Energiebeheer gericht aanpakken, Het analyseren van doelstellingen, resultaten en impacts van energie- en broeikasgasbeheersprogramma’s in bedrijven (met een samenvatting in het Nederlands): De wereldwijde uitstoot van broeikasgassen moet drastisch worden teruggebracht om de mondiale stijging van de temperatuur tot het relatief veilige niveau van maximaal 2 graden Celsius te beperken. In de komende decennia zal de verbetering van de energie-efficiëntie de belangrijkste strategie zijn voor het verminderen van de energiegerelateerde uitstoot van broeikasgassen. Hoewel er een enorm potentieel is voor verbetering van de energie-efficiëntie, wordt een groot deel daarvan nog niet benut. Dit wordt veroorzaakt door diverse investeringsbarrières die de invoering van maatregelen voor energie-efficiëntie verbetering verhinderen. De invoering van energiemanagement wordt vaak beschouwd als een manier om dergelijke barrières voor energiebesparing te overwinnen. De invoering van energiemanagement in bedrijven kan worden gestimuleerd door de introductie van programma's voor energie-efficiëntie verbetering en vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Deze programma's zijn vaak een combinatie van verschillende elementen zoals verplichtingen voor energiemanagement; (ambitieuze) doelstellingen voor energiebesparing of beperking van de uitstoot van broeikasgassen; de beschikbaarheid van regelingen voor stimulering, ondersteuning en naleving; en andere verplichtingen, zoals openbare rapportages, certificering en verificatie. Tot nu toe is er echter beperkt inzicht in het proces van het formuleren van ambitieuze doelstellingen voor energie-efficiëntie verbetering of het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen binnen deze programma's, in de gevolgen van de invoering van dergelijke programma's op de verbetering van het energiemanagement, en in de impact van deze programma's op energiebesparing of de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. De centrale onderzoeksvraag van dit proefschrift is als volgt geformuleerd: "Wat is de impact van energie- en broeikasgasmanagement programma’s op het verbeteren van het energiemanagement in de praktijk, het versnellen van de energieefficiëntie verbetering en het beperken van de uitstoot van broeikasgassen in bedrijven?".
The purpose of this study was to analyse knowledge management research trends to understand the development of the field using a combination of scientometric, bibliometric, and visualisation techniques, subsequently developing a normative framework of knowledge management from the results.282 articles between the years 2010–2015 were retrieved, analysed, and visualised to produce the state of knowledge management during the selected timeframe. The results of this study provide a visualisation of the current research trends to understand the development of the knowledge management discipline. There are signals that the literature about knowledge management is progressing towards academic maturity. This study is one of the first studies to combine bibliometric and scientometric methods to assess productivity along with visualisation, and subsequently provide a knowledge management framework drawing from the results of these methods.
MULTIFILE
Client: Foundation Innovation Alliance (SIA - Stichting Innovatie Alliantie) with funding from the ministry of Education, Culture and Science (OCW) Funder: RAAK (Regional Attention and Action for Knowledge circulation) The RAAK scheme is managed by the Foundation Innovation Alliance (SIA - Stichting Innovatie Alliantie) with funding from the ministry of Education, Culture and Science (OCW). Early 2013 the Centre for Sustainable Tourism and Transport started work on the RAAK-MKB project ‘Carbon management for tour operators’ (CARMATOP). Besides NHTV, eleven Dutch SME tour operators, ANVR, HZ University of Applied Sciences, Climate Neutral Group and ECEAT initially joined this 2-year project. The consortium was later extended with IT-partner iBuildings and five more tour operators. The project goal of CARMATOP was to develop and test new knowledge about the measurement of tour package carbon footprints and translate this into a simple application which allows tour operators to integrate carbon management into their daily operations. By doing this Dutch tour operators are international frontrunners.Why address the carbon footprint of tour packages?Global tourism contribution to man-made CO2 emissions is around 5%, and all scenarios point towards rapid growth of tourism emissions, whereas a reverse development is required in order to prevent climate change exceeding ‘acceptable’ boundaries. Tour packages have a high long-haul and aviation content, and the increase of this type of travel is a major factor in tourism emission growth. Dutch tour operators recognise their responsibility, and feel the need to engage in carbon management.What is Carbon management?Carbon management is the strategic management of emissions in one’s business. This is becoming more important for businesses, also in tourism, because of several economical, societal and political developments. For tour operators some of the most important factors asking for action are increasing energy costs, international aviation policy, pressure from society to become greener, increasing demand for green trips, and the wish to obtain a green image and become a frontrunner among consumers and colleagues in doing so.NetworkProject management was in the hands of the Centre for Sustainable Tourism and Transport (CSTT) of NHTV Breda University of Applied Sciences. CSTT has 10 years’ experience in measuring tourism emissions and developing strategies to mitigate emissions, and enjoys an international reputation in this field. The ICT Associate Professorship of HZ University of Applied Sciences has longstanding expertise in linking varying databases of different organisations. Its key role in CARMATOP was to create the semantic wiki for the carbon calculator, which links touroperator input with all necessary databases on carbon emissions. Web developer ibuildings created the Graphical User Interface; the front end of the semantic wiki. ANVR, the Dutch Association of Travel Agents and Tour operators, represents 180 tour operators and 1500 retail agencies in the Netherlands, and requires all its members to meet a minimum of sustainable practices through a number of criteria. ANVR’s role was in dissemination, networking and ensuring CARMATOP products will last. Climate Neutral Group’s experience with sustainable entrepreneurship and knowledge about carbon footprint (mitigation), and ECEAT’s broad sustainable tourism network, provided further essential inputs for CARMATOP. Finally, most of the eleven tour operators are sustainable tourism frontrunners in the Netherlands, and are the driving forces behind this project.
The SPRONG-collaboration “Collective process development for an innovative chemical industry” (CONNECT) aims to accelerate the chemical industry’s climate/sustainability transition by process development of innovative chemical processes. The CONNECT SPRONG-group integrates the expertise of the research groups “Material Sciences” (Zuyd Hogeschool), “Making Industry Sustainable” (Hogeschool Rotterdam), “Innovative Testing in Life Sciences & Chemistry” and “Circular Water” (both Hogeschool Utrecht) and affiliated knowledge centres (Centres of Expertise CHILL [affiliated to Zuyd] and HRTech, and Utrecht Science Park InnovationLab). The combined CONNECT-expertise generates critical mass to facilitate process development of necessary energy-/material-efficient processes for the 2050 goals of the Knowledge and Innovation Agenda (KIA) Climate and Energy (mission C) using Chemical Key Technologies. CONNECT focuses on process development/chemical engineering. We will collaborate with SPRONG-groups centred on chemistry and other non-SPRONG initiatives. The CONNECT-consortium will generate a Learning Community of the core group (universities of applied science and knowledge centres), companies (high-tech equipment, engineering and chemical end-users), secondary vocational training, universities, sustainability institutes and regional network organizations that will facilitate research, demand articulation and professionalization of students and professionals. In the CONNECT-trajectory, four field labs will be integrated and strengthened with necessary coordination, organisation, expertise and equipment to facilitate chemical innovations to bridge the innovation valley-of-death between feasibility studies and high technology-readiness-level pilot plant infrastructure. The CONNECT-field labs will combine experimental and theoretical approaches to generate high-quality data that can be used for modelling and predict the impact of flow chemical technologies. The CONNECT-trajectory will optimize research quality systems (e.g. PDCA, data management, impact). At the end of the CONNECT-trajectory, the SPRONG-group will have become the process development/chemical engineering SPRONG-group in the Netherlands. We can then meaningfully contribute to further integrate the (inter)national research ecosystem to valorise innovative chemical processes for the KIA Climate and Energy.
Digitalisering en dataficering zijn belangrijke ontwikkelingen die zich in ons dagelijkse leven voltrekken. Bedrijven worden steeds afhankelijker van data waarop ze hun bedrijfsprocessen en verdienmodellen baseren. Maar in hoeverre is die data volledig en betrouwbaar? Dataketens vormen het digitale fundament voor datagedreven organisaties om optimale bedrijfsprocessen, producten of diensten (servitization) te kunnen realiseren. De praktijk laat echter zien dat nog veel organisaties vaak te snel stappen zetten naar het ontwikkelen en implementeren van op data gebaseerde digitale oplossingen, zonder dat het ‘datafundament’ daarvoor op orde is. Dat leidt tot onbetrouwbare data en suboptimale besluitvorming. Data-engineering en -management in dataketens (DEMAND) realiseert een onderzoeksinfrastructuur die nieuwe oplossingen ontwikkelt voor geïntegreerde en gevalideerde dataketens van overheden en bedrijven. Het consortium heeft de overall ambitie om een toolbox te ontwikkelen met nieuwe toepasbare digitale technologieën en methodologieën die bijdragen aan optimalisatie van dataketens in private en publieke organisaties. Hierbij staan datagerichte activiteiten in dataketens van organisaties centraal, met inbegrip van data-acquisitie en data-opslag, data-(pre)processing, data-exploratie, data-modeling en data-benutting. Deze zogenaamde Key Enabling Methodologies verbinden mens en maatschappij langs de lat van Technical Readiness Levels en Societal Readiness Levels, zij vegroten het (toekomstig) verdienvermogen van Nederland en dragen bij aan maatschappelijke opgaven. Het DEMAND-programma wordt uitgevoerd door HAN University of Applied Sciences (HAN), Saxion Hogeschool en Fontys Hogeschool en dertien consortiumpartners met bewezen technische en organisatorische kennis van dataketens. DEMAND fungeert als bruggenbouwer tussen enerzijds de onderzoekspraktijk met de onderwijspraktijk en anderzijds de onderzoekspraktijk met het werkveld. Een set van casussen, de learning communities, vormen de basis van de onderzoeksinfrastructuur waarin de SPRONG-groep in co-creatie en interdisciplinair samenwerkt. Het consortium intensiveert de bestaande casussen én ontwikkelt daarnaast nieuwe casussen in data-intensieve omgevingen in het private als ook het publieke domein. Dit leidt tot meervoudige waardecreatie en systemische veranderingen (impact).