Vorig jaar verscheen de eerste civic crowdfundingmonitor, een analyse van het onstaan van een nieuw instrument voor bewonersparticipatie. Op basis van vier jaar gegevens werden de belangrijkste getallen op een rij gezet en een aantal trends gesignaliseerd.De nieuwe gegevens van 2017 worden hier nu aan toegevoegd. Tegelijkertijd creëren we een digitaal platform voor professionals als aftrap voor een anderhalf jaar durend praktijkonderzoek in samenwerking met een aantal gemeenten in zogenaamde ‘communities of practice’.Ons streven is om de kennis en praktische toepassingen rond civic crowdfunding beter toegankelijk te maken. We komen niet elk jaar met een groot rapport. In de eerste monitor stond veel generieke informatie. De monitors van de komende jaren bouwen hier op voort met nieuwe data van de ontwikkelingen. Ook worden specifieke vragen beantwoord door middel van onderzoek en reiken buurtprofessionals tools aan. We bouwen een nieuw kennisplatform en maken tegelijkertijd een verdiepingsslag met het onderzoek.In de civic crowdfundingmonitor van 2018 maken we eerst de stand op van de nieuwe gegevens in 2017 op een aantal van de onderdelen van vorig jaar, zoals aantal initiatieven, slagingspercentages en dergelijke. Vervolgens diepen we de onderdelen verder uit die we komend jaar in de ‘communities of practice’ verder gaan onderzoeken, zoals de kenmerken van initiatieven en hun donateurs.
LINK
De gemeente Enschede zet zwaar in op burgerparticipatie. Deze ambitie is verwoord in de Toekomstvisie Enschede 2020 en verder uitgewerkt in de Kadernotitie 2011-2014, Vertrouwen in Enschede. De gemeente wil dat burgers het voortouw nemen bij de ontwikkeling van hun wijk of dorp en daarvoor zoekt ze naar nieuwe vormen van partnerschap en strategische allianties met bewoners en met partners zoals bijvoorbeeld woningcorporaties. In de kadernotitie wordt burgerparticipatie nadrukkelijk verbonden met het stadsdeelgewijs werken van de gemeente.
MULTIFILE
Inleiding De gemeente Waalwijk, Casade Woondiensten en Mozaïek Waalwijk/de Twern werken hard aan de sociale samenhang van de Waalwijkse wijken, en willen daarbij zo goed mogelijk ook de bewoners betrekken. Maar wie zijn die bewoners precies? Welke zaken houden hen bezig? In hoeverre kunnen en willen zij eigenlijk betrokken zijn? Het rapport Buurten in beweging gaat in op dit soort vragen. Onderscheid wordt gemaakt tussen de participatie van bewoners in beleidsvormingstrajecten (meedenken) en 2) de deelname van bewoners aan concrete buurtinitiatieven (meehelpen). De eerstgenoemde trajecten zijn doorgaans geïnitieerd door de instanties en gericht op het oplossen van problemen op het niveau van de wijk of gemeente als geheel. De laatstgenoemde trajecten zijn daarentegen meestal het initiatief van bewoners zelf; niet in eerste instantie gericht op het oplossen van problemen maar op leuke zaken zoals het (verder) verbeteren van de sfeer in de buurt, de straat of het pleintje voor de voordeur. Als casus is in dit rapport gekozen voor de wijk Sint Antoniusparochie/Bloemenoord. Aanleiding Hoewel de gemeente, Casade Woondiensten en Mozaïek Waalwijk/de Twern veel aandacht besteden aan bewonersparticipatie, valt op dat nogal eens een beroep wordt gedaan op steeds dezelfde bewoners. Daar komt bij, dat de belevingswereld van bewoners niet altijd aansluit bij de beleidstaal en beleidslogica van de gemeente. En verder valt op dat bewoners wel vaak willen meedenken over verbeteringen in hun omgeving, maar minder vaak bereid of in staat zijn mee te helpen in de uitvoerende fase. Waarom is dat zo? Wat zijn de redenen en motieven van bewoners om zich in te zetten voor de wijk, of om dat niet te doen? Kunnen de professionals in Sint Antoniusparochie/ Bloemenoord de bewoners, beter dan nu gebeurt, ondersteunen?
In Nederland is er de laatste jaren steeds meer vraag naar duurzame mobiliteitsoplossingen, zoals deelvervoer. Dit kan helpen om de bereikbaarheid te verbeteren en de afhankelijkheid van privéauto's te verminderen, vooral in kleinere en landelijke gemeenten. Echter, veel van deze gemeenten hebben niet genoeg capaciteit om deelvervoer te implementeren en ervaren vaak weerstand van bewoners. Soms worden er proefprojecten opgezet, maar deze sluiten vaak niet goed aan bij de behoeften van de inwoners, wat leidt tot een laag gebruik en het stopzetten van deze initiatieven. Het doel van dit projectvoorstel is om een proces, tool of methode te ontwikkelen die gemeenten ondersteunt bij het aanbieden van deelvervoer. Dit gebeurt door de wensen van bewoners in kaart te brengen via enquêtes, interviews en workshops. Door bewoners bewust te maken van de voordelen van deelvervoer, zoals lagere kosten en meer vrijheid, kan het gebruik worden gestimuleerd. In landelijke gebieden is de afhankelijkheid van de auto groot, vooral omdat openbaar vervoer vaak beperkt is. Deelvervoer kan hier een oplossing bieden. De gemeente Ridderkerk is een voorbeeld waar deelauto's zijn verwijderd vanwege te weinig gebruik, maar er is nog steeds interesse in het aanbieden ervan. Het project richt zich op het verbeteren van de communicatie over de voordelen van deelvervoer, zowel voor de gemeenschap als voor individuele bewoners, en het ondersteunen van gemeenten in het implementeren ervan. Het consortium bestaat uit de TU Delft en drie MKB-bedrijven: VCCR Advies, PANEL en Ideate. Met deze unieke mix van ervaring en expertise rondom mobiliteit, vervoersadvies, gedragsverandering en bewonersparticipatie bieden wij een bewonersgerichte en geïntegreerde aanpak. De Gemeente Ridderkerk is betrokken als praktijkcase. Het project richt zich op het verbeteren van deelvervoer door bewonersparticipatie en onderzoek naar behoeften. Resultaten worden gedeeld via platforms en publicaties voor andere gemeenten.
GROZUtrecht is de start van een unieke regionale samenwerking waarbij zorginnovaties en lokale gemeenschapskracht worden gebundeld. Met actieve bewoners, ondernemers en professionals werken we aan gezondheid – altijd vanuit geëxpliciteerde behoeften en in de eigen leefomgeving. Partners ondersteunen nieuwe lokale inclusieve samenwerkingsverbanden in de wijken.Doel Het doel is het op zichtbare, resultaatgerichte en duurzame wijze in gang zetten van de kanteling van zorg naar gezondheid door: Het laagdrempelig organiseren van een integraal en passend leefstijlarrangement voor bewoners en ondernemers met een actieve betrokkenheid en bijdrage vanuit de gemeenschap. Structurele deelname van kennispartners voor onderwijs, onderzoek aan en regionale facilitering van een sociale wijkinfrastructuur door een (gebieds)gerichte inzet en afspraken. Het positioneren en inrichten van een regionale leer- en kennisomgeving. Resultaten In het project werken we aan nieuwe activiteiten rond de thema’s ‘Leefstijl in de buurt’, ‘Zorg voor Elkaar’, en ‘Vitaliteitsnetwerk in de wijk’. Dit wordt ondersteund door digitale wijkportalen, die inzichtelijk en toegankelijk maken welke digitale toepassingen er in de wijk aanwezig te zijn. Door de sterke bewonersparticipatie kijken we daarbij ook naar nieuwe buurtbanen – betaald en onbetaald – voor meer sociale cohesie en digitale ondersteuning. Looptijd 01 juni 2021 - 01 juli 2023 Aanpak We leren van elkaar rondom vijf thema’s, ook wel bouwstenen genoemd. Deze leggen de fundering voor een succesvol samenwerkingsverband. Voor elke bouwsteen is er binnen deze regionale coalitie een trekker benoemd: Bekostiging: SAMEN030 Data/ICT: UMC Utrecht/PAZIO Lerend Vermogen: Hogeschool Utrecht Monitoring: kennisplatform Utrecht Sociaal Samenwerking: Raedelijn Cofinanciering Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport financiert dit project.
De omslag naar het gebruik van duurzame bronnen in de gebouwde omgeving van onze huizen en wijken is een enorme maatschappelijke uitdaging voor de komende decennia. Professionals worstelen met de vraag hoe burgers hierbij kunnen worden betrokken. De noodzaak hiervan is evident, aangezien er veel achter de voordeur en in de directe leefomgeving moet gebeuren. Tot nu toe zijn bewoners vaak sceptisch, bijvoorbeeld over de kosten. En als ze participeren lopen hun verlangens en wensen regelmatig vast binnen grote instituties als gemeenten, woningcorporaties en energiebedrijven die de warmtetransitie uitvoeren. Dit is uiteindelijk fataal voor het draagvlak en de uitvoering. In dit project analyseert een cross-disciplinair consortium van twee hogescholen en twee universiteiten de participatie van bewoners bij de wijkgerichte warmtetransitie, en realiseert het mechanismen om deze te verbeteren. Het consortium richt zich specifiek op de vraag hoe participatieprofessionals van gemeenten, woningcorporaties en energiebedrijven deze bewonersparticipatie binnen hun eigen complexe organisaties kunnen verknopen aan besluitvorming en uitvoering. Hier botsten wensen van bewoners vaak met allerlei andere technische, financiële en bestuurlijke uitgangspunten waardoor ondoorzichtige interne afwegingen ontstaan. Het is noodzakelijk dat verschillende soorten professionals, bijvoorbeeld met een meer technische, sociale of financiële achtergrond, beter met burgers en met elkaar tot besluiten komen. Het onderzoek gaat in de Verdiepingslijn via een rijke etnografische analyse uitgebreid in op twee ‘kerncasussen’ waar professionals worstelen met burgerparticipatie. Een parallelle Ontwikkelingslijn met consortiumpartners uit de brede praktijk van de lokale warmtetransitie realiseert juist verbreding. In een Community of Practice met een diversiteit aan praktijkpartners worden de (tussen)resultaten uit de verdiepingslijn ingebracht ook andere cases en ervaringen gedeeld. Met partners wordt een toolkit voor wijkparticipatie ontwikkeld, terwijl ook een interdisciplinair onderwijsprogramma zorgt voor voeding en doorwerking richting betrokken hogescholen.