Zeven aanbevelingen voor de publieke professional om - vanwege hun rol in de circulaire economie - meer te doen met binnenhavens.
LINK
‘Zachte’ factoren, zoals een gezonde werkomgeving, tellen even zwaar of zelfs zwaarder mee voor circulaire bedrijven dan harde kenmerken als infrastructuur of water, blijkt uit onderzoek van EUR/UPT en Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies. En dat is een opmerkelijke verandering, zegt Cees-Jan Pen, lector Ondernemende regio aan hogeschool Fontys.
LINK
We zijn allemaal - meer of minder - bezig met verduurzaming. Elk op onze eigen manier. Maar: samen weten we veel meer dan alleen. De slimste aanpak is om als ondernemers, private en publieke partijen samen op te trekken. Dat was de centrale boodschap van het seminar Verduurzaming bedrijventerreinen dat Fontys op maandag 8 mei samen met VNO-NCW, PVB Nederland en provincie Utrecht organiseerde.
Al meer dan honderd jaar zijn bedrijventerreinen dé aangewezen locatie om te ondernemen en te produceren. In Nederland zorgen zo’n 3.500 terreinen (> 80.000 hectare) voor meer dan 30% van de werkgelegenheid. Bedrijventerreinen zijn voor de Nederlandse economie van groot belang en vertegenwoordigen een ongekend, maar zwaar onderschat circulair potentieel. Grote effecten zijn te bewerkstellingen op het gebied van de circulaire economie, o.a. door het sluiten van materiaalstromen1. Dit potentieel krijgt echter vanuit overheidswege nauwelijks aandacht. Zo wordt in het Klimaatakkoord (2019) met geen woord gerept over circulariteit op bedrijventerreinen en in de dertig Regionale-Energie-Strategieën, die hieraan uitvoering geven, komen circulaire bedrijventerreinen amper terug. Het organiseren van publiek-private krachtenbundeling op bedrijventerreinen is essentieel voor het aanboren van de circulaire potentie. De rolinvulling van de lokale beleidsmedewerker werklocaties (zoals de EZ/RO-ambtenaar, accountmanager bedrijventerreinen en projectleider duurzaamheid) is echter weerbarstig. Enerzijds is het een zoektocht naar operationalisering van het concept circulaire bedrijventerreinen. Anderzijds moet het oorspronkelijk vooral inhoudelijke profiel worden verbreed naar een rol als innovatieve aanjager/procesmanager. Betrokken beleidsmedewerkers missen echter de juiste vaardigheden en tools voor een praktische aanpak om samen met ondernemers tot resultaten te komen. Dit geldt ook voor de hbo-opleidingen, als kraamkamer voor deze professionals. De circulaire potentie van bedrijventerreinen wordt daardoor onderbenut. De volgende vraagstelling staat in RAAK-project SAMEN BETER centraal: “Hoe kan de lokale beleidsmedewerker een effectieve katalysator worden om de circulaire potentie van bedrijventerreinen te benutten in co-creatie met relevante stakeholders?” Fontys Hogescholen en de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) willen met 9 gemeenten, 3 provincies, ondernemersorganisaties en bedrijventerreinenexperts de rol van de publieke professional versterken. Het consortium beoogt ontwikkeling van kennis en kunde, integrale besliskaders en op maat gemaakte procesvormen om realisatie van circulaire bedrijventerreinen een stap dichterbij te brengen. Het project wordt gesteund door lokale werkgeversorganisaties, parkmanagementorganisaties en bedrijventerreinverenigingen.