Network Applied Design Research (NADR) made an inventory of the current state of Circular Design Research in the Netherlands. In this publication, readers will find a summary of six promising ‘gateways to circularity’ that may serve as entry points for future research initiatives. These six gateways are: Looped Systems; Extension of Useful Lifetime; Servitisation; New Materials and Production Techniques; Information Technology and Digitization; and Creating Public and Industry Awareness. The final chapter offers an outlook into topics that require more profound examination. The NADR hopes that this publication will serve as a starting point for discussions among designers, entrepreneurs, and researchers, with the goal of initiating future collaborative projects. It is the NADR's belief that only through intensive international cooperation, we can contribute to the realization of a sustainable, circular, and habitable world.
We aim to understand the interaction between shifting organizational field logics and field actors’ responses to reconcile logic plurality and maintain legitimacy through business model innovation. Drawing on a multimethod, longitudinal field study in the fashion industry, we traced how de novo and incumbent firms integrate circular logics in business models (for sustainability) and uncover how productive tensions in field logics lead to experimental spaces for business model innovation. Our findings showed a shift in the discourse on circular logic that diverted attention and resources from materials innovation (e.g. recycling) to business model innovation (e.g. circular business models). By juxtaposing the degree of field logic tension and the degree of business model innovation, we derive four types of business model hybridization responses that actors engaged in to maintain legitimacy – constrained, limited, integrated, and expanded. Our study generates new insights on business models for sustainability as vehicles for organizational field change. We make novel contributions to the literatures on organizational fields, business models for sustainability and business model innovation.
We developed and tested a teaching case and teaching note on the challenges that a small sustainable fashion brand faces when implementing a circular business model. We target bachelor and master students of international business, entrepreneurship, strategic management, circularity/sustainability courses. This teaching case challenges students to think about how circular business models can contribute to sustainability and highlights opportunities and barriers to adopting circular strategies. The case is based on publicly available sources and interviews with sustainable fashion brand Kuyichi. The main learning objectives for students are: 1) to understand the concept of circular economy (CE) and how circular business models differ from linear business models; 2) demonstrate in what way circular business models can contribute to sustainability; 3) evaluate rental and/or resale business models and the challenges and opportunities involved; 4) make recommendations on adopting circular strategies or business models that support the transition to a circular economy. The teaching note highlights academic and practitioner literature, such as circular business models (Bocken et al., 2016; Circle Economy, 2021; Lüdeke-Freund, Gold, Bocken, 2019), strategies (Konietzko et al., 2020), transition theory (Geels, 2002; Nambisan and Baron, 2013), organizational inertia (Sydow et al., 2009) and dynamic capabilities (O’Reilly and Tushman, 2004; Teece et al., 1997), and makes suggestions for classroom discussion and assignments. The teaching case and note will be published as a free case with The Case Centre. We are grateful for the support of the Dutch Research Council, RAAK.PRO03.038, that made the development of this case possible.
Dit project: Action Research voor Tweedehandskleding (ART) richt zich op het verbeteren van de mogelijkheden voor tweedehandskleding verkoop. Bij ART staan praktijkvragen centraal, zoals: Welke stromen afgedankte kleding zijn geschikt voor tweedehandsgebruik en waarom? Hoe kunnen deze stromen aan tweedehandskleding opnieuw aantrekkelijk gemaakt worden? Of worden ge-upcycled? Deze praktijkvragen spelen bij o.a. The Swapshop: een MKB-bedrijf met twee winkels (Amsterdam en Rotterdam). The Swapshop heeft een ‘ruil’-model waarbij de ontvangen kleding ‘swaps’ opleveren voor de klant. Deze swaps geven korting bij kledingaanschaf in de winkel. Dit model blijkt kwetsbaar, omdat er swap-waarde zit in de 40% aan kledingitems, die onverkoopbaar blijken te zijn. De Swapshop heeft op basis van uitkomsten van het HU-onderzoeksproject FACILE (Fashion Circular by Logistics Excellence) contact met de HU gezocht. Hieruit is de kans ontstaan om Action Research onderzoek in te zetten voor onderzoek naar hoe uitgerangeerde tweedehandskleding vanwege de vezelwaarde zo lang mogelijk waardevol blijft circuleren. Hiervoor wordt een living lab opgezet waaraan ook The Swapshop gaat deelnemen. De Green Offices op Utrecht Science Park (USP) van de HU en de Universiteit (beiden werken al met een rek tweedehandskleding) nemen deel aan het onderzoek. Het HU Denver House (Self-sufficient Challenge House) is de beoogde locatie voor het ‘Swap-Lab’, waar langere tijd onderzoek kan plaatsvinden (KIEM-project plus opvolgend project). Naast de inzichten levert ART een netwerk aan bedrijven, die diensten aanbieden om de kledingvezel-waarde te behouden (wassen, repareren, vermaken, hergebruiken voor andere items wellicht zelfs als woningtextiel). Met inzicht in nieuwe mogelijkheden om kledingitems aantrekkelijk te maken voor hergebruik, wordt een vervolgonderzoek geformuleerd om deze geslaagde gevonden oplossingen uit de Utrechtse praktijk landelijk te gaan opschalen. Met dat onderzoeksplan eindigt dit ART-project.
Dit project: Action Research Tweedehandskleding Circulair Experimenteren (ARTce) richt zich op het verbeteren van de mogelijkheden voor tweedehandskledingverkoop. Bij ARTce staan praktijkvragen centraal, zoals: Welke stromen afgedankte kleding zijn geschikt voor tweedehandsgebruik en waarom? Hoe kunnen deze stromen aan tweedehandskleding opnieuw aantrekkelijk gemaakt worden? Of worden ge-upcycled? Deze praktijkvragen spelen bij o.a. The Swapshop: een MKB-bedrijf met twee winkels (Amsterdam en Rotterdam). The Swapshop heeft een ‘ruil’-model waarbij de ontvangen kleding ‘swaps’ opleveren voor de klant. Deze swaps geven korting bij kledingaanschaf in de winkel. Dit model blijkt kwetsbaar, omdat er swap-waarde zit in de 40% aan kledingitems, die onverkoopbaar blijken te zijn. Door samenwerking met kledinginzamelaar Sympany, komt er iets van waarde retour. De Swapshop heeft op basis van uitkomsten van het circulaire fashion onderzoek van de HU contact met de HU-onderzoekrs gezocht. Hieruit is de kans ontstaan om Action Research onderzoek in te zetten voor onderzoek naar hoe uitgerangeerde tweedehandskleding vanwege de vezelwaarde zo lang mogelijk waardevol blijft circuleren. Hiervoor wordt een living lab opgezet waaraan The Swapshop en Sympany gaan deelnemen. De Green Offices op Utrecht Science Park (USP) van de HU en de Universiteit nemen deel aan het onderzoek. Het HU Denver House (Self-sufficient Challenge House van 2017) is de beoogde locatie voor het ‘Swap-Lab’, waar langere tijd onderzoek mag gaan plaatsvinden (KIEM-project plus opvolgende projecten de komende vijf jaar). Naast de inzichten levert ARTce een netwerk aan bedrijven, die diensten aanbieden om de kledingvezel-waarde te behouden (wassen, repareren, vermaken, hergebruiken voor andere items, wellicht zelfs als woningtextiel). Met inzicht in nieuwe mogelijkheden om kledingitems aantrekkelijk te maken en te houden voor hergebruik, wordt een vervolgonderzoek geformuleerd om de succesvolste gevonden oplossingen uit de Utrechtse praktijk landelijk te gaan opschalen. Met dat onderzoeksplan eindigt dit ARTce-project.
“Empowering learners to create a sustainable future” This is the mission of Centre of Expertise Mission-Zero at The Hague University of Applied Sciences (THUAS). The postdoc candidate will expand the existing knowledge on biomimicry, which she teaches and researches, as a strategy to fulfil the mission of Mission-Zero. We know when tackling a design challenge, teams have difficulties sifting through the mass of information they encounter. The candidate aims to recognize the value of systematic biomimicry, leading the way towards the ecosystems services we need tomorrow (Pedersen Zari, 2017). Globally, biomimicry demonstrates strategies contributing to solving global challenges such as Urban Heat Islands (UHI) and human interferences, rethinking how climate and circular challenges are approached. Examples like Eastgate building (Pearce, 2016) have demonstrated successes in the field. While biomimicry offers guidelines and methodology, there is insufficient research on complex problem solving that systems-thinking requires. Our research question: Which factors are needed to help (novice) professionals initiate systems-thinking methods as part of their strategy? A solution should enable them to approach challenges in a systems-thinking manner just like nature does, to regenerate and resume projects. Our focus lies with challenges in two industries with many unsustainable practices and where a sizeable impact is possible: the built environment (Circularity Gap, 2021) and fashion (Joung, 2014). Mission Zero has identified a high demand for Biomimicry in these industries. This critical approach: 1) studies existing biomimetic tools, testing and defining gaps; 2) identifies needs of educators and professionals during and after an inter-disciplinary minor at The Hague University; and, 3) translates findings into shareable best practices through publications of results. Findings will be implemented into tangible engaging tools for educational and professional settings. Knowledge will be inclusive and disseminated to large audiences by focusing on communication through social media and intervention conferences.