Dit boekje is uitgegeven naar aanleiding van de lectorale rede van drs. Paul Bijleveld. Al lange tijd zijn we ons er in Nederland van bewust dat we wereldwijd niet meer concurreren met handenarbeid maar met hoofdarbeid. Dat noemen we ook wel de kenniseconomie. Maar op dat vlak staan we niet alleen. Niet alleen ten opzichte van de rijke landen, maar ook ten opzichte van de opkomende economieën is kennis niet meer onderscheidend. Kennis alleen maakt geen economische macht. Economische ontwikkeling draait om het vermogen om kennis om te zetten in betere of nieuwe produkten en diensten en deze aan de man of vrouw te brengen. Dit wordt uitgedrukt met de termen ´innovatie en ondernemerschap´, die als centrale voorwaarden worden gesteld voor regionaal ecomisch succes. Innovatie en meer recentelijk ondernemerschap zijn daarom belangrijk aandachtspunten in het onderzoek naar regionale economische ontwikkeling.
Across Western Europe, the emphasis has shifted from physical manufacturing to the development of ideas, new products and creative processes. This has become known as the knowledge economy. While much has been written about this concept, so far there has been little focus on the role of the city. Bringing together comparative case studies from Amsterdam, Dortmund, Eindhoven, Helsinki, Manchester, Munich, Münster, Rotterdam and Zaragoza, this volume examines the cities' roles, as well as how the knowledge economy affects urban management and policies. In doing so, it demonstrates that the knowledge economy is a trend that affects every city, but in different ways depending on the specific local situation. It describes a number of policy options that can be applied to improve cities' positions in this new environment.
In een serie artikelen over de Stedendriehoek Index belichten we steeds een thema uit de Index. Na ‘creativiteit en innovatie’ en ‘onderwijs’ is nu ‘internationalisering’ aan de beurt. Hoofd investeringsbevordering van Oost NV, Henk Ligtenberg: “De wereld is een dorp geworden. In de kenniseconomie komt werk tot stand als je kennis uitwisselt en innovaties bedenkt.”
De hbo thematafels zijn opgezet om de ambities uit de Kennis- en Innovatieagenda’s (KIA’s) met gecommitteerde partners te realiseren. De hbo thematafels sleuteltechnologieën en digitalisering hebben als doel om de positie van het hbo op dit thema te versterken en te laten aansluiten bij landelijke agenda’s. De Thematafels beschouwen de rol van hogescholen als steeds crucialer voor het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen. In onze kenniseconomie is er behoefte aan een praktijkgerichte aanpak, waarbij Thematafels als katalysator voor samenwerking tussen hogescholen steeds relevanter worden. Daarbij past ook de gewenste deelname aan KIA's. In 2022 is een eerste traject gestart vanuit Sleuteltechnologieën, mede vanwege de integratie met Digitalisering en de ontwikkelingen rondom de organisatiestructuur van de thematafels wordt het eerdere traject voortgezet vanuit de twee thematafels samen. De thematafels zoeken de gewenste ondersteuning in het inhuren van een betrokken Netwerkmanager (linking pin) die gaat zorgen dat de gezamenlijke doelen op het gebied van lobby/positionering, verbinding en community-buildig gehaald kunnen worden.
In Nederland en de ons omringende landen is veel belangstelling voor programmeren met leerlingen in het onderwijs. Het is een onderwerp uit de Human Capital Agenda dat relevant is voor de ontwikkeling van kinderen in relatie tot het ontwikkelen van analytische vaardigheden op een logische manier die computational thinking genoemd wordt. Computational thinking is het procesmatig (her)formuleren van problemen op een zodanige manier dat het mogelijk wordt om met computertechnologie het probleem op te lossen. Basisscholen, waaronder de Hovenier, willen gestalte geven aan de ontwikkeling van het leren omgaan met deze vaardigheid. De kennis die er is op het gebied van het aanleren van computational thinking-vaardigheden is zeer gering. Dit project wil een bijdrage leren aan deze kennisontwikkeling op dit gebied en aan het ontwikkelen van de vereiste leeromgeving, materialen en instructiewijze. Binnen het project wordt specifiek ingezoomd op de vraag: welke invloed de instructiewijze van de docent bij het programmeren heeft op de mate van programmeren en op het oplossen van op algoritme gebaseerde problemen door leerlingen. Ook voor het bedrijfsleven is het van belang dat enerzijds deze vaardigheid ontwikkeld wordt op scholen en anderzijds dat er de juiste materialen, leeromgevingen en instructiewijzen komen. Het aanbieden van deze materialen, waaronder Heutink, op de juiste manier is van groot belang voor de verdere ontwikkeling van deze 21ste eeuwse vaardigheid. De resultaten hebben dus betekenis voor bedrijfsleven, scholenveld en de kenniseconomie.