Malnutrition is a serious and widespread health problem in community-dwelling older adults who receive care in hospital and at home. Hospital and home care nurses and nursing assistants have a key role in the delivery of high-quality multidisciplinary nutritional care. Nursing nutritional care in current practice, however, is still suboptimal, which impacts its quality and continuity. There appear to be at least two reasons for this. First, there is a lack of evidence for nutritional care interventions to be carried out by nurses. Second, there are several factors, that influence nurses’ and nursing assistants’ current behaviour, such as lack of knowledge, moderate awareness of the importance and neutral attitudes. This results in a lack of attention towards nutritional care. Therefore, there is a need to generate more evidence and to focus on targeting the factors that influence nurses’ and nursing assistants’ current behaviour to eventually promote behaviour change. To increase the likelihood of successfully changing their behaviour, an evidence-based educational intervention is appropriate. This might lead to enhancing nutritional care and positively impact nutritional status, health and well-being of community-dwelling older adults. The general objectives of this thesis are: 1) To understand the current state of evidence regarding nutrition-related interventions and factors that influence current behaviour in nutritional care for older adults provided by hospital and home care nurses and nursing assistants to prevent and treat malnutrition. 2) To develop an educational intervention for hospital and home care nurses and nursing assistants to promote behaviour change by affecting factors that influence current behaviour in nutritional care for older adults and to describe the intervention development and feasibility.
Geen samenvatting beschikbaar / No summary available
Door de onderwijsexpertraad van de Stuurgroep Ondervoeding is een onderwijshulpmiddel ontwikkeld, het zogenaamde leerdoelenoverzicht, dat bij kan dragen aan de verbetering van het ondervoedingsonderwijs in de Bachelor Verpleegkunde. De expertraad beoogt hiermee toekomstige verpleegkundigen voor te bereiden op het leveren van adequate voedingszorg aan zorgvragers om ondervoeding te voorkomen en te behandelen. Vijf vragen aan drie van de zes ontwikkelaars, Jellie Zuidema, Canan Ziylan en Debbie ten Cate.
LINK
Mensen met dysfagie kunnen grotendeels alleen gepureerd voedsel eten. Ouderen met deze aandoening hebben door hun beperking en doordat gepureerd voedsel niet aantrekkelijk is, een grotere kans op ondervoeding. 3D food printen is een technologie die op het gebied van de presentatie van voedsel een bijdrage kan leveren aan de eetbeleving van deze groep mensen. De zorg heeft interesse om te weten wat de impact is van deze technologie, zodat zij kunnen beslissen er in te investeren, echter zijn nog weinig onderzoeken die daar iets over kunnen zeggen. Deze subsidie aanvraag is bedoeld om een reële praktische proef uit te voeren met mensen met kauw- en slikproblemen (n=20), bij/ in enkele zorginstanties, waarbij het beoogde doel is om de impact en haalbaarheid te testen van 3D food printen in de zorg. Tijdens het project wordt het netwerk met zorgpartners uit de keten vergroot en kan er mogelijk een Raak Publiek aanvraag worden voorbereid.
Ondervoeding rond ziekenhuisopname is een groot gezondheidsprobleem bij ouderen. In dit onderzoek brengen we dit probleem in kaart vanuit het perspectief van verpleegkundigen. Ook ontwikkelen we een interventie voor verpleegkundigen zodat zij goede voedingszorg kunnen geven.Doel In dit promotieonderzoek ontwikkelen we een wetenschappelijk onderbouwde interventie voor verpleegkundigen om goede voedingszorg te geven aan ouderen. Dit heeft als doel om bij te dragen aan het voorkomen of behandelen van ondervoeding bij ouderen rond de ziekenhuisopname. Resultaten In de literatuur staan meerdere interventies beschreven die verpleegkundigen kunnen gebruiken in hun dagelijkse voedingszorg aan ouderen, zoals voedingssupplementen of educatie aan ouderen en hun mantelzorgers. Uit afgeronde deelstudies kan onder andere worden geconcludeerd dat verpleegkundigen onvoldoende kennis over voeding hebben. Ook hebben zij vaak een neutrale houding tegenover voedingszorg aan ouderen in de periode voor, tijdens en na ziekenhuisopname. Daarnaast voelen verpleegkundigen niet voldoende noodzaak om voeding in de dagelijkse zorg een belangrijke plaats te geven. Looptijd 01 november 2014 - 01 juni 2022 Aanpak De volgende onderdelen van dit promotieonderzoek zijn afgerond: Een systematische review: welke interventies voor preventie en behandeling van ondervoeding bij ouderen kunnen verpleegkundigen gebruiken in hun werkzaamheden, welke werken Kwalitatief onderzoek onder ouderen en mantelzorgers naar voedingszorg: wat zijn hun ervaringen en waar hebben zij behoefte aan? Kwalitatief en kwantitatief onderzoek onder wijk- en ziekenhuisverpleegkundigen en andere professionals: wat is hun perspectief en visie op voedingszorg aan ouderen? Nu wordt gewerkt aan het verbeteren van kennis van verpleegkundigen over voeding zodat zij goede voedingszorg kunnen geven. Een eerste stap is het ontwikkelen van een instrument dat de kennis van verpleegkundigen over voeding bij ouderen meet en vergroot. Vervolgens gaan we kijken hoe we kunnen zorgen dat dit instrument onderdeel wordt van de dagelijkse verpleegkundige zorgverlening. Dit betekent dat verpleegkundigen via een online platform door middel van een dagelijkse vraag leren over voeding bij ouderen. De kennis die ze zo opdoen, nemen ze direct mee in hun zorg aan ouderen. Deze vorm van leren is weinig belastend en daardoor goed te combineren met de dagelijkse zorgverlening. Het verbeteren van kennis over voeding kan leiden tot betere voedingszorg gegeven door verpleegkundigen aan ouderen in de periode voor, tijdens en na ziekenhuisopname.
Ouderen worden steeds ouder en wonen steeds langer thuis. Een goede voedingstoestand, en de keuze van de juiste eiwitrijke voedingsproducten, dragen bij aan behoud van gezondheid en vitaliteit van thuiswonende ouderen. Uit eerder onderzoek is bekend dat enerzijds de eiwitbehoefte van ouderen verhoogd is, terwijl anderzijds de eiwitinname van thuiswonende ouderen veelal insufficiënt is. Bovendien hebben ouderen onvoldoende kennis over het belang van eiwit voor het behoud van hun vitaliteit. Bij ouderen is daarom onvoldoende bewustzijn dat zij, door voldoende eiwitten te eten, zélf een bijdrage kunnen leveren aan een gezonde en vitale oude dag. Zowel gezondheidsprofessionals als voedingsmiddelenbedrijven zijn zich bewust van de belangrijke rol van eiwit. Deze boodschap heeft de oudere consument echter nog niet bereikt. Intussen zijn voedingsmiddelenbedrijven wel al bezig hun assortiment aan te passen aan de verhoogde eiwitbehoefte van ouderen. Middels dit subsidievoorstel wordt in kaart gebracht wíe de oudere burger is die extra eiwit nodig heeft, welke kennis hij heeft en welke kennislacunes er nog zijn, aan welke informatie en aan welke producten hij behoefte heeft, en via welke communicatiekanalen hij het best geïnformeerd kan worden. Parallel hieraan wordt met producenten en oudere consumenten getest welke producten het best passen bij ‘de eiwitrijke keuze’. In dit onderzoek combineren HAN en HAS Hogeschool hun complementaire disciplines: Voeding & Diëtetiek (HAN) en Marketing & Communicatie (HAS) en werken samen met het voedingsmiddelenbedrijfsleven aan het oplossen van een concreet probleem. Nieuwe communicatiestrategieën worden ontworpen en getoetst om de oudere consument meer bewust te maken van het belang van eiwit. Resultaten worden gedissemineerd via kanalen zoals Platform Patiënt en Voeding, KBO-PCOB, het Voedingscentrum en de Stuurgroep Ondervoeding.