Wijkverpleegkundigen staan op de voorgrond in het proces van kwaliteitsverbetering binnen het eigen team. Dit vereist leiderschap. Het project Nurses in the Lead richt zich op het versterken van leiderschapscompetenties van wijkverpleegkundigen bij het implementeren van evidence-based innovaties gericht op het stimuleren van zelfredzaamheid bij ouderen.
Background: Patient Reported Experience Measures are promoted to be used as an integrated measurement approach in which outcomes are used to improve individual care (micro level), organisational quality (meso level) and external justification (macro level). However, a deeper understanding of implementation issues of these measures is necessary. The narrative Patient Reported Experience Measure “Dit vind ik ervan!” (English “How I feel about it!”) is used in the Dutch disability care sector, but insight into its’ current use is lacking. We aimed to provide insight into experiences with the implementation and current ways of working with “Dit vind ik ervan!” as an integrated measurement strategy. A descriptive qualitative study was done at a disability care organisation. Data were collected by nine documentations, seven observations, 11 interviews and three focus groups. We applied deductive content analysis using the Consolidated Framework for Implementation Research as a framework. Results: Our analysis revealed facilitators and barriers for the implementation of “Dit vind ik ervan!”. We found most barriers at the micro level. Professionals and clients appreciated the measure’s narrative approach, but struggled to perform it with communication vulnerable clients. Some clients, professionals and team leaders were unfamiliar with the measure’s aim and benefit. On the meso level, implementation was done top-down, and the management’s vision using the measure as an integrated measurement approach was insufficiently shared throughout the organisation. Conclusions: Our study shows that Patient Reported Experience Measures have the potential to be used as an integrated measurement strategy. Yet, we found barriers at the micro level, which might have influenced using the measurement outcomes at the meso and macro level. Tailored implementation strategies, mostly focusing on designing and preparing the implementation on themicro level, need to be developed in co-creation with all stakeholders.
BackgroundTo improve transmural palliative care for older adults acutely admitted to hospital, the PalliSupport intervention, comprising an educational programme and transmural palliative care pathway, was developed. This care pathway involves timely identification of palliative care needs, advance care planning, multidisciplinary team meetings, warm handover, and follow-up home visits. With this study, we evaluate changes in patient-related outcomes and transmural collaboration after implementation of the care pathway.MethodsWe conducted a before-after study, in which we compared 1) unplanned hospital admission and death at place of preference and 2) transmural collaboration before implementation, up to six months, and six to 18 months after implementation. Data from palliative care team consultations were collected between February 2017 and February 2020 in a teaching hospital in the Netherlands.ResultsThe palliative care team held 711 first-time consultations. The number of consultation, as well as the number of consultations for patients with non-malignant diseases, and consultations for advance care planning increased after implementation. The implementation of the pathway had no statistically significant effect on unplanned hospitalization but associated positively with death at place of preference more than six months after implementation (during/shortly after adjusted OR: 2.12; 95% CI: 0.84–5.35; p-value: 0.11, long term after adjusted OR: 3.14; 95% CI: 1.49–6.62; p-value: 0.003). Effects on transmural collaboration showed that there were more warm handovers during/shortly after implementation, but not on long term. Primary care professionals attended multidisciplinary team meetings more often during and shortly after implementation, but did not more than six months after implementation.ConclusionsThe pathway did not affect unplanned hospital admissions, but more patients died at their place of preference after implementation. Implementation of the pathway increased attention to- and awareness for in-hospital palliative care, but did not improve transmural collaboration on long-term. For some patients, the hospital admissions might helped in facilitating death at place of preference.
MULTIFILE
Vijf hogescholen hebben de krachten gebundeld en zijn in april 2023 officieel van start gegaan met de Professional Doctorate Techniek & Digitalisering (PD T&D). Techniek en digitalisering zijn binnen de PD gelijkwaardig en complementair aan elkaar, waarbij elk van de vijf hogescholen zich op eigen wijze profileert. Met de impuls voor kwaliteitszorg bouwen we een gezamenlijk kwaliteitskader op voor de PD T&D met inachtneming van de verschillende nuances van de hogescholen en de uiteenlopende PD-vraagstukken. We bouwen een actieve PD-community op, brengen lectoren, onderzoekers en werkveldpartners samen, ontwikkelen een domeineigen Body of Knowledge and skills en positioneren de PD T&D landelijk als een erkend en onderscheidend programma naast de bestaande EngD en PhD met toegevoegde waarde voor het werkveld. Om dit te realiseren zetten we de middelen uit de impulsregeling in voor de volgende vijf onderdelen: 1. Inrichting van het Graduate Network (GN) T&D; 2. Ontwikkeling van een domeinspecifiek beoordelingskader; 3. Ontwikkeling van een T&D-portfolio flankerend onderwijsaanbod; 4. Inrichting monitoring en evaluatie van de PD T&D; 5. Profilering van de PD T&D. Met de Impuls Kwaliteitszorg PD richten we onze processen en systemen dusdanig in dat het GC ook na de pilotfase nieuwe cohorten kan faciliteren. We zetten ons tijdens de pilot in om het GN door te ontwikkelen naar een levende PD-community, betrekken hogescholen buiten dit consortium actief bij de pilot, bouwen verder aan een open leercultuur als fundament van het kwaliteitskader en borgen de voortgang na de pilotfase met een financieel plan. Dit doen we al lerend en gedurende de vier cohorten van 15 PD-kandidaten richten we samen met het GN een cyclisch en iteratief proces van beoordeling, normvinding en kalibratie in, ontwikkelen we een domeineigen flankerend onderwijsaanbod en monitoren, evalueren en rapporteren op impact, doorwerking en kwaliteit.
Binnen het domein Gezondheid & Welzijn werken 10 hogescholen binnen het Graduate Network Gezondheid & Welzijn samen aan alle facetten van het PD-opleidingsprogramma. De Graduate Commissie Gezondheid & Welzijn is verantwoordelijk is voor borging van kwaliteit en continuïteit van het PD-programma. We doen dat in een cultuur van samen leren en ontwikkelen. De komende vier jaar werken de betrokken hogescholen aan kwaliteitszorg voor wat betreft de: verdere inrichting van de governance structuur inclusief werkwijze Graduate Network, Graduate Commissie en Dagelijks Bestuur; flankerende leerwerkgemeenschap; monitoring & evaluatie; en communicatie en netwerkontwikkeling. De activiteiten in jaar 1 en 2 richten zich voornamelijk op: 1. Inrichting governance structuur voor GC, GN en een Dagelijks Bestuur (DB) waarin bevoegdheden, verantwoordelijkheden en taken helder zijn belegd: - organisatie en uitbreiding van bemensing in Graduate Commissie om te komen tot representatieve vertegenwoordiging met (inter)nationaal perspectief van onderzoek, onderwijs, en werkveld van Gezondheid & Welzijn; - ontwikkelen van een gedeeld normenkader; - Graduate Commissie: portefeuilleverdeling, en Graduate Network; samenstelling van werkgroepen. 2. Coördinatie en opzet van flankerende leeractiviteiten (Graduate School) voor PD-kandidaten en hun begeleiders, als ook begeleiding en het aanbieden van een inwerkprogramma voor nieuwe deelnemende hogescholen. 3. Ontwikkeling van een domein-specifiek kader voor monitoring en evaluatie, dat aansluit bij het landelijk kwaliteitskader. Vanwege het pilotkarakter van de PD worden tussentijds verbeteringen waar nodig en mogelijk aangebracht. 4. Communicatie en netwerkontwikkeling van het PD programma Gezondheid & Welzijn. In jaar 3 en 4 ligt de focus op de duurzame inbedding van de Graduate Commissie Gezondheid & Welzijn in de hogescholen en verbreding van het Graduate Network, zo mogelijk door toetreden van nieuwe partnerhogescholen. Na vier jaar hebben alle partnerhogescholen afspraken en inzet voor continuering van het PD-programma met elkaar geëxpliciteerd.
Dit onderzoek richt zich op het verbeteren van kwaliteit van leven in de palliatieve levensfase van mensen met kanker. Het onderzoeksvoorstel ABL-PC heeft als doel een verkenning van een interventie voor deze doelgroep. Uiteindelijk kan de inzet hiervan leiden tot vergroting van kennis van persoonlijke behoeftes en vragen van deze doelgroep en draagt zo bij aan verbetering van kwaliteit van de palliatieve zorg. MOTIEF: Er komt steeds meer aandacht voor het belang van de rol van zingeving als onderdeel van kwaliteit van de zorg (Huber et al, 2016; ZonMW, 2016), en ook in de zorg in de palliatieve levensfase (Medische Oncologie, nr 1., 2019). Er zijn richtlijnen ter verbetering van de palliatieve zorg (Kwaliteitskader palliatieve zorg Nederland, IKNL/Palliactief, 2017, O2PZ 2019) en er bestaat een overzicht van instrumenten voor zorgverleners (Goede Voorbeelden, Verbeterprogramma ZonMw 2016). Er ontbreken echter interventies rondom zingeving voor zorgvragers die praktisch zijn georiënteerd en theoretisch en empirisch zijn onderbouwd. RESULTATEN: 1) Een multidisciplinair netwerk vanuit de praktijk, kunsten, de medische en psychologische wetenschap voor het ontwikkelen van een innovatieve interventie, 2) Een opzet voor een praktische interventie voor zingeving vanuit persoonlijke vragen, 3) Een wetenschappelijk artikel over dit onderzoek 4) Inrichting van een grootschalig vervolgonderzoek. INHOUD: Het onderzoek is opgebouwd als een iteratief proces waarbij onderzoekers samen met de praktijk, een bestaande kunstkijk methode Art-Based Learning (ABL) (Lutters, 2012), door- ontwikkelen tot interventie voor de palliatieve zorg: Art-Based Learning-Palliative Care (ABL-PC). Deze interventie genereert door het aandachtig en op systematische wijze kijken naar kunst, nieuwe mentale ervaringen en bewustzijn, vanuit zingevingsvragen bij de doelgroep. PARTNERS: In dit ontwerpgericht onderzoek werken samen: Amsterdam UMC (AUMC/VUmc), de Nederlandse Federatie van Kankerpatiënten organisaties (NFK), ArtEZ, Hogeschool voor de Kunsten (Lectoraat Kunst- en Cultuur Educatie), Universiteit Twente (Narratieve Psychologie), Museum Jan Cunen, Amsterdam Museum.