Hoe kunnen we voorbij een maatschappelijke verhouding tot handicap die gebaseerd is op verschil en exclusie? ‘Willen we een ander soort engagement met handicap aangaan, dan volstaat bewustwording niet langer’, stelt Andries Hiskes. Hij ontdekt een vruchtbaar alternatief in de filosofie van Spinoza, die de potentie van een lichaam ziet als inherent relationeel van aard.
We hebben hoge verwachtingen van leraren als het gaat om de kwaliteit van hun lessen, maar er is nauwelijks tijd om goede lessen voor te bereiden. Kernvraag van de podcastreeks is of het verlagen van het aantal lesuren van leraren ten gunste van (gezamenlijke) ontwikkeltijd kan bijdrage aan betere lessen.In deze vijfde aflevering maken we de balans op van de eerste vier afleveringen aan de hand van verschillende fragmenten uit de vorige afleveringen. Vertrekpunt is het besef dat er ruimte moet zijn voor het ‘handelingsvermogen’ van leraren om als onderwijsprofessional ‘goed werk’ te leveren. Dat roept de vraag op wat ‘goed werk’ is en hoe je dat dan doet. En daarvoor is ‘ononderhandelbare trage tijd’ nodig, tijd om samen kritisch stil te staan bij de dingen die je doet. En dan de vraag: Maakt dat het beroep van leraar aantrekkelijker?Over deze vragen gaan we in gesprek met Daniël van Middelkoop, lector Samenwerkende professionals, Jan-Paul Beekman, bestuurder van het Spinoza Lyceum in Amsterdam en Marie-Elle Bakker, bestuurder bij PCBO in Amsterfoort.
Teams spelen een centrale rol in onderwijsvernieuwing, maar de tijd die nodig is om veranderingen vorm te geven, wordt vaak onderschat. Dat is een van de conclusies uit het onlangs verschenen onderzoeksrapport van The Work Lab (HvA) en de lectoraten Werken in Onderwijs en Beroepsonderwijs (Hogeschool Utrecht), waarin de uitdagingen en kansen onder de loep genomen zijn, die zich voordoen bij het versterken van de samenwerking binnen mbo-teams.
In dit project verricht het lectoraat Familiebedrijven van Hogeschool Windesheim samen met de Hogeschool Utrecht, Hogeschool van Amsterdam, CUMELA, de Jong & Laan en MKB familiebedrijven praktijkgericht onderzoek naar financiering en besluitvorming bij MKB familiebedrijven. Nu banken vanwege de economische crisis terughoudender zijn geworden in kredietverlening en hun financieringseisen hebben verzwaard, zijn meer bedrijven aangewezen op eigen middelen en familiekapitaal. Vormen van zelf-financiering worden steeds belangrijker om groei en continuïteit van MKB familiebedrijven te waarborgen. Met name bij de overdracht van kapitaalintensieve MKB familiebedrijven worden complexe financieringsconstructies bedacht om de overname mogelijk te maken. Vaak wordt hierbij onvoldoende nagedacht over het onderscheid tussen de verschillende rollen die familieleden kunnen hebben als ze met hun vermogen in het bedrijf zitten (eigenaar of andere vermogensverschaffer, familielid, directielid, werknemer). Hierdoor kan onduidelijkheid ontstaan over onderwerpen zoals besluitvorming, rendement op vermogen, zeggenschap en beloningsstructuren, waardoor op termijn conflicten kunnen ontstaan. Daarnaast kan de besturing van ondernemingen door de verschillende belangen van vermogensverschaffers in negatieve zin worden beïnvloed en kan dit (op termijn) de continuïteit, wendbaarheid en groei van ondernemingen in gevaar brengen. Zowel in de praktijk als in het onderzoek ontbreekt het aan kennis over hoe met deze problematiek kan worden omgegaan. Dit project heeft daarom tot doel om samen met de projectpartners nieuwe kennis te ontwikkelen rond zelf-financiering en besluitvorming in MKB familiebedrijven. Door middel van ontwerpgericht praktijkonderzoek wordt bestaande en nieuwe kennis over de rol van zelf-financiering en de positie van eigenaren omgezet in oplossingsrichtingen ter verbetering van de besluitvorming in MKB familiebedrijven. Door het monitoren van de uitgevoerde interventies zal worden vastgesteld of de oplossingsrichtingen in de praktijk werken. De kennis die uit dit project voortkomt beoogt daarmee het handelingsvermogen van eigenaren en directieleden te vergroten en zelf-financiering als mogelijke financieringsbron effectiever te maken.
In dit project verricht het lectoraat Familiebedrijven van Hogeschool Windesheim samen met CAH Vilentum in Dronten, LTO Noord, NAJK en agrarische MKB familiebedrijven praktijkgericht onderzoek naar de familiale en bedrijfsmatige aspecten rond opvolging bij agrarische MKB familiebedrijven. Met dit project wordt nieuwe kennis ontwikkeld, die aansluit bij kennis over opvolging in familiebedrijven en die specifiek wordt toegepast binnen de agrarische sector. Bijna de helft van alle agrarische bedrijven in Nederland heeft een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder. Het merendeel van deze bedrijven is een familiebedrijf en heeft te maken met het onderwerp bedrijfsopvolging. Voor een geslaagd opvolgingsproces is het belangrijk dat familiebelangen en bedrijfsbelangen adequaat worden gebalanceerd. In de praktijk blijkt het lastig deze belangen rond overdracht van leiding en eigendom bespreekbaar te maken en goed af te wegen. Vanuit agrarische families is daarom de vraag hoe het opvolgingsproces het beste kan worden vormgegeven en welke instrumenten daarbij kunnen worden ingezet. De belangrijkste doelstelling van dit project is om nieuwe kennis op te doen over het opvolgingsproces bij agrarische familiebedrijven en het opvolgingsproces met instrumenten in positieve zin te veranderen. Door kwalitatief onderzoek worden belemmerende factoren rond opvolging in de agrarische context onderzocht. Op basis van deze nieuwe inzichten worden instrumenten ontwikkeld die het opvolgingsproces faciliteren. Door interventies zal worden vastgesteld of de instrumenten in de praktijk werken. De kennis die uit dit project voortkomt, beoogt daarmee het handelingsvermogen van agrarische families rond bedrijfsopvolging te ondersteunen. Het project levert een bijdrage aan bestaande kennis door gebruik te maken van multi-level onderzoek (perspectief van de opvolger, overdrager, familieleden, familie en bedrijf) en het observeren van gesprekken over het opvolgingsproces, de familie en het bedrijf. Het meest concrete resultaat is een beschrijving van een model opvolgingsproces met bijbehorende instrumenten om belangrijke onderwerpen rond opvolging bespreekbaar te maken, zoals een zelfanalyse instrument, een stappenplan, hulpmiddelen om gesprekken te faciliteren en een model familiestatuut afgestemd op agrarische familiebedrijven.
De opgave van hogescholen en de rol van de docent verandert. Dat vraagt van hbo-docenten om zich doorgaand te ontwikkelen. In dit project wordt onderzocht hoe docenten(teams), verweven met het primaire onderwijsproces, gezamenlijk hun professionele ontwikkeling kunnen versterken. Drie hogescholen slaan de handen ineen om hieraan te werken. Doel Het doel van het project is om docententeams handvatten te bieden om zelf de leermogelijkheden in hun werkomgeving te vergroten en daarmee gezamenlijk de professionele ontwikkeling en professionele identiteit te versterken. Hierbij is ook aandacht voor wat dit vraagt van de ondersteunende organisatie. Aanpak Het project heeft een actiegerichte aanpak. Met docenten, HR en andere stakeholders wordt het gesprek gevoerd en de activiteiten uitgevoerd, waardoor zij meteen de gelegenheid krijgen om de kennis toe te passen en hun handelingsvermogen direct wordt vergroot. Resultaten Professionalisering on-the-job van de betrokken docententeams van de drie hogescholen. Kennisontwikkeling over professionalisering vanuit een teamperspectief. anpak voor docententeams om zelf de leermogelijkheden in de werkomgeving te vergroten. Concrete, inspirerende good practices. Looptijd 01 februari 2022 - 01 april 2024 Meer weten over dit project? Klik op de link hieronder om de flyer te downloaden.