Cybersecurity threat and incident managers in large organizations, especially in the financial sector, are confronted more and more with an increase in volume and complexity of threats and incidents. At the same time, these managers have to deal with many internal processes and criteria, in addition to requirements from external parties, such as regulators that pose an additional challenge to handling threats and incidents. Little research has been carried out to understand to what extent decision support can aid these professionals in managing threats and incidents. The purpose of this research was to develop decision support for cybersecurity threat and incident managers in the financial sector. To this end, we carried out a cognitive task analysis and the first two phases of a cognitive work analysis, based on two rounds of in-depth interviews with ten professionals from three financial institutions. Our results show that decision support should address the problem of balancing the bigger picture with details. That is, being able to simultaneously keep the broader operational context in mind as well as adequately investigating, containing and remediating a cyberattack. In close consultation with the three financial institutions involved, we developed a critical-thinking memory aid that follows typical incident response process steps, but adds big picture elements and critical thinking steps. This should make cybersecurity threat and incident managers more aware of the broader operational implications of threats and incidents while keeping a critical mindset. Although a summative evaluation was beyond the scope of the present research, we conducted iterative formative evaluations of the memory aid that show its potential.
Dit essay geeft een systeemvisie op het ontwikkelen van embedded software voor slimme systemen: (mobiele) robots en sensornetwerken.
Key takeaways from the project underscore the importance of fostering long-term collaborations between technical experts, communities, and institutional partners. By integrating technical innovation with human-centred design, the SUSTENANCE project has not only advanced renewable energy adoption but also established a framework for empowering communities to actively participate in sustainable energy transitions. Moving forward, the lessons learned, and solutions developed provide a solid foundation for addressing future challenges in energy system decarbonization and resilience.
MULTIFILE
Ambtenaren openbare orde en veiligheid spelen een centrale rol in de zorg voor maatschappelijke veiligheid. Hun focus ligt van oudsher op de preventie van slachtofferschap van veelvoorkomende criminaliteit (zoals diefstal, vernielingen en vandalisme) en high impact crime (zoals woninginbraak, overvallen en straatroven) binnen hun verzorgingsgebied. Intussen heeft de digitalisering van de samenleving een ongeëvenaarde gelegenheid voor criminaliteit gecreëerd. De totale maatschappelijke schade van cybercrime werd voor 2018 op 10 miljard euro geschat (1% van BNP). Uit cijfers van het CBS blijkt dat tussen 2012 en 2018 het slachtofferschap van hacken zelfs hoger lag dan dat van fietsendiefstal. Nederlandse gemeenten hebben cybercrime in de afgelopen twee jaar dan ook breed als beleidsprioriteit omarmd. Maar in de vertaling van deze beleidsprioriteit naar concrete acties gaat het mis. Duidelijk is dat de ambtenaren openbare orde en veiligheid een taak voor zichzelf zien in de preventie van cybercrime, maar waar te beginnen? In dit project bundelen professionals uit twaalf gemeenten en vier regionale veiligheidsnetwerken hun slagkracht met onderzoekers van twee hogescholen en het NSCR voor de cyberweerbaarheid van de samenleving. De hoofdvraag van dit project luidt: Met welke interventies kunnen ambtenaren openbare orde en veiligheid de cyberweerbaarheid van burgers en bedrijven binnen hun gemeente vergroten? Middels actieonderzoek werken professionals van gemeenten en regio’s samen met onderzoekers aan het verbeteren van bestaande en het ontwikkelen van nieuwe interventies. Daarbij verscherpen zij hun beeld van de omvang en achtergronden van slachtofferschap van cybercrime. Ook onderzoeken zij achtergronden en verklaringen voor het risicobewustzijn en preventief gedrag onder doelgroepen. Deze inzichten worden in verschillende iteraties aangevuld met effectstudies, om tot een set beproefde interventies te komen waarmee de cyberweerbaarheid van burgers en bedrijven zal toenemen.
Manual labour is an important cornerstone in manufacturing and considering human factors and ergonomics is a crucial field of action from both social and economic perspective. Diverse approaches are available in research and practice, ranging from guidelines, ergonomic assessment sheets over to digitally supported workplace design or hardware oriented support technologies like exoskeletons. However, in the end those technologies, methods and tools put the working task in focus and just aim to make manufacturing “less bad” with reducing ergonomic loads as much as possible. The proposed project “Human Centered Smart Factories: design for wellbeing for future manufacturing” wants to overcome this conventional paradigm and considers a more proactive and future oriented perspective. The underlying vision of the project is a workplace design for wellbeing that makes labor intensive manufacturing not just less bad but aims to provide positive contributions to physiological and mental health of workers. This shall be achieved through a human centered technology approach and utilizing advanced opportunities of smart industry technologies and methods within a cyber physical system setup. Finally, the goal is to develop smart, shape-changing workstations that self-adapt to the unique and personal, physical and cognitive needs of a worker. The workstations are responsive, they interact in real time, and promote dynamic activities and varying physical exertion through understanding the context of work. Consequently, the project follows a clear interdisciplinary approach and brings together disciplines like production engineering, human interaction design, creative design techniques and social impact assessment. Developments take place in an industrial scale test bed at the University of Twente but also within an industrial manufacturing factory. Through the human centered design of adaptive workplaces, the project contributes to a more inclusive and healthier society. This has also positive effects from both national (e.g. relieve of health system) as well as individual company perspective (e.g. less costs due to worker illness, higher motivation and productivity). Even more, the proposal offers new business opportunities through selling products and/or services related to the developed approach. To tap those potentials, an appropriate utilization of the results is a key concern . The involved manufacturing company van Raam will be the prototypical implementation partner and serve as critical proof of concept partner. Given their openness, connections and broad range of processes they are also an ideal role model for further manufacturing companies. ErgoS and Ergo Design are involved as methodological/technological partners that deal with industrial engineering and ergonomic design of workplace on a daily base. Thus, they are crucial to critically reflect wider applicability and innovativeness of the developed solutions. Both companies also serve as multiplicator while utilizing promising technologies and methods in their work. Universities and universities of applied sciences utilize results through scientific publications and as base for further research. They also ensure the transfer to education as an important leverage to inspire and train future engineers towards wellbeing design of workplaces.
Onderzoek laat zien dat jongeren onveilig met het internet omgaan waardoor ze slecht in staat zijn om bijvoorbeeld nepnieuws te herkennen en delen ze online te gemakkelijk gevoelige informatie met elkaar en met derden. Hierdoor zijn ze kwetsbaar voor cyberdreigingen zoals cyberpesten, grooming, intimidatie en identiteitsfraude. We kunnen spreken over een matig niveau van veilig digitaal gedrag onder jongeren. Hoewel er interventies voor het bevorderen van veilig digitaal gedrag zijn ontwikkeld, zijn deze in het algemeen niet gestoeld op kennis over welke factoren beïnvloed moeten worden. Bovendien zijn er nauwelijks effectmetingen gedaan bij uitgevoerde interventies, waardoor het leereffect onduidelijk is. Er bestaat derhalve een hiaat in de kennis over hoe effectieve interventies ontwikkeld moeten worden voor het bevorderen van veilig digitaal gedrag onder jongeren. Doordat wetenschappelijk inzicht ontbreekt over welke factoren bepalend zijn om veilig digitaal gedrag te verbeteren bij jongeren, is het voor leerkrachten van basisscholen moeilijk om adequate lessen te ontwikkelen en worden jongeren momenteel niet goed onderwezen op dit gebied. Het in dit voorstel beschreven onderzoek richt zich op het achterhalen van de factoren die de effectiviteit van interventies voor het verbeteren van veilig digitaal gedrag van jongeren beïnvloeden alsmede het ontwikkelen van zulke interventies. De ontwikkelde interventies worden getest op participerende basisscholen. De centrale onderzoeksvraag luidt: Welke factoren zijn bepalend voor de mate van veilig digitaal gedrag onder basisscholieren van groep 7 en 8 en hoe zijn deze effectief te beïnvloeden? De mate van effectiviteit van de interventies zal gemeten worden door een nulmeting uit te voeren en per interventie een effectmeting te doen. Dit type onderzoek is niet eerder uitgevoerd in Nederland op het gebied van veilig digitaal gedrag. Dit project zal resulteren in een wetenschappelijke paper alsmede onderwijsmateriaal voor de opleidingen PABO en HBO-ICT.