This article analyses four of the most prominent city discourses and introduces the lens of urban vitalism as an overarching interdisciplinary concept of cities as places of transformation and change. We demonstrate the value of using urban vitalism as a lens to conceptualize and critically discuss different notions on smart, inclusive, resilient and sustainable just cities. Urban vitalism offers a process-based lens which enables us to understand cities as places of transformation and change, with people and other living beings at its core. The aim of the article is to explore how the lens of vitalism can help us understand and connect ongoing interdisciplinary academic debates about urban development and vice versa, and how these ongoing debates inform our understanding of urban vitalism.
The role of smart cities in order to improve older people’s quality of life, sustainability and opportunities, accessibility, mobility, and connectivity is increasing and acknowledged in public policy and private sector strategies in countries all over the world. Smart cities are one of the technological-driven initiatives that may help create an age-friendly city. Few research studies have analysed emerging countries in terms of their national strategies on smart or age-friendly cities. In this study, Romania which is predicted to become one of the most ageing countries in the European Union is used as a case study. Through document analysis, current initiatives at the local, regional, and national level addressing the issue of smart and age-friendly cities in Romania are investigated. In addition, a case study is presented to indicate possible ways of the smart cities initiatives to target and involve older adults. The role of different stakeholders is analysed in terms of whether initiatives are fragmentary or sustainable over time, and the importance of some key factors, such as private–public partnerships and transnational bodies. The results are discussed revealing the particularities of the smart cities initiatives in Romania in the time frame 2012–2020, which to date, have limited connection to the age-friendly cities agenda. Based on the findings, a set of recommendations are formulated to move the agenda forward. CC-BY Original article: https://doi.org/10.3390/ijerph17145202 (This article belongs to the Special Issue Feature Papers "Age-Friendly Cities & Communities: State of the Art and Future Perspectives") https://www.dehaagsehogeschool.nl/onderzoek/lectoraten/details/urban-ageing#over-het-lectoraat
MULTIFILE
MUSE supports the CIVITAS Community to increase its impact on urban mobility policy making and advance it to a higher level of knowledge, exchange, and sustainability.As the current Coordination and Support Action for the CIVITAS Initiative, MUSE primarily engages in support activities to boost the impact of CIVITAS Community activities on sustainable urban mobility policy. Its main objectives are to:- Act as a destination for knowledge developed by the CIVITAS Community over the past twenty years.- Expand and strengthen relationships between cities and stakeholders at all levels.- Support the enrichment of the wider urban mobility community by providing learning opportunities.Through these goals, the CIVITAS Initiative strives to support the mobility and transport goals of the European Commission, and in turn those in the European Green Deal.Breda University of Applied Sciences is the task leader of Task 7.3: Exploitation of the Mobility Educational Network and Task 7.4: Mobility Powered by Youth Facilitation.
De installatiebranche staat voor een aantal grote uitdagingen. Het personeel vergrijst en minder jongeren kiezen voor een baan in de installatiebranche. Tegelijkertijd vindt er een inhoudelijke transitie plaats, mede gedreven door technologische innovaties van prestatiegericht installeren naar mensgericht installeren. Het betekent dat installaties in gebouwen niet alleen energiezuinig behoren te zijn maar ook behoren zij bij te dragen aan het welzijn en de gezondheid van de gebruikers. Ook het huidige personeel zal op een andere manier moeten gaan werken dan gewend te zijn. Grotere bedrijven zetten meer en meer opkomende technologieën in, maar hoe snel kan het MKB hierin meebewegen? En zullen deze ontwikkelingen meer jongeren naar de branche trekken? Doel Het OMTECH_IDGB project onderzoekt in hoeverre het MKB in de installatiebranche gereed is om te kunnen werken met opkomende technologieën, zoals bijvoorbeeld AI en AR. Vragen zijn: Hoe opereert het MKB in de installatiebranche bij het gebruik van AI en AR? Wat zijn aantrekkelijke use cases voor het gebruik van opkomende technologieën? Hoe krijgen wij onze mensen, maar ook jongeren gereed om te werken in een digitale werkomgeving? Resultaten Overzicht van use cases, animatie over werken met AI en AR in de installatiebranche en een RAAKpro vooraanmelding over inzet van AI en AR in de installatiebranche. Looptijd 01 november 2020 - 31 mei 2021 Aanpak Literatuurstudie/deskresearch naar opkomende technologieën, AI en AR, zowel binnen als buiten de installatiebranche. Inventariseren van het gebruik en inzet van opkomende technologieën in de installatiebranche. Ophalen van ‘use cases’ in de praktijk d.m.v. interviews. Bijeenkomsten met de praktijk. In een samenstelling van professionals, ontwikkelaars, branche organisaties, MKB partijen en groot bedrijven op dit thema. Met als doel om het verder uitwerken en scherp stellen van de vraag te bewerkstelligen. In dit project wordt tevens samengewerkt met het Centre of Expertise Smart Sustainable Cities.
In dit project zal Hogeschool Utrecht samen met praktijkpartners een vooronderzoek uitvoeren ten behoeve van de inrichting van een Living Lab waarmee in de context van duurzame renovatie nieuwe circulaire concep-ten door bedrijven in een werkelijke woonomgeving kunnen worden getest met bewoners. Optimale circulari-teit is daarbij de doelstelling waarbij het gaat om het sluiten van materiaalketens. Het gaat hierbij om een speci-aal ingerichte testwoning die telkens kortstondig wordt verhuurd aan geïnteresseerden en steeds kan worden aangepast. Hoe reageren bewoners op een circulair ontworpen woning en hoe wordt het gebruik ervaren? Dit onderzoek sluit daarmee aan bij de behoefte van bedrijven (bouwbedrijven, aannemers, ontwikkelaars van nieuwe materialen) die betrokken zijn bij duurzame renovaties om hun producten en diensten te kunnen uittes-ten (en aanpassen) met bewoners alvorens deze uit te zetten in de markt, en leidt uiteindelijk tot een sterkere positie van de ondernemers. In dit vooronderzoek wordt kennis ontwikkeld en ontsloten over circulair renoveren van woningen, over de invloed van bewoners op het succes van circulaire renovaties en over de manier waarop een Living Lab ingezet kan worden om meer kennis op te bouwen vanuit een reële praktijksituatie. De door studenten en onderzoe-kers van de HU samen met bedrijven ontwikkelde Selficient-woning zal hiervoor als Circulaire Living Lab woning worden ingezet. Tijdens dit project wordt de basis gelegd voor een langdurig onderzoeksproject waarin dit Circulaire Living Lab, maar daarnaast ook andere Living Labs worden ontwikkeld in het programma Wonen 3.0. Hiermee wordt een opbouw van de kennisbasis van Hogeschool Utrecht en Centre of Expertise Smart Sustainable Cities en partners op langere termijn mogelijk. Het project biedt ruimte aan de betrokkenheid van docenten en studenten via projecten op deelthema’s en geeft inzichten voor het vervolg van Living Labs als methode in het onderwijs. Het draagt daarmee tevens bij aan vernieuwing van het onderwijs.