Met de gewijzigde inzichten en bouweisen is de positie van de installatietechniek in het bouwproces grondig gewijzigd. Met name bij het ontwerp van passiefhuizen blijkt het niet altijd even makkelijk om de installatietechniek een juiste plaats te geven in de veranderde (bouwkundige) context. De nadruk moet liggen op een goede ventilatietechniek en het voorkomen van oververhitting.
Sustainable Durable Systems timmert al enige jaren aan de weg met de door haar aangeboden Roofclix. Dit is een modulair systeem voor op platdakconstructies voor nieuwe en bestaande gebouwen om te komen tot een zogenaamd dubbeldak-constructie, waardoor met name in bestaande gebouwen de binnentemperatuur in de zomer- en winterdag behaaglijker blijft. Dit product kan zich meer en meer verheugen op een bredere belangstelling om bewoners en werknemers een beter binnenklimaat te bieden bij een lager energiegebruik. Om het adoptiepotentieel van energietechnieken en –maatregelen in het algemeen, en dus ook van Roofclix, verder te vergroten is het, conform het raamwerk van Entrop (2013), wenselijk om aan te sluiten bij datgeen dat gebruikelijk is aan productinformatie en productspecificaties in de bouwsector. De verschillende partijen betrokken bij bouwprojecten, waarin Roofclix haar waarde kan laten gelden, hebben behoefte aan specifieke informatie. Met betrekking tot Roofclix ontbreekt nog een deel van deze informatie. De doelstelling is daarom om aan Sustainable Durable Systems informatie over Roofclix op een zodanige manier aan te reiken wat betreft bestek, tekeningen en impact energieprestatie, zodat opdrachtgevers, architecten en aannemers het product gemakkelijker kunnen opnemen in het ontwerp- en uitvoeringsproces. Deze doelstelling wordt in dit onderzoek in drie stappen bereikt.
Door onze zintuigen ontvangen wij informatie over de wereld om ons heen. Bij het bouwen van woningen is het van belang dat deze informatie op prettige wijze tot ons komt. Aspecten als licht, temperatuur en geluid zijn bij uitstek verbonden aan het functioneren van een gebouw. Bij het ontwerp en de inrichting van zorggebouwen dienen we dan ook rekening te houden met de zintuiglijke aspecten, zeker indien de bewoners ouderen met dementie zijn. In dit artikel wordt een beknopte samenvatting gegeven van de analyse van de problemen en de oplossingen. Dit wordt gepresenteerd binnen een viertal domeinen: binnenklimaat, geur, licht en geluid.
Veel van de isolatiematerialen die we momenteel gebruiken, zoals glaswol en steenwol, hebben een behoorlijke impact op het milieu en zijn niet circulair. Gelukkig zijn er alternatieven die beter zijn voor de natuur, zoals isolatie gemaakt van biobased materialen zoals houtvezels en hennepvezels. Deze materialen zijn hernieuwbaar en hebben vrijwel geen nadelige effecten op het milieu, zijn gunstig voor een gezond binnenklimaat in een woning, terwijl ze nog steeds goede isolerende eigenschappen hebben. De ambitie van de rijksoverheid is dat in 2030 minstens 30% van de nieuwbouwwoningen uit minimaal 30% van deze biobased materialen bestaan. Hetzelfde percentage geldt als doelstelling voor isolatiemaatregelen voor verduurzaming en voor de gebruikte materialen voor utiliteitsbouw. Een nieuwe ontwikkeling is het gebruik van mycelium, schimmels die zorgen voor de groei van een materiaal wat ingezet kan worden als isolatie. Mycelium heeft isolerende en akoestische eigenschappen, is waterafstotend en brandwerend. Mycelium panelen op de huidige markt worden belemmerd in hun ontwikkeling doordat ze in mallen worden gegroeid, hierdoor kunnen er geen grotere diktes bereikt worden in verband met de benodigde groeiomstandigheden van mycelium. Dit leidt tot verminderde isolerende eigenschappen. Door geavanceerde 3D-printtechnieken te gebruiken waarbij er complexe vormen geprint kunnen worden die de groei van mycelium bevorderen ook op grotere diktes, willen we in dit 1-jarige KIEM project onderzoeken hoe we een innovatief mycelium isolatiemateriaal kunnen ontwikkelen, geschikt voor 3D printers, dat nog beter past bij de behoeften vanuit de markt. De resultaten van deze studie kunnen aantonen dat de toepassing van biobased isolatiematerialen en geavanceerde productiemethoden niet alleen leiden tot een efficiëntere isolatie van gebouwen, maar ook de milieueffecten vermindert en nieuwe mogelijkheden biedt voor diverse en grootschalige toepassingen.
‘Renovaties en herbestemming van gebouwen kunnen veel slimmer worden uitgevoerd’ is de stelling van bedrijven die hierbij betrokken zijn. De gangbare transformatie is vaak ingrijpend, irreversibel en gaat met (zeer) veel materiaalgebruik gepaard. Dit maakt het transformeren van gebouwen duur en tijdrovend en het heeft een onnodig grote milieu-impact. De bedrijven willen daarom onderzoeken of met textiel tot andere, lichtere en meer flexibelere oplossingen gekomen kan worden. Textiel heeft in het verleden in verschillende toepassingen bewezen waarde toe te kunnen voegen aan gebouwen, door constructies te versterken (tentdoek), gebouwprestaties te verbeteren (isolatiewaarde, akoestiek) en de belevingswaarde te vergroten (visueel, vorm). Die potentie van textiel voor gebouwverbetering gaan we benutten in de vraag naar goedkope en snelle transformatie van vastgoed. Textiel is licht van gewicht, makkelijk te vormen, sterk, isolerend, vochtregulerend en kan goed voorzien worden van extra functies. Met name in gebieden met aardbevingsgevaar en gebieden met een (tijdelijke) vraag naar flexibele indeling van ruimtes kan textiel een belangrijke bouwwaarde hebben. De doelstelling van het project is om binnen een periode van twee jaar te komen tot vier toepasbare prototypes voor: 1. het constructief versterken van bestaande buitenmuren met textiel, 2. en het realiseren van flexibele binnenmuren met gebruik van textiel Dit doel wordt bereikt door onderzoek dat zich richt op de volgende onderzoeksvraag Hoe kan bij de transformatie van gebouwen textiel worden benut voor het versterken van buitenmuren en de constructie van lichte, flexibele binnenmuren. De Hanzehogeschool Groningen, Saxion, textiel- en bouwbedrijven gaan, samen met architecten en beheerders van vastgoed, deze uitdaging aan. De vier prototypes die tot stand komen kunnen door de betrokken MKB’ers verder ontwikkeld worden tot producten die in de markt gezet kunnen worden. Daarnaast bieden de prototypes casuïstiek voor opleidingen in textiel en bouwkunde.
De Nederlandse economie dient eind 2050 volledig circulair te zijn. Zo heeft het Kabinet in 2023 in het Nationale Programma Circulaire Economie (NPCE) bepaald. Voor de bouwsector betekent dit we dan ‘voorzien in de sociaaleconomische behoeften aan huisvesting en infrastructuur, zonder daarbij de draagkracht van de aarde te overschrijden in de vorm van uitputting, CO2 uitstoot, vervuiling, biodiversiteitsverlies en andere milieuschade. Hierbij is er geen sprake van afwenteling in de tijd, naar andere landen of verlies van andere sociaaleconomische waarden, zoals leveringsrisico’s, ten gevolge van de circulaire bouweconomie’. Met dit project beogen Saxion en Van Hall Larenstein om in het komende decennium de kennisimpact van hout als circulair bouwmateriaal te vergroten. Hout heeft grote potentie als circulair bouwmateriaal, is intrinsiek klimaatneutraal en herbruikbaar. In de keten ontbreekt nog echter voldoende kennis en praktijkervaring om die potentie te benutten. Door kennis van lectoraten op gebieden van functioneel bouwen en effectieve bosbouw te bundelen, creëren we een kennisketen vanaf het planten van een boom tot en met het toekomstbestendig (her)gebruik van constructief hout in een gebouw. Dit vormt de basis voor dé onderzoekgroep op gebied van het hoogwaardig houtgebruik in de bouw. Het gebruik van hout als bouwmateriaal biedt verschillende voordelen: het is duurzaam, milieuvriendelijk, herbruikbaar en recyclebaar. Het isoleert, is licht van gewicht, esthetisch veelzijdig en creëert een gezond binnenklimaat. En het is ook nog eens constructief goed te verwerken in complexe bouwwerken. Kortom, hout is als bouwmateriaal cruciaal voor een klimaatbestendige toekomst.