vervolgens komt theorie over massagebeurtenissen aan bod (par. 29.3) en wordt ingegaan op ervaringen en lessen (par. 29.4). Tot slot worden de voorbereiding en maatregelen bij evenementen(veiligheid) geschetst (par. 29.5).
Achtergrond Gemeenten en waterschappen hebben de taak om te zorgen voor een klimaatbestendige inrichting om schade door hevige neerslag, hitte en droogte zoveel mogelijk te voorkomen. Om die reden zijn en worden zogenaamde groenblauwe oplossingen aangelegd, zoals infiltrerende stadsparken, wadi's en raingardens. Er zijn echter veel vragen over het functioneren en de risico’s van deze maatregelen. Inzicht in de kansen en risico’s ontbreekt om het adequaat lange termijn functioneren van groenblauwe oplossingen te garanderen. Vraagarticulatie Professionals van gemeenten en waterschappen hebben behoefte aan meer inzicht in groenblauwe oplossingen, zoals: 1. kansen en risico’s 2. kennis over het lange termijn functioneren; 3. interdisciplinaire samenwerking van organisaties binnen de disciplines water, bodem en groen 4. actuele richtlijnen voor ontwerp, aanleg en beheer Hoofdvraag en doelstelling Wat zijn de kansen en risico’s bij het lange termijn functioneren van groenblauwe klimaatadaptieve oplossingen? Aanpak Professionals van publieke en private partijen (met verschillende disciplines als Water, Bodem en Groen) brengen hun ervaringen met groenblauwe oplossingen in kaart. Op meer dan vijftig locaties en in twee proeftuinen onderzoeken we het hydraulisch en milieutechnisch (lange termijn) functioneren. In ClimateCafés worden bestaande praktische tools voor kennisontwikkeling en -uitwisseling doorontwikkeld en ingezet. De nationale data omtrent het fysieke functioneren van groenblauwe maatregelen wordt met het werkveld vertaald naar praktische richtlijnen. Resultaat Het resultaat is een update van de landelijke open source database over groenblauwe oplossingen voor inspiratie en onderzoek waarvan op vijftig locaties participatief onderzoek wordt gedaan. De kennis omtrent kansen en risico's wordt met participatief onderzoek, (bestaande) tools, richtlijnen in vijf interdisciplinaire ClimateCafés landelijk uitgewisseld. Consortium Het consortium betreft een unieke multidisciplinaire samenwerking tussen hogescholen, gemeenten, waterschappen en provincies met diverse organisaties en bedrijven. Het consortium is mede ontstaan uit het Lectorenplatform Delta en Water en verstevigt de strategische samenwerking tussen praktijk professionals, onderzoek en onderwijs.
ln dit project wordt in de context van het Living Lab Upper Citarum een haalbaarheidsstudie uitgevoerd voor de realisatie van een zgn. baggerfabriek@ in Bandung, lndonesië. Een baggerfabriek@ bestaat uit een (deel-) stroomgebied van een rivier waaruit op natuurvriendelijke wijze sediment gewonnen kan worden voor toepassing in bijv. de bouw- en/of waterbouwsector. Bandung is gelegen in het bovenste gedeelte van het stroomgebied van de Citarum rivier op West-Java. De rivier is zwaar verontreinigd en treedt regelmatig buiten zijn oevers, Bovendien is in de periode 2000-2009 circa 86% van het regenwoud in het bovenstroomse gebied verloren gegaan, hetgeen leidt tot ernstige erosie. Frequent baggeren is noodzakelijk in het verstedelijkte gebied om de afvoercapaciteit van de rivier in stand te houden en de kans op overstromingen te reduceren. Tegelijkertijd is er vanwege de snelle verstedelijking in het gebied een grote vraag naar grondstoffen voor de bouw van (droge en natte) infrastructuur en woningen. De vrijgekomen baggerspecie wordt nu op de oevers gestort en is daarmee vrij toegankelijk en beschikbaar voor de lokale bevolking/ondernemers. Dit betekent enerzijds dat (vooral kleine) ondernemers in het gebied toegang hebben tot goedkope grond/bouwmateriaal. Anderzijds levert dit risico's op voor de volksgezondheid: bijv. door directe blootstelling aan verontreinigd bouwmateriaal en indirect door het verbouwen van gewassen op de oevers waardoor verontreiniging mogelijk in de voedselketen terechtkomt. Om op effectieve en verantwoordelijke wijze om te kunnen gaan met baggerspecie, wordt in dit project een systeemanalyse uitgevoerd voor erosie, sedimenttransport en aanzanding in het stroomgebied. Daarnaast wordt een analyse gemaakt van de waardeketen van sediment als bouwmateriaal. Ten slotte, worden de bevindingen uit beide analyses gecombineerd in een specifieke locatie waar veel gebaggerd wordt om de haalbaarheid van een baggerfabriek@ in Bandung op hoofdlijnen vast te stellen. Dit project heeft als doelstelling om de haalbaarheid van een Baggerfabriek@ in Bandung te bepalen. Hierbij ligt de focus op de vraag en aanbod van sediment en de gerelateerde waardeketen en zal niet worden ingegaan op lokale factoren die van invloed zijn op de realisatie en exploitatie van een Baggerfabriek@, zoals wet- en regelgeving en grondverwerving. Het betreft dus een haalbaarheidsstudie op hoofdlijnen in plaats van een volledige haalbaarheidsstudie. Het is de bedoeling om hiermee een eerste stap te zetten voor een pilotproject in het kader van Living Lab Upper Citarum.
Devulkanisatie is een innovatieve techniek om autobanden te recyclen. In tegenstelling tot gangbare recyclemethodes blijven de unieke materiaaleigenschappen van het rubber grotendeels behouden. In de afgelopen periode is veel fundamenteel onderzoek gedaan naar devulkanisatie. Nu is praktijkgericht onderzoek nodig, zodat bedrijven en kennisinstellingen gezamenlijk devulkanisatie naar de praktijk kunnen brengen. De praktijkvraag van dit project is: Hoe kan devulkanisatie worden ingezet als hoogwaardige recyclingtechnologie bij de verwerking van autobanden in Nederland? De praktijkvraag omvat specifieke vragen van bedrijven over devulkanisatie in de waardeketen, van de inzameling van autobanden tot het opnieuw verwerken van het rubber in nieuwe producten. De onderzoeksvraag is: In welke mate zijn end-of-life autobanden op een technologische en economische wijze te scheiden, devulkaniseren en compounderen tot hoogwaardig gerecyclede producten met een positieve milieu-impact? Het lectoraat Kunststoftechnologie bouwt voort op een trackrecord van projecten over devulkanisatie en de recycling van thermoharde composieten. Dit project wordt verder uitgevoerd door een consortium van kennisinstellingen, overkoepelende (branche)organisaties, bedrijven uit de rubber sector en een producent van machines voor de verwerking van rubber. De volgende deelvragen worden beantwoord: 1. Wat zijn de belangrijkste parameters van een continu devulkanisatieproces dat kan worden opgeschaald door de industrie? 2. Wat zijn de specificaties van rubber compounds verkregen uit een continu devulkanisatie-proces met gesorteerde aanvoer van rubber van end-of-life banden? 3. Welke product-markt combinaties zijn mogelijk voor rubber dat is gerecycled in een devulkanisatie proces? 4. Wat zijn de belangrijkste kosten, baten en financiële risico's voor bedrijven die investeren in activiteiten in een industrieel devulkanisatieproces? 5. Op welke manier kan de beste milieu-impact worden bereikt met het vulkanisatieproces van autobanden in een industrieel proces binnen de Europese context? Dit onderzoek leidt tot publicaties en daarnaast een: • in de praktijk gevalideerd continu devulkanisatieproces; • procedé voor bandenrubber devulkanisatie en recompoundering ; • demonstrators; • milieu-impact analyse.