An emerging body of research indicates that active arts engagement can enhance older adults’ health and experienced well‐being, but scientific evidence is still fragmented. There is a research gap in understanding arts engagement grounded in a multidimensional conceptualization of the value of health and well‐being from older participants’ perspectives. This Dutch nation‐wide study aimed to explore the broader value of arts engagement on older people’s perceived health and well‐being in 18 participatory arts‐based projects (dance, music, singing, theater, visual arts, video, and spoken word) for community‐dwelling older adults and those living in long term care facilities. In this study, we followed a participatory design with narrative‐ and arts‐based inquiry. We gathered micro‐narratives from older people and their (in)formal caregivers (n = 470). The findings demonstrate that arts engagement, according to participants, resulted in (1) positive feelings, (2) personal and artistic growth, and (3) increased meaningful social interactions. This study concludes that art‐based practices promote older people’s experienced well‐being and increase the quality of life of older people. This study emphasizes the intrinsic value of arts engagement and has implications for research and evaluation of arts engagement.
Stakeholder engagement in Environmental Impact Assessment (EIA) and Health Impact Assessment (HIA) provides opportunities for inclusive environmental decision-making contributing to the attainment of agreement about the potential environmental and health impacts of a plan. A case evaluation of stakeholder engagement was carried out to assess its effect in terms of consensus-building. The case consisted in two health impact scoping workshops engaging 20 stakeholders: policy-makers, experts and residents. A Participatory Action Research approach was adopted. Methods included observation, semi-structured questionnaires and interviews. Analysis methods consisted of several coding rounds, in-depth reading and discussion of Atlas.ti output reports, as well as studying questionnaire results. Participants reported a broadening of perspectives on health in relation to the environment and attainment of shared perspectives. Still, meaningful differences remained, indicating that joint learning experiences, trust and mutual respect created a ‘sense of consensus’ rather than a joint view on the issues at stake. To avoid disappointment and conflict in later project development, explicit acknowledgment and acceptance of disagreements should be included as a ground rule in future stakeholder engagement processes.
Emotions are crucial ingredients of meaningful and memorable tourism experiences. Research methods borrowed from experimental psychology are prime candidates for quantifying emotions while experiences are unfolding. The present article empirically evaluates the methodological feasibility and usefulness of ambulatory recordings of skin conductance responses (SCRs) during a tourism experience. We recorded SCRs in participants while they experienced a roller-coaster ride with or without a virtual reality (VR) headset. Ride elements were identified that related to physical aspects (such as accelerations and braking), to events in the VR environment, and to the physical theming of the roller coaster. VR rides were evaluated more positively than normal rides. SCR time series were meaningfully related to the different ride elements. SCR signals did not significantly predict overall evaluations of the ride. We conclude that psychophysiological measurements are a new avenue for understanding how hospitality, tourism and leisure experiences dynamically develop over time.
LINK
Onderzoek laat zien dat gedragsproblemen en leesproblemen vaak gelijktijdig voorkomen. Maar waar moet de leerkracht zich op richten; het gedrag of de leesprestaties? Voor de onderwijspraktijk is het relevant om uitsluitsel te krijgen over hoe deze problematiek in elkaar zit.Doel Uit veel onderzoek komt naar voren dat gedragsproblemen en leesproblemen bij veel kinderen min of meer gelijktijdig voorkomen. Leerkrachten zijn in deze situatie geneigd zich eerst te richten op het gedrag aangezien ze daar de meeste last van hebben. De primaire gerichtheid op gedragsproblemen uit zich ook in de grote vraag die er is naar begeleiding van leerkrachten bij het voorkomen en bestrijden van gedragsproblemen en de oververtegenwoordiging van studenten die bij de Master EN bij het Seminarium voor Orthopedagogiek de route Gedrag kiezen. De vraag is of deze gerichtheid terecht is en inderdaad tot de oplossing van de problemen leidt dan wel dat een achterliggend probleem de oorzaak is; namelijk een leesprobleem dat bij de leerling gedragsproblemen veroorzaakt. Het is relevant voor zowel de onderwijspraktijk als de opleidingen om uitsluitsel te krijgen over hoe deze problematiek in elkaar zit. In dit proefschrift wordt beoogd de vraag te beantwoorden of de gerichtheid op gedragsproblemen terecht is. Ook wil hiermee tegemoet worden gekomen aan de behoefte aan onderzoek waarmee de praktijk duidelijkere handvatten aangereikt krijgt om om te gaan met deze problemen en waar te beginnen met het bestrijden en voorkomen van de problemen. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord: 1) Gaan leesproblemen vooraf aan gedragsproblemen, is het andersom of is er sprake van wederzijdse volgtijdelijkheid? 2) Veroorzaken leesproblemen gedragsproblemen, is het andersom of veroorzaken zij elkaar? 3) In welke mate is lezen en gedrag te beïnvloeden door de leerkracht? Resultaten Het gedrag van leerlingen tijdens de leesles (aandacht, verstorend gedrag, emotionele stabiliteit) blijkt niet bij te dragen aan hun leesvaardigheid aan het eind van datzelfde schooljaar (groep 5); het is dus niet zo dat leerlingen die zich beter gedragen aan het begin van het jaar, beter lezen aan het eind van het jaar. Andersom is het wel zo dat leerlingen die aan het begin van het jaar beter lezen, zich aan het eind van het jaar beter gedragen (Brokamp, Houtveen & Van de Grift, 2018b; Brokamp, Houtveen & Van de Grift, submitted). Er wordt momenteel vervolgonderzoek uitgevoerd om te kijken of deze trend hetzelfde is over meerdere leerjaren. Wanneer gekeken wordt naar wat de leerkracht kan doen om zowel het lezen als het gedrag van de leerlingen tijdens de leesles te beïnvloeden, blijkt dat de leerkracht door het geven van een kwalitatief goede leesles ervoor kan zorgen dat de leerlingen beter gaan lezen, maar ook meer gefocust zijn, minder verstorend gedrag vertonen en (in minder mate) meer zelfvertrouwen hebben. Voor de praktijk heeft dit een belangrijke implicatie, namelijk het belang van goed leesonderwijs; het geven van een goede leesles zorgt niet alleen voor verbetering van de leesprestaties maar kan ook in positieve zin bijdragen aan het gedrag van de leerlingen (Brokamp, Houtveen & Van de Grift, 2016; 2018a). Brokamp, S.K., Houtveen, A.A.M., & Van de Grift, W.J.C.M. (submitted). Reading and behavioural and emotional engagement: a bidirectional relationship? Brokamp, S.K., Houtveen, A.A.M., & Van de Grift, W.J.C.M (2016, January). Reading, classroom behaviour and teaching skills. Paper presented at ICSEI 2016 Conference, Glasgow, UK. Brokamp, S.K., Houtveen, A.A.M., & Van de Grift, W.J.C.M (2018a). The relationship among students' reading performance, their classroom behavior, and teacher skills. The Journal of Educational Research. doi: 10.1080/00220671.2017.1411878 Brokamp, S.K., Houtveen, A.A.M., & Van de Grift, W.J.C.M (2018b, Juni). Leesvaardigheid en betrokkenheid tijdens het lezen: een bidirectionele relatie?. Paper gepresenteerd op de ORD 2018 Conferentie, Nijmegen, Nederland. Looptijd 01 december 2012 - 31 december 2020 Aanpak In het onderzoek meten we zowel het gedrag tijdens de leesles als de leesvaardigheid van de leerlingen over meerdere jaren. Ook bekijken we het instructiegedrag en algemeen pedagogisch handelen van de leerkrachten om de vraag te kunnen beantwoorden in welke mate de leerkrachten het lezen en gedrag van de leerlingen kunnen beïnvloeden.
Theme parks are looking into extending the life cycle of roller coasters by creating VR environments that are designed for and synchronised with the ride. Riding a coaster with a VR headset that immerses visitors into a virtual environment is therefore a rapidly emerging trend.In this project we compare how visitors experience a roller coaster ride with and without VR add-on.We recorded bodily indices of emotional engagement (skin conductance responses; SCRs) during roller coaster rides with and without Virtual Reality (VR) add-ons, alongside with self-reported evaluations of the two types of rides.Self-reported levels of presence are similar across VR and NVR rides, and VR rides are evaluated more positively. SCR time series correlate meaningfully with the different ride elements and can therefore be used to identify which parts of the ride are, or aren’t, emotionally engaging. SCRs do not significantly predict overall evaluations of the ride, however.Main collaborating partner: Europapark, Germany
The project tries to promote social inclusion by engaging different groups of young adults in a variety of cultural activities.Cultural activities such as visiting a museum or attending a theatre show more often act as a marker of social boundaries than as an invitation for social interaction. To reverse the resulting social fragmentation, members of separate ‘bubbles’ have to share time, place, content, and experience.For cultural activities, this means bringing in as well as emotionally engaging both frequent and infrequent visitors in joint experiences. In this project we measured how frequent and infrequent young adult visitors experience cultural activities, as well as their overall post-experience evaluations. Measuring experiences of participants both inside and outside the cultural ‘bubble’ is needed to understand a) how social group membership affects emotional engagement and b) how to develop policy to promote social interaction and to broaden social inclusion amongst young people.Partners: Tilburg University, Stichting Cultuurmarketing, Theaters Tilburg en Rotterdam, Museum Groningen