This research explores strategies for the Centraal Museum to enhance the occupancy of their event rooms, the Tuinzalen. The study emphasizes marketing approaches and ways to increase repeat clients by fostering strong customer relationships.
MULTIFILE
In de provincie Noord-Holland is in 2019 een op de zeven inwoners weleens slachtoffer geworden van een vorm van cybercriminaliteit. Door regionaal samenwerkingsverband Noord Holland Samen Veilig (NHSV) wordt cybercriminaliteit dan ook aangemerkt als een geprioriteerd thema. Een van de projecten die dient bij te dragen aan deze prioritering is ‘HackShield in gemeenten Noord-Holland’. HackShield is een cybersecurity spel voor kinderen tussen de 8 en 12 jaar en heeft tot doel om een cyberveilige generatie kinderen te creëren. In de samenwerking met gemeenten roepen burgemeesters en politieagenten kinderen op om het spel te spelen en ‘cyber-agent’ van de gemeente te worden. Spelers met de meeste punten worden gehuldigd door de gemeenten. Vanuit NHSV en HackShield is er de behoefte om het project te evalueren. Het huidige onderzoek bestaat uit een beknopte plan- en procesevaluatie waarin de beleidstheorie, uitvoering en ervaringen van het project in kaart worden gebracht. De gebruikte onderzoeksmethoden betreffen een documentanalyse en 30 interviews met ontwikkelaars, uitvoerders en deelnemers. Een belangrijke beperking van het onderzoek is de representativiteit van de geïnterviewde deelnemers: de helft van de deelnemers die bereid waren om deel te nemen aan het onderzoek waren ‘testers’ van het spel en daarmee de meest fanatieke spelers. Verder is het van belang om te vermelden dat de dataverzameling heeft plaatsgevonden tussen september 2020 en februari 2021. Dit betekent dan ook dat de huidige evaluatie een momentopname betreft, aangezien projecten tussentijds kunnen worden aangepast. De resultaten van het onderzoek laten zien dat HackShield een project, spel en maatschappelijke beweging is waarin de ‘Hero-Centred-Design’ filosofie van de makers van het spel centraal staat. In deze filosofie staat de eindgebruiker in het middelpunt en krijgt deze een (fictieve) rol die de gebruiker niet heeft in de echte wereld. Binnen de onderzochte gemeenten bestaat het project uit een promotiecampagne om kinderen HackShield te laten spelen, een spelperiode en een huldiging van de beste spelers door de burgemeester en politie. Vooraf hebben gemeenten informatie en instructies gehad over de invulling van het initiatief en tegelijkertijd ruimte gehad om hiervan af te wijken. Verschillen in de uitvoering bestaan in de communicatiekanalen die zijn gebruikt en de wijze waarop huldigingen hebben plaatsgevonden. Deelnemers, ouders en uitvoerders zijn tevreden over het verloop van het project. Uitvoerders zijn tevreden omdat er duidelijke instructies en goede begeleiding was en omdat er door het project meer aandacht is voor cybercriminaliteit. Bijna alle uitvoerders zouden bij een toekomstige projectronde opnieuw meedoen. Deelnemers zijn enthousiast omdat zij het spel leuk en leerzaam vinden. Alle ouders zouden het spel aanbevelen aan anderen. De inzet van partners die betrokken zijn bij het initiatief, de goede ondersteuning vanuit de initiatiefnemers en de kleine inspanning die het vraagt voor gemeenten om mee te doen zorgen voor een goed verloop van het initiatief. Winst is te behalen door scholen beter bij het project te betrekken en door meer levels aan het spel toe te voegen. Daarnaast worden de maatregelen rondom het COVID-19 virus door verschillende uitvoerders benoemd als belemmerende factor, omdat het ondernemen van fysieke activiteiten hierdoor beperkt mogelijk was. Voor de meeste uitvoerders is het onduidelijk in hoeverre de doelen van HackShield worden behaald. Deelnemers geven allemaal aan iets te hebben geleerd, bijvoorbeeld over sterke wachtwoorden, het herkennen van phishing mails en hoe je kunt voorkomen dat je wordt gehackt. Het blijft echter onduidelijk wat de daadwerkelijke effecten zijn van het initiatief. Vervolgonderzoek in de vorm van een effectevaluatie is een noodzakelijke volgende stap. Toekomstig evaluatieonderzoek in de vorm van (kwantitatieve) effectevaluaties kan aantonen wat de daadwerkelijke effecten zijn van het initiatief. Zo kan er een voor- en nameting plaatsvinden met betrekking tot de kennis die deelnemers en ouders daadwerkelijk opdoen, door vragenlijsten op te stellen die deze kennis toetsen. Verder verdient het de aanbeveling om ook kwalitatief onderzoek te blijven uitvoeren, zodat zowel positieve effecten als mogelijke ongewenste consequenties van het initiatief in kaart kunnen worden gebracht. Interviews met deelnemers en ouders zijn hiervoor geschikt, mits de steekproeven representatief zijn voor alle deelnemers.
Op 28 maart 2024 vond de slotbijeenkomst van het project Natuurinclusieve Gebiedsontwikkeling plaats in het Natural Pavilion te Almere. Tijdens deze bijeenkomst werden de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen per case gepresenteerd van twee jaar onderzoek met als hoogtepunt de presentatie van de whitepaper met natuurinclusieve uitgangspunten. Naast de presentaties was er een posterexpositie georganiseerd waarbij op de posters de belangrijkste uitkomsten van diverse deelonderzoeken werden gepresenteerd. De posters van onderzoekers en studenten zijn in deze publicatie gebundeld.
Hoe ontwikkel je op een succesvolle manier technologie voor ondersteuning van de verpleegkundige waardoor er meer tijd is voor de patiënt? Slechts 30% van de technologieën die ontwikkeld worden voor ondersteuning, is succesvol ingevoerd. Dat moet anders.Doel Hoe kun je technologie, die verpleegkundigen ondersteunt in hun werk, zo ontwerpen dat deze ook echt gebruikt wordt? Verpleegkundigen besteden een derde van hun werk direct aan de patiënt, de rest aan zaken als registratie, administratie en logistiek. Slechts 30% van de technologieën die ontwikkeld worden om daar verandering in te brengen, is succesvol ingevoerd. Dit percentage is zo laag doordat innovatie, het werk van verpleegkundigen en bestaande (informatie)systemen niet op elkaar aansluiten. Idealiter worden deze aspecten bij elkaar gebracht in één gezamenlijke aanpak, die tot op heden ontbreekt. Het UMC Utrecht benaderde Hogeschool Utrecht met dit vraagstuk. Looptijd 01 juli 2018 - 30 juni 2021 Aanpak We combineren onderzoeksmethoden uit de wereld van co-design, procesanalyse en systemisch ontwerp. Co-design: samen met de eindgebruiker (=verpleegkundige) ontwerpen: de eindgebruiker weet het best waar hij/zij behoefte aan heeft en op welke manier een technologie aansluit op het werkproces; Procesanalyse: hoe lopen de processen van verbeteridee van een verpleegkundige tot eventuele uitvoer nu in het ziekenhuis en hoe kunnen die worden verbeterd? Systemisch: hoe ontwerp je op zo'n manier dat het ook in de hele organisatie (ziekenhuis) kan worden ingebed, wie moeten allemaal worden betrokken en wat gaat er veranderen door de innovatie? Op verschillende verpleegafdelingen van het UMC Utrecht en het Sint Antonius Ziekenhuis werken we samen met verpleegkundigen via bovenstaande methoden. Samen met hen zoeken we naar aanknopingspunten om de hoeveelheid werk te verlagen. Vervolgens gaan we met de verpleegkundigen een aantal vernieuwingen ontwerpen en testen. Verpleegkundigen spelen een belangrijke rol bij het ontwerpproces. Dit levert naar verwachting twee of drie arbeidsbesparende producten en/of diensten op, zoals een slim verpleegkundig oproepsysteem. Ook schrijven we een aanvulling op het opleidingsprofiel voor de verpleegkundige in 2020 van de Beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland. Verpleegkundigen gebruiken niet alleen technologie, maar dragen er ook aan bij om het te verbeteren. Resultaten Het driejarige onderzoek COUNT is in juni 2021 afgerond. Door het combineren van onderzoeksmethoden van co-design, procesanalyse en systemisch ontwerp is op verschillende verpleegafdelingen in het UMCU en het St. Antonius Ziekenhuis met verpleegkundigen gezocht naar aangrijpingspunten in het verpleegkundig werkproces voor het verlagen van de werklast. Vervolgens is een aantal innovaties (her)ontworpen en getest. Het intensief in het ontwerpproces betrekken van verpleegkundigen heeft toepasbare en ‘gedragen’ arbeidsbesparende producten en/of diensten opgeleverd (zie: Inzet van technologie en Verbeteren van werkprocessen). Het selecteren, (door)ontwikkelen, combineren, toepassen en volgen van diverse methodes bij het ontwikkelen van de arbeidsbesparende producten en/of diensten heeft geresulteerd in een integrale ontwerpaanpak voor verpleegkundige innovaties, bedoeld voor ontwerpers in de zorg (zie: Co-design met verpleegkundigen). Ook is een aanvulling gemaakt op het beroepsprofiel voor de verpleegkundige in 2020 van Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland dat stelt dat verpleegkundigen niet alleen technologie moeten kunnen gebruiken maar ook bij moeten kunnen dragen aan het verbeteren ervan (zie: Leren innoveren). Publicatie van competenties In deze uitgave vindt het complete overzicht van benodigde competenties voor verpleegkundigen en ICT’ers (hieronder ook te downloaden). De beide kwalitatieve studies, waar de competenties op gebaseerd zijn, zullen binnenkort worden ingediend bij een wetenschappelijk tijdschrift. COUNT_2021_Competenties_Bruggenbouwers_Zorg_Technologie
Kennisnetwerken in het Nederlandse onderwijsveld zijn door formalisering en schaalvergroting aan een nieuwe fase begonnen. In dit project wordt kennis over de effectiviteit van deze formele netwerken hertaald naar de huidige situatie.Doel Kennisnetwerken in het Nederlandse onderwijsveld richten zich op de ontwikkeling van onderwijsprofessionals en -organisaties. Het zijn geneste systemen met een collectieve verantwoordelijkheid voor organisatie-overstijgende onderwijsvraagstukken. Dit onderzoek brengt voor 12 regionale kennisnetwerken in kaart hoe zij als complex systeem functioneren, wat de opbrengsten zijn en onder welke omstandigheden die zich voordoen. Doel is ontwerprichtlijnen voor optimale, duurzame processen van kennisontwikkeling, -deling en -benutting in regionale kennisnetwerken te formuleren. Het gaat hier om netwerken waarin scholen, kennisinstellingen en bedrijven plaatsnemen en samenwerken aan bijv. een duurzame onderzoekscultuur. Resultaten ontwerprichtlijnen voor optimale, duurzame processen van kennisontwikkeling, -deling en -benutting in regionale kennisnetwerken jaarlijkse reflectiesessies voor de kennisnetwerken leidraden voor de kennisnetwerken en de gehele onderwijspraktijk wetenschappelijke artikelen en bijdragen aan congressen Looptijd 01 juli 2023 - 31 december 2027 Aanpak We zetten verschillende elkaar aanvullende kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden in zoals sociaal netwerk vragenlijsten, (groeps-)interviews en document/productanalyses ten behoeve van within-case en cross-case analyses. Vanuit lectoraat Werken in Onderwijs voegen wij o.a. expertise toe over sociaal netwerk analyse.
Technici die hun baan combineren met werken binnen het onderwijs worden hybride tech docenten genoemd. Het hybride tech docentschap wordt gestimuleerd om onderwijs goed te laten aansluiten bij de snelle ontwikkeling van technologische innovaties in het bedrijfsleven en in de samenleving. Ook biedt het een oplossingsrichting voor het tekort aan techniekdocenten. Er is echter nog weinig bekend over de succesfactoren, dilemma’s en knelpunten rondom deze groep hybride docenten. Zowel vanuit hybride tech docenten zelf als partijen vanuit de context waarin zij (gaan) functioneren, is nadrukkelijk de vraag geformuleerd voor verder onderzoek naar het proces om technici uit het bedrijfsleven te interesseren en te begeleiden naar een rol als techniekprofessional in het onderwijs. Ook wordt opgeroepenen de opgedane inzichten te vertalen naar interventies om de professionele ontwikkeling van hybride tech docenten te bevorderen en hun rol als verbinder tussen onderwijs en bedrijfsleven te versterken. In dit project wordt onderzoek gedaan naar de ervaringen van hybride tech docenten en betrokken actoren. Deze worden vertaald naar interventies om de hybride tech docent te faciliteren in hun professionele rol als docent en in hun rol als verbinder tussen onderwijs en bedrijfsleven. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een eerder ontwikkelde monitor, waarmee kwantitatieve data over de ervaringen van hybride tech docenten worden verzameld. Met verschillende kwalitatieve onderzoeksmethoden worden vervolgens verhalen van hybride tech docenten en betrokken actoren opgehaald. De lessons learned die uit deze onderzoeken naar voren komen, worden geïntegreerd met ervaringen uit landelijke pilotprojecten. Met de opgedane kennis wordt een set interventies ontwikkeld om de professionele ontwikkeling van hybride tech docenten te bevorderen en hen in staat te stellen om het onderwijs en het bedrijfsleven sterker aan elkaar te verbinden.