Fruitbomen zijn in veel Nederlandse dorpen en steden in de openbare ruimte te vinden. Soms door behoud van een vroegere productieboomgaard, maar ook als bewuste keuze bij de groeninrichting van een wijk. En meer recent worden op initiatief van dorps- of buurtbewoners boomgaarden aangeplant die door henzelf worden beheerd. Maar is er ook een duidelijke visie op een duurzaam beheer en gebruik van deze fruitbomen? Het is de hoogste tijd om de goede ervaringen op een rijtje te zetten en tot uitwisseling van kennis te komen.
Zowel Europees als landelijk zijn doelstellingen geformuleerd om het gebruik en emissie van bestrijdingsmiddelen te reduceren. Zo bestaat vanuit de Green Deal van de Europese Unie de visie dat de inzet van chemische bestrijdingsmiddelen in de landbouw met 50% wordt verminderd in 2030 De provincie Fryslân ondersteunt deze visie en wil de vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen faciliteren. De provincie heeft hogeschool Van Hall Larenstein en CLM Onderzoek en advies BV gevraagd om via onderzoek een strategisch advies op te stellen m.b.t. handelingsperspectief van de provincie om het middelengebruik, en daarmee de emissie, terug te dringen. Ten behoeve van dat advies is in deze studie allereerst is het huidige gebruik van bestrijdingsmiddelen door verschillende groepen (landbouw, hoveniers, particulieren, overheden, Prorail) in Fryslân geïnventariseerd. Ook is gekeken naar de effecten van het middelengebruik op het milieu, met name de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater. Vervolgens is geïnventariseerd welke mogelijkheden er zijn om het gebruik te reduceren en wat het draagvlak van deze alternatieve maatregelen is bij met name vertegenwoordigers uit de landbouw. Daarnaast is een overzicht gemaakt van ontwikkelingen in monitoring en onderzoek, ten behoeve van (toekomstig) zicht op (trends in) gebruik en emissie. Op grond van de resultaten zijn tenslotte kansrijke handelingsperspectieven voor de provincie beschreven om het middelengebruik bij verschillende doelgroepen terug te dringen. Hierbij zijn wederom de verschillende gebruikersgroepen onderscheiden: overheden, de land- en tuinbouw, (hoveniers)bedrijven, (groot)grondbezitters en particulieren.
Minimaal één derde van de Nederlanders die weinig geld hebben en daardoor recht hebben op financiële tegemoetkomingen van hun gemeente, maakt daar geen gebruik van. Maar zonder deze inkomensaanvullingen kan het moeilijk of zelfs niet mogelijk zijn om rond te komen en schulden te voorkomen. Gemeenten willen deze inwoners in ‘verborgen armoede’ daarom graag beter bereiken met de regelingen waar zij recht op hebben. In verband met de privacy hebben zij echter geen totaaloverzicht met inkomensinformatie over al hun inwoners en kunnen zij dus niet in één keer alle rechthebbenden aanschrijven. Door interne data te koppelen kan de gemeente Amsterdam wel zien of iemand al wel gebruikmaakt van één of meerdere regelingen, maar nog niet van alle. Amsterdammers worden vervolgens in een persoonlijk brief gewezen op de regelingen waar zij (waarschijnlijk) ook recht op hebben. Als dat mogelijk is krijgen zij zelfs een ambtshalve toekenning zonder dat zij daar zelf iets voor hoeven te doen. Ook als een regeling in een volgend jaar opnieuw moet worden aangevraagd, regelt de gemeente dat zoveel mogelijk geautomatiseerd voor de rechthebbenden die al bekend zijn. In deze praktijkbeschrijving is te lezen hoe de gemeente Amsterdam dat doet en hoe u als gemeente ook zo’n werkwijze zou kunnen implementeren. Deze techniek biedt ook mogelijkheden om in de toekomst wellicht samen te werken met bijvoorbeeld het UWV of de Belastingdienst om nog meer rechthebbenden te kunnen bereiken, die nog niet bij de gemeente in beeld zijn als rechthebbend. Zo draagt deze interventie bij aan het bereiken van mensen in verborgen armoede.
Ongeveer 90% van de mensen met reumatoïde artritis (RA) krijgt te maken met voetproblemen als gevolg van ontstekingen in voetgewrichten en omringend weefsel. Als deze ontstekingsactiviteit niet tijdig wordt behandeld kan dit gewrichtsschade en afwijkingen in de stand- en functie van de voeten tot gevolg hebben. Voetproblemen bij RA leiden tot pijn maar ook tot beperkingen in fysiek functioneren en een verminderde kwaliteit van leven. In de diagnostiek en behandeling van RA-gerelateerde voetproblemen kunnen verschillende disciplines, waaronder de podotherapeut, een belangrijke rol spelen. De primaire behandeling bestaat uit medicamenteuze behandeling van ontstekingsactiviteit. Daarnaast kunnen verschillende conservatieve behandelingen worden toegepast, zoals op maat gemaakte zolen of schoenen. Het methodisch podotherapeutisch handelen bij RA-gerelateerde voetklachten is onlangs uitgewerkt in een klinisch protocol. In dit protocol wordt het belang van tijdige en goede podotherapeutische diagnostiek benadrukt. Door het tijdig detecteren van voetproblemen, en met name ontstekingsactiviteit, kan een gerichte behandelstrategie worden toegepast waardoor meer ernstige en blijvende voetproblemen voorkomen kunnen worden. Podotherapeuten in Nederland passen de diagnostiek volgens het klinisch protocol in beperkte mate toe omdat het in de huidige vorm niet goed toepasbaar blijkt in de praktijk. Daarnaast ervaren zij problemen bij het detecteren van ontstekingsactiviteit in de voeten van mensen met RA. Deze knelpunten in de podotherapeutische diagnostiek kunnen leiden tot ondergebruik van noodzakelijke voetzorg door mensen met RA. Binnen dit KIEM-project gaan wij een praktisch toepasbare support-tool ontwikkelen ter ondersteuning van de podotherapeutische diagnostiek van RA-gerelateerde voetklachten. Deze tool biedt sturing aan de diagnostiek en wordt geïntegreerd in elektronische patiënten dossiers waardoor het laagdrempelig en praktisch toepasbaar is in de podotherapiepraktijk. Hierdoor leveren we een bijdrage aan het tijdig detecteren van specifieke voetproblemen waarna een gerichte behandeling kan worden gestart ter preventie van ernstige en blijvende voetproblemen.