De Hogeschool van Amsterdam doet met het project BASSTA onderzoek naar het verbeteren van het scheidingsgedrag van huishoudens. Middels doe-boeken is onderzocht hoe mensen thuis met hun afval omgaan. Op basis van deze analyse worden gedragsinterventies ontworpen.
Voor het behalen van de circulaire overheidsdoelstellingen is een belangrijke rol weggelegd voor het terugwinnen van energie en grondstoffen uit organisch afval. In steden bestaat het organisch afval van huishoudens voornamelijk uit groente, fruit en etensresten (GFE-afval). Dit GFE-afval wordt echter nog nauwelijks gescheiden ingezameld in grote Nederlandse steden zoals Amsterdam. In Amsterdam bestaan wel een aantal kleine lokale initiatieven die bewoners betrekken om GFE-afval apart in te zamelen. Van deze lokale initiatieven is echter weinig bekend over de maatschappelijke impact die zij hebben. Levert het inzamelen van GFE-afval op deze manier inderdaad de gewenste effecten op? En op welke manier dragen dit soort lokale initiatieven bij aan andere maatschappelijke doelstellingen zoals sociale samenhang in de wijk en het bieden van werk aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt? Het Re-Store onderzoek probeert antwoord te vinden op deze vragen en bestaat uit twee delen gericht op enerzijds het bepalen van impact en anderzijds het vergroten van impact.Het eerste deel omvat onderzoek onderzoek voor de ontwikkeling van een tool tool waarmee de milieukundige, economische en sociale impact van initiatieven in kaart kan worden gebracht. Op basis van wetenschappelijke literatuur en gesprekken met praktijkpartners is een tool ontwikkeld om deze impact te kunnen inschatten. Met de tool zijn vier praktijkcases onderzocht waarin GFE-afval apart ingezameld en verwerkt wordt (Voedselfiets, Wormenhotels, Centrale verwerking Java-eiland en Decentrale vergisting). Hierbij is deze nieuwe situatie vergeleken met de oorspronkelijke situatie, waarin het GFE-afval samen met het restafval ingezameld en verbrand werd.Uit het Re-Store onderzoek komt naar voren dat er in de cases geen vermindering van broeikasgassen is door het apart inzamelen en verwerken van GFE-afval ten opzichte van de oorspronkelijke situatie. Vermoedelijk komt dit omdat de verbranding van GFE-afval groene stroom oplevert die op dit moment grijze stroom vervangt. De sociale impact van de initiatieven is wel duidelijk aanwezig, vooral voor de Wormenhotels en de Voedselfiets. De projecten tonen een verhoging in de beleefde sociale samenhang en educatieve ontwikkeling. De financiële kosten van de initiatieven zijn bij alle cases hoger dan bij de ongescheiden inzameling en verbranding. Dit heeft deels te maken met de kleine schaal van de initiatieven. Om dit te ondervangen zijn er ook fictieve scenario’s gemaakt die de economische en milieukundige impact analyseren bij het op grotere schaal uitvoeren van initiatieven. Het onderzoek maakt duidelijk dat het behalen van circulaire doelstellingen niet automatisch betekent dat klimaatdoelstellingen ook gehaald worden.Het tweede deel van het Re-Store project bestaat uit onderzoek naar stimuleringsmaatregelen om scheidingsgedrag en ketensamenwerking te bevorderen en daarmee de impact van initiatieven te vergroten. Dit onderzoek is uitgevoerd met behulp van twee simulatiemodellen die zijn gebaseerdop gedragsliteratuur en twee casestudies rondom afvalinzameling en -verwerking: NDSM-werf en Haven-Stad.Op basis van uitgebreide simulaties met verschillende combinaties van interventies voor afvalscheiding blijkt dat het aan te bevelen is om te beginnen met communicatie-interventies, omdat deze tegen relatief lage kosten veel bijdragen. Om lokale verwerkingsketens meer dan vijf jaar in stand te kunnen houden is het vooral van belang dat de processen van de afvalverwerkende partij passen bij bestaande eigen kennis, vaardigheden en bedrijfsvoering. Bij voorkeur wordt het afval aangeboden door een vrij groot lokaal netwerk van tientallen (of meer) aanbieders. Een stabiel lokaal initiatief heeft continu beschikking over enkele malen meer afval dan het verwerkingsproces minimaal nodig heeft. Het maken van meerjarige afspraken over afvalleveringen zorgt voor een stabielere keten met grotere kans op succes.Met deze twee deelonderzoeken biedt het Re-Store project hulpmiddelen om de impact van lokale initiatieven voor verwerking van organisch afval inzichtelijk te maken en te vergroten. De tool kan door initiatiefnemers en opdrachtgevers gebruikt worden om de milieukundige, economische en sociale impact te vergelijken van verschillende scenario’s om GFE-afval te verwerken. Hiermee kunnen ze een degelijke evaluatie uitvoeren over de gehele keten. De simulatiemodellen en vuistregels bieden daarbij praktische handvatten om de beoogde impact van de initiatieven vervolgens te vergroten. Met de methode van simuleren kunnen onderzoekers de praktijk ondersteunen door meer inzichten te verwerven over mogelijke interventies. Hierbij wordt er naast techniek, ook rekening gehouden met sociale interacties van spelers, overheidsbeleid en marktmechanismen; factoren die allemaal invloed uitoefenen op het beoogde succes.
In grote steden gebeurt de gescheiden inzameling van gft nog maar mondjesmaat.Met pilots wordt geprobeerd inzicht te krijgen in alternatieve methoden zoalswormenhotels of een composteerinstallatie voor een wijk. Maar wat zijn de effectenvan dergelijke nieuwe afvalketens? Een model van Hogeschool van Amsterdammaakt het mogelijk om verschillende scenario’s te vergelijken op milieukundige-,economische en sociale indicatoren.
Met het BAAM- (Big Area Additive Manufacturing) of 3DXL-printproces kunnen groot formaat producten geprint worden met granulaat van vezelversterkte thermoplasten. Voor succesvolle toepassing van het 3DXL-printproces door de industrie zijn betrouwbare prestaties nodig met een hoge mate van stabiliteit en voorspelbaarheid. In dit project wordt getracht de betrouwbaarheid en voorspelbaarheid van de 3DXL printtechniek te verbeteren door het ontwikkelen en valideren van een methode om statische mechanische performance van geproduceerde producten te simuleren met een gebruiksvriendelijke FEM-solver. In het werkveld is weinig tot beperkte kennis aanwezig om de lineaire- en niet-lineaire statische mechanische performance van 3DXL geprinte producten te kunnen simuleren en mist de externe referentie uit het werkveld om de gebruikte methodes en resultaten te valideren. Het simuleren van statische belastingen met een FEM solver helpt om voorspellingen te kunnen doen over de geschiktheid van een component of constructie voor een specifieke belastingsituatie, onder invloed van tijd en Temperatuur. Hierdoor kunnen optimale dimensies gevonden worden, zonder dat het component of constructie daadwerkelijk is geproduceerd. Voor het simuleren van statische belastingen met een FEM solver is het noodzakelijk om bepaalde materiaaleigenschappen te kwalificeren en in te voeren in een transverse isotroop materiaalmodel. Het gebruikte productmodel en de solver zullen geoptimaliseerd moeten worden voor de 3DXL toepassing. De resultaten uit de simulaties moeten vergeleken worden met resultaten uit testen. De partners binnen dit project behoren tot de koplopers in de Noordelijke regio op het gebied van 3DXL productie. Het Centre of Expertise Smart Sustainable Manufacturing van de NHL Stenden University voert sinds 2020 onderzoek uit naar de 3DXL-printtechniek met drie zelf-ontwikkelde onderzoekssystemen in Emmen en Leeuwarden. NedCam Solutions B.V. is een internationale speler op het gebied van complexe mallenbouw en composiet constructies. Paques Europe B.V. maakt met de 3DXL printtechniek unieke onderdelen voor de turbines van afvalcentrales.