Bij overtraindheid is er sprake van een disbalans tussen fysieke en psychosociale stress en het herstel op deze vlakken. De belangrijkste symptomen zijn een afname van het prestatieniveau en een uitgesproken vermoeidheid. Een diagnostische test om overtraindheid aan te tonen dan wel uit te sluiten is tot op heden nog niet voorhanden. Daarom is het belangrijk om ander onderliggend somatisch lijden uit te sluiten. Wel lijken er intra-individuele verschillen te zijn in scores op vragenlijsten zoals de Ervaren Mate van Herstel (EMH) en de Ervaren Mate van Inspanning (EMI). Deze scores kunnen in de huisartspraktijk inzicht verschaffen in het herstel en de trainingsbelasting van de atleet en kunnen ondersteuning geven bij het verantwoord en gedoseerd opbouwen van sportieve activiteiten.
DOCUMENT
The aim of the present study was to find early markers for overreaching that are applicable in sport practice. In a group of elite soccer players aged 15–18, the stress–recovery balance and reaction times before and after exercise were assessed. Overreaching was indicated by an elevated submaximal heart rate during a sport-specific field test. Submaximal changes in heart rate were prospectively monitored by means of monthly Interval Shuttle Run Tests during two competitive seasons. Out of 94 players, seven players with an elevated heart rate of at least one month could be included in the study, together with seven controls, matched for age, body composition, training and performance level. The stress–recovery balance was assessed with the Dutch version of the Recovery Stress Questionnaire (RESTQ-Sport). The soccer players with an elevated heart rate reported a disturbed stress–recovery balance (Mann–Whitney test, P<0.05). An ANOVA for repeated measures of reaction times revealed a significant main effect of time (F 1,12=13.87, P<0.01) indicating an improvement of psychomotor speed. No differences between groups were found. We conclude that soccer players with an elevated submaximal heart rate of at least one month share a disturbed stress–recovery balance, but they could not be distinguished from controls based on reaction time after strenuous exercise.
LINK
Hogeschool Utrecht, Kenniscentrum Sociale Innovatie Gemeenten zijn vanaf 2015 voor een nog grotere groep kwetsbare burgers de toegangspoort tot ondersteuning bij het meedoen in de samenleving. Door de decentralisatie van de AWBZ begeleiding zal de vraag waarmee burgers naar de gemeente komen complexer worden. Gemeenten pakken deze complexe vraagstukken steeds meer op vanuit een brede blik, dat wil zeggen over levensterreinen heen en op het hele sociale domein (werk, inkomen, opvoeding, zorg en ondersteuning) Dit vraagt behoorlijk wat van de gespreksvoerder die het Gesprek voert met de burger. In deze Train-de-trainer bieden de Hanzehogeschool Groningen, Academie voor Sociale Studies – lectoraat Rehabilitatie; Hogeschool Utrecht, kenniscentrum sociale innovatie – lectoraat participatie, zorg en ondersteuning; en Movisie trainingsmateriaal voor de gespreksvoerder, zodat deze in staat is het gesprek op een goede manier te voeren. In deze training besteden we aandacht aan: 1. De context en het kader waarin het gesprek plaatsvindt. 2. Het Gesprek met verschillende doelgroepen. 3. Gesprekstechnieken en contactvaardigheden. 4. Integraal werken en netwerkversterking.
DOCUMENT
In het kader van samenwerking in de regio van scholen en lerarenopleiders is een concreet programma ontwikkeld om schoolpracticumdocenten te trainen voor hun begeleidende rol in de school.
DOCUMENT
Beschouwing van mogelijkheden en onmogelijkheden bij de inzet van simulaties om AI-modellen te trainen.
DOCUMENT
Videoverslag van Train de Trainer, een professionaliseringsprogramma met als onderwerp 'Strategisch en conceptueel denken' ontwikkeld door Jaap van der Grinten (projectleider) en Helma Weijnand-Schut van Hogeschool Inholland. In dit internationaal georiënteerde programma, participeerden docenten van drie hogescholen èn vertegenwoordigers uit de aan het project verbonden bedrijven, in totaal 18 cursisten. In de week van 23 juni 2014 verzorgde Julia Sloan (Columbia University New York) een inspirerende ‘state of the art’ tweedaagse over strategisch en conceptueel leren denken en over het belang van het verbinden van die twee manieren van denken. Het theoretische fundament kreeg praktische handen en voeten door een fieldtrip waarin ervaringen met het verbinden van strategisch en conceptueel denken vanuit het perspectief van een reclamebureau-klantcombinatie gedeeld werden: Communicatie en adviesbureau N=5 in samenwerking met KPN. Train de trainer is een onderdeel van het Amsterdam Creative Industries Centre of Expertise. amsterdamcreativeindustries.com'
DOCUMENT
Gemeenten zijn vanaf 2015 voor een nog grotere groep kwetsbare burgers de toegangspoort tot ondersteuning bij het meedoen in de samenleving. Door de decentralisatie van de AWBZ begeleiding zal de vraag waarmee burgers naar de gemeente komen complexer worden. Gemeenten pakken deze complexe vraagstukken steeds meer op vanuit een brede blik, dat wil zeggen over levensterreinen heen en op het hele sociale domein (werk, inkomen, opvoeding, zorg en ondersteuning). Dit vraagt wat van de gespreksvoerder die, zoals in onderstaande infographic van het ministerie van VWS is weergegeven, het Gesprek voert met de burger.In deze Train-de-trainer bieden de Hanzehogeschool Groningen, Academie voor Sociale Studies - lectoraat Rehabilitatie; Hogeschool Utrecht, kenniscentrum sociale innovatie - lectoraat participatie, zorg en ondersteuning; en Movisie trainingsmateriaal voor de gespreksvoerder, zodat deze in staat is het gesprek op een goede manier te voeren. In deze training besteden we aandacht aan:1. De context en het kader waarin het gesprek plaatsvindt.2. Het Gesprek met verschillende doelgroepen.3. Gesprekstechnieken en contactvaardigheden.4. Integraal werken en netwerkversterking.
MULTIFILE
In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van de ontwikkeling en uitvoering van een training die door cliënt-ervaringsdeskundigen gegeven wordt aan werkers in de geestelijke gezondheidszorg. Vanuit hun eigen cliëntervaringen gaan de cliënt-docenten de dialoog aan met hulpverleners en andere werkers in de ggz over bejegeningsaspecten die door cliënten als wezenlijk worden beschouwd. In een naschrift van Christ Wesenbeek en Jean Knooren wordt de olievlekwerking van deze training de afgelopen zeven jaar beschreven.
DOCUMENT
Met dit onderzoek is een eerste verkenning gedaan naar het gebruik van hulp- en trainingsmiddelen door trainers in de praktijk en de aanwezige kennis over emoties en leerprincipes van dieren bij trainers. Hierbij zijn de volgende twee onderzoeksvragen gesteld: Welke kennis is er aanwezig bij trainers van honden en paarden over het herkennen van de gedragssignalen van honden en paarden en het gebruik van leertheorieën? En: Welke hulp- en trainingsmiddelen worden gebruikt en vormen deze een risico op welzijnsaantasting bij het trainen van honden en paarden?
DOCUMENT
In dit artikel wordt verslag gedaan van een pilotonderzoek naar het inzetten van VR-brillen bij het trainen van vierdejaars pabostudenten in het voeren van oudergesprekken. Op grond van een facetdesign zijn verschillende scripts uitgewerkt voor twee typen oudergesprekken die veelal als lastig en moeilijk worden ervaren: het voortgangsgesprek en het probleemoplossend gesprek. Met hulp van acteurs zijn verschillende versies van deze gesprekken met een 360 graden-camera opgenomen om studenten een zo realistisch mogelijke ervaring te bieden. De gesprekken konden zowel vanuit het perspectief van een leerkracht als vanuit het perspectief van een ouder worden bekeken. De resultaten van een evaluatie onder studenten en opleiders laten een positief beeld zien en bieden onderbouwing voor het nader onderzoeken en breder inzetten van VR-technologie in de lerarenopleidingen. Tegelijkertijd vraagt het inzetten van deze aanpak ook een kritische blik vanuit een leerpsychologisch, organisatorisch en financieel perspectief. Om te bepalen of de inzet van VR zinvol is, zal er kritisch gekeken moeten worden naar mogelijkheden voor het gebruik ervan binnen de leerlijnen van opleidingen. Daarnaast moet een inschatting worden gemaakt over de leerwinst die ermee te behalen valt. Het inzetten van VR-technologie is namelijk geen eenvoudige en goedkope onderneming. De aanschaf van apparatuur is duur en het ontwikkelen van materialen vraagt een behoorlijke tijdsinvestering van zowel opleiders als technische ondersteuning.
DOCUMENT