Glastonbury, het theaterfestival in Avignon, North Sea Jazz, Sensation White, deDuitse oktoberfeesten, het carnaval in Rio en Venetië of de Mardi Gras in NewOrleans, de lancering van de nieuwste smartphone of gameconsole, de Fiesta inPamplona, plaatselijke talentenjachten, de May Day Cooper’s Hill Cheese Rollingand Wake, waarbij het de bedoeling is om van een steile heuvel achter eenrollende Gloucester kaas aan te rennen… Het kost tegenwoordig aanzienlijkemoeite om op een vrije dag niet ondergedompeld te worden in allerlei festiviteiten en evenementen. Festivals zijn hierin prominent aanwezig. Maar wat is een festival eigenlijk? Deze studie formuleert hier een antwoord op door het rijke landschap van festivals te schetsen en hoe dit te ontleden is in motivaties voor bezoek, de specifieke bouwstenen van een festival, het festivalDNA, en de plek waar het allemaal gebeurt: de festivalscape. Ondanks dat de laatste decennia het onderzoek naar festivals aanzienlijk is toegenomen is de bezoekersbeleving van festivals een onderwerp waar relatief weinig onderzoekers zich diepgaand mee bezig hebben gehouden. In het tweede gedeelte van dit boek staat beleving centraal, waarbij emotietheorieën worden besproken en allerhande belevingsmodellen en meetmethoden de revue zullen passeren om de weg vrij te maken voor een gerichte en onderbouwde analyse van de bezoekersbeleving, zoals de beleving van sfeer.
De Festival Atlas 2015 geeft een overzicht en analyse van het landschap van muziekfestivals in Nederland in 2015. Dit is een druk en divers landschap. Maar hoe ziet dit festivallandschap er precies uit? Is de programmering van muziekfestivals vernieuwend of is er sprake van McFestivalisatie? Hoe zetten muziekfestivals social media in? En hoe verschilt het festivallandschap per provincie?
Teneinde het opnemen van onderzoeksvaardigheden in het curriculum van de Faculteit Educatieve Opleidingen van de Hogeschool Utrecht te vergemakkelijken en ter ondersteunen, vonden wij het zinvol om een stuk te schrijven over de vermeende tegenstelling tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Een belangrijk uitgangspunt is dat we niet uitgaan van een in de wandelgangen vaak gehoorde tegenstelling tussen universitair en hogeschool onderzoek, waarbij de universiteit kwalificaties als fundamenteel en theoretisch opeist en de praktische kruimels voor het hoger beroepsonderwijs wil laten liggen. Wij gaan daar niet van uit omdat wij geen fundamenteel verschil zien tussen fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek. De grondslagen, de redeneringen, de systematiek zijn in beide gevallen hetzelfde. Op de achtergrond speelt, in ieder geval bij de humaniora van de hoge scholen, nog een andere tweedeling een rol: kwantitatief versus kwalitatief onderzoek. Belangrijke kenmerken van kwantitatief onderzoek zoals ingewikkelde onderzoeksdesigns, grote steekproeven en gecompliceerde statistische analyses zouden het natuurlijk domein van universiteiten zijn. Ook dit werpen we verre van ons. Volgens onze opvatting gaat het in de eerste plaats om 'goed onderzoek' en goed onderzoek vereist niet persé een kwalitatieve benadering of een kwantitatieve benadering. Goed onderzoek geeft in de eerste plaats een antwoord op een vraag die gesteld wordt: de probleemstelling. Zoals het overgrote deel van onderzoekers tegenwoordig rekenen wij ons niet tot kwantitatieve onderzoekers of tot kwalitatieve onderzoekers. Met behulp van onderzoek willen wij een slechts een antwoord geven op de gestelde vraag, de probleemstelling.