Kwaliteit van samenleven in een stedelijke omgeving is een uitdagend onderwerp. In deze notitie is de context geschetst en zijn de eerste aanbevelingen gegeven op welke wijze de HU dit thema optimaal kan ontrafelen om het in te zetten ter versterking van (de kennisinstelling in) haar omgeving. Steden ontwikkelen zich sterk en snel, daaruit ontstaan allerlei kansen en bedreigingen. Tegelijkertijd is in steden ook de veranderkracht het grootst. Op verschillende manieren kan tegen deze ontwikkeling aangekeken worden. Het perspectief waarmee naar de stad gekeken wordt, leidt tevens tot een categorisering van de meest actuele thematieken en geeft een prioritering aan relevante vraagstukken. Hogeschool Utrecht staat midden in de samenleving en haar onderwijs en onderzoek draagt direct bij aan de kwaliteit van samenleven in de stedelijke omgeving. De specifieke unieke kenmerken van de stad Utrecht zijn daarbij van belang, waarbij Utrecht als proeftuin voor innovaties op het gebied van kwaliteit van samenleven in de stedelijke omgeving beschouwd wordt. Een inventarisatie van de verschillende perspectieven hoe een stad ‘beschouwd’ kan worden, leidt tot de driedeling: a. gezonde duurzame stad; b. sociale, zorgzame en rechtvaardige stad; en c. economisch sterke, creatieve en culturele stad. Lectoren opereren binnen deze driedeling, of begeven zich juist op de cross-overs tussen deze manieren om naar de stad te kijken. Een systeembenadering, waarbij kwaliteit van samenleven in de stad het overkoepelende thema is, is hierbij krachtig in het besef dat de stad leert, zich ontwikkelt en feitelijk ook als proces beschouwd kan worden.
Facet deelt kennis binnen de expertisegebieden Wereld, Welzijn en Waarde. Dit doen we intern tijdens onze Facet Fridays, maar ook regelmatig met externe sprekers of mensen die binnen brede welvaart actief zijn. Vandaag zijn we in gesprek met Cees-Jan Pen. Hij zet zich dagelijks in voor duurzame stedelijke transformatie en benadrukt het belang van ruimte voor zowel circulaire economie als vergroening van binnensteden. Met zijn rol bij Fontys Hogescholen streeft hij ernaar om kennisinstellingen als bakens van rust en onafhankelijkheid in maatschappelijke debatten te positioneren. Zijn visie? Nederland kan uitblinken in duurzaam watermanagement en innovatieve verstedelijking zonder verdozing.
LINK
Het lectoraat richt zich op participatie en stedelijke ontwikkeling. De uitdagingen en problemen die spelen in stedelijke omgevingen gaan vaak over ‘delen’ en ‘verdelen’, en over de voortdurende spanningsverhouding tussen de verscheidenheid én verbondenheid die daarbij hoort. De stad zijn wij. Voor die sociale stedelijke ontwikkeling zet het lectoraat zich in door onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de kracht van relaties en netwerken in de stad te versterken. Dat doen we vanuit onderzoek en onderwijs samen met de praktijk en het beleid. We werken ingebed, als embedded practice-based researchers. We willen relaties en netwerken niet alleen beter proberen te begrijpen, zoals de voortdurende en intrigerende spanningsverhouding tussen eenheid en verscheidenheid van mensen die daar deel van uitmaken. Ook willen we ze een positieve impuls geven, de kracht ervan benutten. Dat doen we mede door ook zelf met betrokkenen samen te werken, door samen te ‘zwermen’ tijdens het onderzoek, met als doel maatschappelijke participatie en stedelijke ontwikkeling te bevorderen. Want, zo zien wij het: voor de 21ste eeuw is er geen andere optie dan te delen. Na het inleidende eerste hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 uiteen gezet wat de kernbijdrage van het lectoraat is. Waar richt het lectoraat zich precies op als het gaat om participatie en stedelijke ontwikkeling? En waarom? In Hoofdstuk 3 werken we die bijdrage verder uit, door in te gaan op de doorontwikkeling van het lectoraat en het onderzoeksprogramma met drie onderzoekslijnen. Onze belangrijkste drijfveer is het realiseren van maatschappelijke impact. We besluiten de tekst in hoofdstuk 4 met een aantal slotbeschouwingen.
Het aantal (wilde) bestuivende insecten daalt wereldwijd. Van de totaal 360 bijensoorten die in Nederland leven, wordt meer dan de helft met uitsterven bedreigt. Insecten zijn onmisbaar in het voortbestaan van de mens omdat deze organismen ervoor zorgen dat planten bestuift worden. De biodiversiteit ligt onder vuur. Daarnaast is verstedelijking in Nederland een steeds groter wordend probleem. De steden hebben meer ruimte nodig en dit gaat vaak ten koste van de natuur. Daarnaast is de binnenruimte vaak nog te 'grijs'. Veel kantoren en publieke plekken hebben weinig op geen planten. Uniflower biedt de oplossing voor deze problemen. Door het plaatsen van groene buitenwand heeft de biodiversiteit de kans zich te herstellen en kunnen soorten in aantal toenemen. Ook het thema ‘groene stad’ wordt breed belicht. Het plaatsen van groene wanden zorgt tevens voor een beter aanzien van de stad, klimaatadaptatie en een betere mentale gezondheid voor haar burgers. Daarnaast zorgt de groene binnenwand voor een beter aanzien, schonere lucht en net als bij de buitenwand voor een betere mentale gezondheid. De doelgroep van Uniflower zijn bedrijven en gemeenten. Hier worden de wanden geplaatst. De bedrijfswand is zo ingericht dat deze makkelijk te verplaatsen is. Tevens zijn de wanden onderhoudsvriendelijk, zo kan Uniflower makkelijk het onderhoud verzorgen.
Een belangrijke én urgente beleidsvraag op dit moment is hoe de komende 15 jaar voldoende aanbod van woningen kan worden gegarandeerd. Nederland heeft een forse verstedelijkingsopgave die niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden opgelost. Grondbedrijven van gemeenten spelen een cruciale rol bij het aanbod van woningbouwlocaties. Via het instrument ‘actief grondbeleid’, waarbij gemeenten grondposities innemen om na het aanleggen van de openbare ruimte bouwrijpe kavels te verkopen, zijn decennialang gebieden tot ontwikkeling gebracht. Hoewel deze wijze van ontwikkelen nu ter discussie staat, komt het door de grote vraag naar woningen en de noodzaak voldoende woningaanbod te hebben, weer prominent in beeld. Gezien de recente grote verliezen bij de grondbedrijven, vraagt dit om een kritische reflectie op gemeentelijk handelen en vernieuwing van het grondbeleidsinstrumentarium, met in het bijzonder de rol en wijze van toepassen van de (residuele) grondwaardesystematiek. Er bestaat een kennisleemte rondom de wijze waarop diverse gemeenten het grondbeleidsinstrumentarium inzetten en wat de gevolgen daarvan zijn voor de beschikbaarheid van woningbouwlocaties. Voor het toekomstige ‘voldoende’ aanbod van woningen is het van groot belang inzicht te hebben in de uitkomsten van meer voorzichtige of een meer risicovolle toepassing van het grondbeleidsinstrumentarium (actief en faciliterend). De kennis die in het ‘Grond voor Wonen’-project wordt ontwikkeld over toekomstige toepassing van actief grondbeleid en verdergaande invulling van de woningbouwopgave bij faciliterend grondbeleid, geeft gemeenten, en zeker stedelijke gemeenten, handvatten voor een nieuw handelingsperspectief voor hoe zij dit urgente lokale vraagstuk kunnen aanpakken.
ln dit project wordt in de context van het Living Lab Upper Citarum een haalbaarheidsstudie uitgevoerd voor de realisatie van een zgn. baggerfabriek@ in Bandung, lndonesië. Een baggerfabriek@ bestaat uit een (deel-) stroomgebied van een rivier waaruit op natuurvriendelijke wijze sediment gewonnen kan worden voor toepassing in bijv. de bouw- en/of waterbouwsector. Bandung is gelegen in het bovenste gedeelte van het stroomgebied van de Citarum rivier op West-Java. De rivier is zwaar verontreinigd en treedt regelmatig buiten zijn oevers, Bovendien is in de periode 2000-2009 circa 86% van het regenwoud in het bovenstroomse gebied verloren gegaan, hetgeen leidt tot ernstige erosie. Frequent baggeren is noodzakelijk in het verstedelijkte gebied om de afvoercapaciteit van de rivier in stand te houden en de kans op overstromingen te reduceren. Tegelijkertijd is er vanwege de snelle verstedelijking in het gebied een grote vraag naar grondstoffen voor de bouw van (droge en natte) infrastructuur en woningen. De vrijgekomen baggerspecie wordt nu op de oevers gestort en is daarmee vrij toegankelijk en beschikbaar voor de lokale bevolking/ondernemers. Dit betekent enerzijds dat (vooral kleine) ondernemers in het gebied toegang hebben tot goedkope grond/bouwmateriaal. Anderzijds levert dit risico's op voor de volksgezondheid: bijv. door directe blootstelling aan verontreinigd bouwmateriaal en indirect door het verbouwen van gewassen op de oevers waardoor verontreiniging mogelijk in de voedselketen terechtkomt. Om op effectieve en verantwoordelijke wijze om te kunnen gaan met baggerspecie, wordt in dit project een systeemanalyse uitgevoerd voor erosie, sedimenttransport en aanzanding in het stroomgebied. Daarnaast wordt een analyse gemaakt van de waardeketen van sediment als bouwmateriaal. Ten slotte, worden de bevindingen uit beide analyses gecombineerd in een specifieke locatie waar veel gebaggerd wordt om de haalbaarheid van een baggerfabriek@ in Bandung op hoofdlijnen vast te stellen. Dit project heeft als doelstelling om de haalbaarheid van een Baggerfabriek@ in Bandung te bepalen. Hierbij ligt de focus op de vraag en aanbod van sediment en de gerelateerde waardeketen en zal niet worden ingegaan op lokale factoren die van invloed zijn op de realisatie en exploitatie van een Baggerfabriek@, zoals wet- en regelgeving en grondverwerving. Het betreft dus een haalbaarheidsstudie op hoofdlijnen in plaats van een volledige haalbaarheidsstudie. Het is de bedoeling om hiermee een eerste stap te zetten voor een pilotproject in het kader van Living Lab Upper Citarum.