AbstractObjective: Many older individuals receive rehabilitation in an out-of-hospital setting (OOHS) after acute hospitalization; however, its effect onmobility and unplanned hospital readmission is unclear. Therefore, a systematic review and meta-analysis were conducted on this topic.Data Sources: Medline OVID, Embase OVID, and CINAHL were searched from their inception until February 22, 2018.Study Selection: OOHS (ie, skilled nursing facilities, outpatient clinics, or community-based at home) randomized trials studying the effect ofmultidisciplinary rehabilitation were selected, including those assessing exercise in older patients (mean age 65y) after discharge from hospitalafter an acute illness.Data Extraction: Two reviewers independently selected the studies, performed independent data extraction, and assessed the risk of bias.Outcomes were pooled using fixed- or random-effect models as appropriate. The main outcomes were mobility at and unplanned hospitalreadmission within 3 months of discharge.Data Synthesis: A total of 15 studies (1255 patients) were included in the systematic review and 12 were included in the meta-analysis (7assessing mobility using the 6-minute walk distance [6MWD] test and 7 assessing unplanned hospital readmission). Based on the 6MWD, patientsreceiving rehabilitation walked an average of 23 m more than controls (95% confidence interval [CI]Z: 1.34 to 48.32; I2: 51%). Rehabilitationdid not lower the 3-month risk of unplanned hospital readmission (risk ratio: 0.93; 95% CI: 0.73-1.19; I2: 34%). The risk of bias was present,mainly due to the nonblinded outcome assessment in 3 studies, and 7 studies scored this unclearly.Conclusion: OOHS-based multidisciplinary rehabilitation leads to improved mobility in older patients 3 months after they are discharged fromhospital following an acute illness and is not associated with a lower risk of unplanned hospital readmission within 3 months of discharge.However, the wide 95% CIs indicate that the evidence is not robust.
This paper describes the approach used to identify elderly people’s needs and attitudes towards applying ambient sensor systems for monitoring daily activities in the home. As elderly are typically unfamiliar with such ambient technology, interactive tools for explicating sensor monitoring –an interactive dollhouse and iPad applications for displaying live monitored sensor activity data– were developed and used for this study. Furthermore, four studies conducted by occupational therapists with more than 60 elderly participants –including questionnaires (n=41), interviews (n=6), user sessions (n=14) and field studies (n=2)– were conducted. The experiences from these studies suggest that this approach helped to democratically engage the elderly as end-user and identify acceptance issues.
Background: A pragmatic, stepped wedge trial design can be an appealing design to evaluate complex interventions in real-life settings. However, there are certain pitfalls that need to be considered. This paper reports on the experiences and lessons learned from the conduct of a cluster randomized, stepped wedge trial evaluating the effect of the Hospital Elder Life Program (HELP) in a Dutch hospital setting to prevent older patients from developing delirium. Methods: We evaluated our trial which was conducted in eight departments in two hospitals in hospitalized patients aged 70 years or older who were at risk for delirium by reflecting on the assumptions that we had and on what we intended to accomplish when we started, as compared to what we actually realized in the different phases of our study. Lessons learned on the design, the timeline, the enrollment of eligible patients and the use of routinely collected data are provided accompanied by recommendations to address challenges. Results: The start of the trial was delayed which caused subsequent time schedule problems. The requirement for individual informed consent for a quality improvement project made the inclusion more prone to selection bias. Most units experienced major difficulties in including patients, leading to excluding two of the eight units from participation. This resulted in failing to include a similar number of patients in the control condition versus the intervention condition. Data on outcomes routinely collected in the electronic patient records were not accessible during the study, and appeared to be often missing during analyses. Conclusions: The stepped wedge, cluster randomized trial poses specific risks in the design and execution of research in real-life settings of which researchers should be aware to prevent negative consequences impacting the validity of their results. Valid conclusions on the effectiveness of the HELP in the Dutch hospital setting are hampered by the limited quantity and quality of routine clinical data in our pragmatic trial. Executing a stepped wedge design in a daily practice setting using routinely collected data requires specific attention to ethical review, flexibility, a spacious time schedule, the availability of substantial capacity in the research team and early checks on the data availability and quality.
Jonge ontwerpers kunnen een belangrijke rol spelen in de omslag naar een circulaire economie. Juist daar ontstaan experimenten met biobased - en restmaterialen. Deze potentieel interessante materiaal- en techniekideeën sterven echter een stille dood vanwege het ontbreken van faciliteiten voor technisch testen en practice proven bewijslast van de gebruikersbeleving. In de bouw is ‘verkoopbaarheid’ een belangrijke drijfveer. Sebastian Guzman, Rik Maarsen, Basse Stittgen en Marianne Cuypers zijn jonge ontwerpers van nieuwe biobased materialen. Het kunstenaarscollectief Biobased creations/New Heroes wil de door hun ontwikkelde materialen toepassen in het paviljoen Exploded View dat een onderdeel wordt van de Floriade in Almere (2022). Met deze Kiem willen we de materialen gaan testen op aantoonbare bouwkundige kwaliteiten (klimaatkamer; druk- en trekbanken) en onderzoeken hoe ze verbeterd worden met behulp van persen met hoge drukkrachten en hoge temperaturen. De Hogeschool van Amsterdam werkt hierbij samen met mkb-er NPSP dat is gespecialiseerd in het maken van bio-composieten. NPSP stelt haar technologie en kennis ter beschikking – en test tegelijkertijd de constructieve kwaliteiten en ontwerpmogelijkheden van uit rioolslib gewonnen wc-papier als bouwmateriaal. Er wordt ontwerpend onderzoek uitgevoerd. Op basis van een verkennend onderzoek van de materialen worden prototypes gemaakt die worden getest. De testresultaten leiden (eventueel) tot materiaalverbeteringen en/of andere toepassingsmogelijkheden die weer tot nieuwe prototypes leiden et cetera. Het doel is om van deze materialen modulaire systemen te ontwerpen waardoor demontage en het toepassen elders gemakkelijker wordt. Het Floriade-paviljoen is niet alleen een demonstratie van de mogelijkheden van deze nieuwe biobased materialen maar geeft de mogelijkheid om te onderzoeken hoe de materialen door de bezoekers worden beoordeeld. Hiertoe wordt de HvA technologie en kennis van neuro-architectuur ingezet. Voor de doorontwikkeling tot volwaardige bouwproducten beogen we een RAAK MKB aan te vragen – om de slag van de biobased bouwmaterialen naar architecten en ontwerpers te maken.
De gemeente Nijmegen, Radboud Universiteit en Hogeschool van Arnhem en Nijmegen hebben vanuit de City Deal Kennis Maken een Strategische Agenda opgesteld bestaande uit zes thema’s: Integrale wijkaanpak, Gezonde stad, Robotisering/digitalisering, Huisvesting voor internationale studenten en onderzoekers, Talentontwikkeling en Ondernemerschap, en Oudste stad. In de periode 2019-2020 trachten wij het City Deal netwerk uit te breiden met het ROC Nijmegen. De projectgelden zullen in 2018-2019 met voorrang worden ingezet voor de projecten Integrale Wijkaanpak en Gezonde Stad, omdat deze in de praktijk de beste inzichten kunnen verschaffen over hoe de duurzame relatie tussen kennisinstellingen en gemeente in de toekomst vorm te geven. Het geld zal besteed worden om studenten te faciliteren in hun werk in de wijk, zoals bijvoorbeeld het organiseren van bijeenkomsten voor wijkbewoners, het betrekken van wijkprofessionals, of het inhuren van externe adviseurs. Waar nuttig worden studenten in staat gesteld zich elders te laten informeren over succesvolle interventies. De resultaten die met deze projecten worden geboekt en de lessen die hieruit worden geleerd, vormen de basis een duurzame samenwerking tussen de partners, gericht op een continue inzet van studenten voor projecten binnen de thema’s van de Strategische Agenda in de jaren daarna. De stuurgroep van de City Deal wordt gevormd door bestuurders/collegeleden van de drie partnerinstellingen. De regie over de projecten komt voor rekening van een ambtelijk programmateam, dat samen met de inhoudelijk trekkers van de thema’s concrete invulling geeft aan de projecten.
Hoewel drones worden gebruikt in steeds toenemende civiele toepassingen voor een goede daad, zijn kwaadwillende drones ook steeds meer en steeds vaker worden ingezet om schade aan te richten. Huis, tuin en keukendrones zijn in staat om door te dringen tot zwaarbeveiligde gebieden en daar verwoestende schade aan te brengen. Ze zijn goedkoop, precies en kunnen steeds grotere afstanden afleggen. Kwaadwillende drones vormen een groot gevaar voor de nationale veiligheid. In dit KIEM-project onderzoeken wij de vraag in hoeverre is het mogelijk om drones te ontwikkelen die volledig autonoom een ongecontroleerde omgeving (luchtruim) veilig kunnen houden? Counter drones moeten kamikaze-drones kunnen signaleren en uitschakelen. Bestaande systemen zijn nog onvoldoende in staat om kwaadwillende drones op tijd uit te schakelen. Bij Defensie, de Nationale Politie en het gevangeniswezen is dringend behoefte aan systemen die kwaadwillende drones kunnen detecteren en uitschakelen. Er zijn thans enkele (Europese) systemen waarmee drones kunnen worden gedetecteerd, onder andere met radiofrequentiesignalen (voelen), optische- en radartechnologie (zien) en akoestische systemen (horen). Geen van deze systemen vormen de ‘silver bullet’ voor het bestrijden van kwaadwillende drones, vooral kleine en laagvliegende drones. Met een feasibility study wordt nagegaan wat de state-of-the-art is van de huidige counter dronetechnologieën en op welke technologiedomeinen het consortium waarde kan toevoegen aan de ontwikkeling van effectieve counter drones. Saxion en haar partners zet zich de komende jaren in op Sleuteltechnologieën als: Human Robotic Interaction, Perception, Navigation, Systems Development, Mechatronics en Cognition. Technologieën die terugkomen in counter drones, maar ook worden doorontwikkeld voor andere toepassingsgebieden. Het project bestaat uit 4 fasen: een onderzoek naar de huidige counter dronetechnologieën (IST), onderzoek naar gewenste/toekomstige counter dronetechnologieën (SOLL), een gap-analyse (TOR) én een omgevingsanalyse om na te gaan wat er elders in Europa al aan onderzoek plaatsvindt. Tevens wordt een netwerk ontwikkeld om counter droneontwikkeling mogelijk te maken.