Lang stond marketing en customer experience ten dienste van een eenzijdig belang van organisatie, en fungeerden mensen primair als middel (in de rol van klant) tot financiële doelstellingen. Echter, het huidige debat in de samenleving over duurzaamheid en de inzet van geavanceerde technologie zet het belang van mensen, samenlevingen en de planeet sterker aan. Dit vraagt van organisaties om daar rekening mee te houden en een bijdrage aan te leveren, naast hun eigenbelang. Organisaties wordt gevraagd om meervoudige waardecreatie te realiseren. Maar wat vraagt dit van de competenties van marketing & customer experience professionals? Welke nieuwe rol spelen zijn binnen organisaties om aan deze veranderende verwachtingen te voldoen?
Ergens halverwege de winkelpassage zijn een man en een vrouw in gesprek. De vrouw draagt een rode winterjas en heeft een vouwfiets aan de hand. De man is gehuld in ruimzittend donker pak met op de revers een zilverkleurig insigne. De vloer strekt zich onder hun voeten uit als een vers geboende ijsbaan. Na een korte woordenwisseling werpt de vrouw vertwijfeld haar handen in de lucht en begint sputterend haar fiets op te vouwen. Nadat de vouwfiets volledig is ingeklapt geeft de beveiliger, die al die tijd bewegingloos heeft staan toekijken, een instemmend knikje en kan de vrouw haar weg richting het station vervolgen.
In de huidige Fast Fashion industrie blijft ruim dertig procent onverkocht. Daarnaast is de productie van textiel in verre landen ondoordoorzichtig en vindt die onder erbarmelijke omstandigheden plaats. Nederlandse producenten en (mode)labels krijgen nauwelijks greep op transparantie van de productie daar, maar missen ook het contact met de stofproducenten en de (vakmatige) dialoog hoe een stof eruit zou moeten zien. Vanuit deze behoefte zijn jonge, duurzame ontwerpers, maar ook gevestigde bedrijven op zoek naar duurzame, alternatieve stoffen die na gebruik van de consument ook weer via recycling in de keten kunnen worden gebracht. Daarbij hebben ze behoefte aan monitoring (wat is de werkelijke impact van de footprint) en ondersteuning in het vinden van marketing en duurzame designoplossingen. Het Project Going Eco, Going Dutch is een internationaal gezien uniek pilotproject waarbij textielproducenten en modebedrijven in samenwerking met Saxion en ArtEZ duurzame, lokaal geproduceerde textiele vezels tot garens, weefsels en breisels ontwikkelen en deze verwerken tot marktklare (mode)producten. Bijzonder is dat alle partners vanaf het begin samenwerken in de ontwikkeling en dat alle stappen in het proces onder de loep worden genomen. Het project draait om 3 onderzoeksvragen: Technische vraag: hoe kunnen we vanuit lokale vezels (hennep, wol en gerecyclede vezels) met lokale verwerkers en met input van modebedrijven een aantrekkelijk en hoogwaardig textiel maken. In welke kwaliteiten kan dat?; en wat is de feitelijke milieubelasting in cijfers? Design vraag: In welke toepassingen (interieur, babykleding, haute couture, confectie) zijn de breisels en weefsels toepasbaar? EN: Hoe kunnen we duurzaam ontwerpen? Welke Design4Recycling principes moeten we in acht nemen om het product na gebruik weer in de keten terug te kunnen brengen? Welke factoren kunnen het ontwerp- en realisatieproces verduurzamen? Branding & Marketing vraag: Hoe kan lokaliteit, materiaalhergebruik en duurzaamheid aantrekkelijk gecommuniceerd (gebrand) worden in een modemerk ? En wat is de concurrentiepositie van deze pilotproducten? De resultaten zijn opschaalbaar EN kunnen in andere regio's in binnen- en buitenland worden toegepast. Belangrijkste feitelijke gegevens zoals ?do and don?ts en cijfermatige onderbouwing van kwaliteit en ecologische footprint zullen ?open source? met (inter)nationale partners gedeeld worden. Het project past binnen de innovatieagenda van CLICKNL|NextFashion op het onderwerp Duurzaamheid en bij de CLICKNL-SRIA op de onderwerpen ?creating futures?, ?reinventing innovation?, ?business transformation?.
Sinds de coronacrisis staat de modesector op z’n kop. De kwetsbaarheid en weeffouten van de globale mode-industrie zijn zichtbaarder dan ooit, en de maatschappelijke gevoeligheid voor de gebreken van het modesysteem lijkt toegenomen. We lijken in een nieuwe realiteit te leven: een digitale werkelijkheid met fysieke afstand; en een ongekende behoefte aan aanraking, menselijk contact, en persoonlijke verbinding. Modebedrijven en ontwerpers hebben in deze veranderende context nieuwe uitdagingen en urgente vragen: Hoe kunnen we deze situatie aangrijpen om alternatieve modepraktijken te ontwikkelen die ook op de lange termijn bijdragen aan een meer ethisch en duurzaam modesysteem? Om deze uitdagingen en vragen helder in kaart te brengen - en om daarmee de huidige situatie te benutten voor de transitie naar een duurzaam en solidair modesysteem - starten we een nieuw verkennend project. Deze veranderende context vraagt om een open, exploratieve, en speculatieve benadering, om richting te geven aan een helder toekomstperspectief om de noodzakelijke, maatschappelijke transformatie van modepraktijken te realiseren. We gaan uit van de vragen van designcollectieven en ontwerpend onderzoekers (creatief-MKB) die richting kunnen geven aan nieuwe concepten en praktijken die bijdragen aan een meer bewuste en ethische omgang met mode. Deze noodzaak tot systeemverandering was er al, maar deze vragen - met betrekking tot de sociaal-culturele en ethische kant van duurzame mode - zijn nu urgenter dan ooit. Dit KIEM-project ontwikkelt nieuwe kennis en inzichten m.b.t. de nieuwe uitdagingen en urgente vragen van het mode-MKB, en ontwikkelt d.m.v. design-gedreven onderzoek richtinggevende concepten, nieuwe verbeeldingen en mogelijke toekomstscenario’s voor duurzame, solidaire modepraktijken. Doelstelling van dit KIEM-project is concreet het ontwikkelen van de vraagarticulatie en netwerkvorming ten behoeve van een RAAK-MKB-aanvraag.