In de afgelopen twee jaar is veel veranderd op juridisch vlak als het gaat om de rechtspositie van de consument en diens aansluiting op het aardgassysteem. In deze bijdrage verkennen we de juridische mogelijkheden én onmogelijkheden van twee uitgangsposities: a. die van de burger die graag zelf actie wil ondernemen om van het gas af te gaan en b. die van de gasklever, oftewel de burger die wil vasthouden aan het gas omdat hij geen heil ziet in de energietransitie, de alternatieve voorziening geen verbetering of te duur is, diens huis niet geschikt is voor een warmtepomp of omdat hij de woning volledig op elektriciteit wil. In dit laatste geval wordt vervolgens uiteengezet in hoeverre de gastrouwe burger gedwongen kan worden onder huidig en toekomstig recht toch de overstap te maken naar een energievoorziening zonder aardgas. Voor de uiteenzetting van deze uitgangsposities wordt kort de achtergrond van de warmtetransitie geschetst en de manier waarop deze via de transitievisie warmte, met de gemeente aan kop, tot stand moet gaan komen. Het Wetsvoorstel gemeentelijke instrumenten warmtetransitie wordt hier tevens besproken.
LINK
Het pand van Ultraware heeft al enkele jaren geen gasaansluiting meer. Dankzij verschillende aanpassingen van de klimaatsystemen is de stroomrekening sinds die tijd gelijk gebleven, terwijl nu ook de warmtepomp met diezelfde stroom moet worden aangedreven. Vanuit de persoonlijke missie “De wereld een beetje mooier achterlaten dan hoe we hem hebben gevonden.”, is de ambitie ontstaan om niet één groenste pand, maar misschien wel honderdduizend groenste panden te realiseren. De nieuwste generatie kantoorpanden wordt al energieneutraal opgeleverd, maar het overgrote deel van de panden in de markt is meer dan 15 jaar oud. Kantoorpanden die je kunt slopen. Maar wanneer je het liefst cradle to cradle werkt is dat eigenlijk geen oplossing. Het idee is een systeem te ontwikkelen om niet alleen te bewijzen dat zo’n oud pand energieneutraal kan worden, maar dit ook daadwerkelijk te doen. Ultraware, Cosinuss en de Hanzehogeschool hebben de handen ineen geslagen om deze ambitie te realiseren via het Smart Indoor Climate project. Doelstelling van het project is een zelflerend product te ontwikkelen waarmee bestaande gebouwen een optimaal comfort voor de gebruikers realiseren met een minimaal energieverbruik door verstandig (slim) om te gaan met en automatisch te schakelen van alle apparatuur.Ondertussen is het eerste prototype gebouwd in een leegstaande ruimte in het pand aan de Lauwers 18. Het prototype stuurt nu drie ruimtes aan en wordt verder uitgerold om het hele pand van Ultraware aan te sturen. Tegelijkertijd vinden verschillende gesprekken plaats om het systeem uit te rollen in een tweede pand. Op basis van positieve resultaten zal dan een nieuw bedrijf worden gestart, om het product daadwerkelijk naar de markt te brengen. Het product richt zich voorlopig uitsluitend op kantoorpanden van 15 jaar of ouder, waarbij de eigenaar ook de gebruiker is van het gebouw. In de toekomst wordt overwogen uit te breiden naar panden met een andere functie, nieuwere panden en/of, afhankelijk van hoe wetgeving zich ontwikkeld op zowel huurders als gebouweigenaren die zelf niet de gebruiker zijn van hun pand.
DOCUMENT
Luchtbevochtiging is een specifiek onderdeel in de luchtbehandeling en kent een brede toepassing binnen de zorghuisvesting, met name in ziekenhuizen maar ook in de langdurige zorg. Echter, luchtbevochtiging zoals met de huidige technologie gerealiseerd is een energie-intensief proces. Deze opvallende constatering, en de wens voor duurzamere vormen van bevochtiging vormen de aanleiding om te onderzoeken wat de noodzaak van bevochtiging is en of er goede alternatieven zijn voor bevochtiging waarbij gebruik gemaakt kan worden van hernieuwbare energie in plaats van fossiele brandstoffen.
DOCUMENT
Met de JIM-aanpak wordt beoogd gezinnen met jongeren te ondersteunen zelf de regie te nemen in het hanteerbaar maken van hun problematiek, door het betrekken van een door de jongere zelfgekozen mentor. Huidig onderzoek richt zich op de manier waarop professionals bij Youké tijdens het uitvoeren van de JIM-aanpak uiting geven aan vier theoretische kernconcepten onderliggend aan de JIM-aanpak. Dit is onderzocht door middel van kwalitatieve analyses van audio-opnames bij 17 gezinnen en interviews met negen gezinnen, waarvan negen ouders en acht jongeren. Uit de resultaten is gebleken dat de vier kernconcepten duidelijk terugkomen in het handelen van de professionals en ook als zodanig door jongeren en ouders worden herkend. Jongeren en ouders zijn over het algemeen tevreden over de hulp die zij hebben ontvangen en zouden de JIM-aanpak aanraden aan anderen. Er kwam een aantal aanbevelingen uit het onderzoek naar voren: 1) Meer duidelijkheid in de keuze wie van de gezinsleden wel of niet betrokken wordt in een gesprek tijdens het traject, 2) Het maken van heldere afspraken tussen alle betrokkenen over rolverdeling, contactmomenten en de richting van het traject, 3) Concrete afspraken met de gezinsleden en de JIM over de betrokkenheid van de JIM na afsluiting van het traject. De bevindingen uit dit onderzoek kunnen bijdragen aan de doorontwikkeling van de JIMaanpak binnen Youké en de JIM-training voor professionals. Om implementatie van de bevindingen te stimuleren, worden deze besproken en geduid met professionals tijdens een organisatiebrede methodiekbijeenkomst.
DOCUMENT
Dienstverleners die diensten aanbieden op internet kunnen te maken krijgen met het gedrag van hun klanten. Internet is een digitale openbare ruimte, waar mensen met hun uitingen of handelen anderen kunnen beschadigen. We denken dan aan uitingen die door derden als beledigend of als laster worden ervaren, of het aanbieden van inhoud die intellectuele eigendomsrechten schendt. De derde wiens belang wordt geschonden, zal willen weten wie de persoon is die dit heeft gedaan en zal dan een beroep doen op de internetdienstverlener om persoonsgegevens van de anonieme eigenaar van de informatie te achterhalen, de NAW (naam, adres, woonplaats) gegevens. De dienstverlener heeft er een zeker belang bij dat zijn klanten (de inhoudsaanbieders) geen onrechtmatige dingen doen via de diensten die hij aanbiedt, maar is niet zelf direct in zijn belang geschaad. Wat moet die dienstverlener dan met een verzoek om hulp bij de aanpak van de inhoudsaanbieder die de rechten van een derde partij schendt?
DOCUMENT
Samenwerking tussen fysiotherapie-organisaties en andere zorgaanbieders wordt vaak genoemd als voorwaarde voor succes. Maar hoe manage je als fysiotherapie-organisatie succesvolle samenwerking in een veranderende zorgmarkt? Rutger IJntema, directeur van het Innovatie Platform Fysiotherapie, beschrijft in twee artikelen het belang van samenwerken en innoveren in de fysiotherapie. In deel 2 gaat hij in op samenwerking als uiting van innovatie, samen met Danielle Deuss-Joosten van Praktijk Joosten in Waddinxveen
LINK
Op basis van bijna 400 uur observatie in twee Nederlandse ziekenhuizen schetst dit rapport een gedetailleerd en indringend beeld van de leefwereld van de spoedeisende hulp. Agressie, zo bleek, is geen objectief gegeven, maar ontstaat in interactie met mensen en dingen. Gedrag wat de een ervaart als een persoonlijke bedreiging is voor de ander een begrijpelijke uiting van pijn. En wat voor de een teken is van professionele kalmte is voor de ander een gebrek aan empathie. In veel agressieincidenten blijkt het niet eenvoudig om ‘daders’ en ‘slachtoffers’ van elkaar te onderscheiden.
DOCUMENT
In dit artikel wordt het spanningsveld tussen uitingsvrijheid en godsdienstvrijheid geschetst. Mag je alles zeggen wat je wil? Bestaat er een recht op kwetsen? Het begon met het boek De Duivelsverzen van Salman Rushdie. Bijna twintig jaar later was er de affaire rond de Mohammed-cartoons in de Deense krant Jyllands Posten. Pim Fortuyn en Theo van Gogh wakkerden met gepeperde uitspraken en felle columns het debat aan. Bijna alle kwesties gingen over de verhouding tussen moslims en niet-moslims. De auteur maakt onderscheid tussen een juridische en een moraliteitsoptiek. Hij meent dat de morele grens daar wordt overschreden waar iemand met een artistieke, literaire of journalistieke uiting doelbewust de intentie heeft om anderen te kwetsen.
DOCUMENT
Verslag van een onderzoek onder 31 leerlingen van vwo-6 van één school. De vraag was in hoeverre leerlingen in schriftelijke en mondelinge uitingen over Nederlandse geschiedenis gebruik maken van het wij-perspectief (wij Nederlanders) of van het zij-perspectief (zij, de toenmalige Nederlanders). Gebleken is dat in schriftelijke uitingen het wij-perspectief niet of nauwelijks wordt gebruikt, terwijl dat in mondelinge uitingen veel meer voorkomt. De resultaten nuanceren die van buitenlands onderzoek waarin verondersteld wordt dat het wij-perspectief vooral gebruikt wordt bij voor een land succesvolle ervaringen. De Nederlandse leerlingen gebruikten het wij-perspectief vooral bij voor Nederlanders negatieve ervaringen, zoals de slavernijgeschiedenis en die van collaboratie tijdens de bezettingstijd.
DOCUMENT
Samenvatting volgt nog
DOCUMENT