In D. de Waard, K.A. Brookhuis, A. Toffetti, A. Stuiver, C. Weikert, D. Coelho, D. Manzey, A.B. Ünal,S. Röttger, and N. Merat (Eds.) (2016). Proceedings of the Human Factors and Ergonomics SocietyEurope Chapter 2015 Annual Conference. ISSN 2333-4959 (online)
Culture of the Selfie is an in-depth art-historical overview of self-portraiture, using a set of theories from visual studies, narratology, media studies, psychotherapy, and political principles. Collecting information from various fields, juxtaposing them on the historical time-line of artworks, the book focuses on space in self-portraits, shared between the person self-portraying and the viewer. What is the missing information of the transparent relationship to the self and what kind of world appears behind each selfie? As the ‘world behind one’s back’ is gradually taking larger place in the visual field, the book dwells on a capacity of selfies to master reality, the inter-mediate way and, in a measure, oneself.
We zijn boos over wat de zorg kost, over wat de zorg presteert en over het bestuur van de zorg. De boosheid hierover gaan we te lijf met meer regels en meer toezicht — een garantie op nog meer ergernis. Om de agressie jegens cliënten, verzorgers, managers, toezichthouders en overheid te laten verdwijnen, moeten we de ouderdom weer gaan zien als een voortzetting van het leven met andere middelen. Han Noten: ‘De scheiding in ons denken tussen “zelf leven” en “verzorgd worden” moet veel minder strikt worden dan zij nu is.’
De bacheloropleiding sociale geografie en planologie van de Universiteit Utrecht heeft het afgelopen jaar geëxperimenteerd met community engagement. Binnen deze (pilot)cursus werken studenten in de wijk Lunetten samen met lokale actoren aan maatschappelijke vraagstukken. Een belangrijke pijler in dit proces betreft het identificeren van de lokale maatschappelijke kwesties die spelen op buurtniveau. Welke relevante vraagstukken spelen er daadwerkelijk in de wijk, en hoe kunnen we de lokale actoren hier bij betrekken? Het uitgangspunt hierbij is dat lokale actoren en inwoners beschikken over cruciale en relevante kennis die nodig is om een succesvolle samenwerking op te zetten. De ervaring van de pilotcursus leert dat het nog niet duidelijk is welke vaardigheden studenten leren binnen deze specifieke onderwijscontext. Daarbij is het van belang om te onderzoeken welke vaardigheden nodig zijn om de samenwerking tussen maatschappelijke partners en de Universiteit te versterken. Zodoende is het oogpunt van dit onderzoek gericht op de volgende hoofdvraag: Welke vaardigheden ontwikkelen bachelorstudenten sociale geografie en planologie tijdens het identificeren-, en uitwerken van maatschappelijke relevante thema’s op buurtniveau, en welke vaardigheden zijn hierbij relevant om een effectieve samenwerking met lokale actoren te onderhouden? Het onderzoek neemt hierbij de bekende uitspraak van de Romeinse filosoof Seneca als uitgangspunt 'non scholae sed vitae discimus' (we leren niet voor school maar voor het leven). Middels een literatuurstudie worden allereerst de relevante wetenschappelijke theorieën m.b.t. de effecten van rijke leeromgevingen op het opdoen van kennis en vaardigheden in kaart gebracht. Het empirische onderzoek vindt vervolgens plaats binnen de cursus Community Engagement Lunetten. Dit betreft een multiple methods approach waarbij enerzijds kwantitatieve data zal worden verzameld om de verschillende vaardigheden inzichtelijk te maken, alsmede het effect van de leeromgeving en opdrachten binnen de cursus. Daarnaast wordt er ook gebruik gemaakt van kwalitatieve onderzoeksmethoden die zullen zorgen voor meer diepgang binnen de empirische data.