Design education has a nuanced relationship with examples. Although they are considered useful teaching tools, their use is often restricted to illustrating the design theories and principles around which the curriculum is structured. In contrast, professional designers view examples as autonomous entities and use them to initiate a critical dialogue with their current problem space. Therefore, students should be facilitated in cultivating their own repertoire of solutions and learn to initiate conversations between existing solutions and design challenges to gain a better understanding of the problem space and generate new designs. This paper outlines a small-scale experiment conducted with master's students in Applied Data Science at Utrecht University who took a course on designing recommender system interfaces. The students were provided with a set of examples of recommender interface designs as their main instructional tool. They could use this set to curate their own solution repertoire. As a result, the majority of the participants' work displayed more diverse designs, and they used design patterns distilled from those examples generatively, developing innovative designs. Based on this case study, we tentatively conclude that a design curriculum built around examples, complemented by theories, could be advantageous, as long as special attention is given to helping students initiate fruitful iterations between their challenges and a set of solutions.
LINK
Spatial variation in habitat riskiness has a major influence on the predator–prey space race. However, the outcome of this race can be modulated if prey shares enemies with fellow prey (i.e., another prey species). Sharing of natural enemies may result in apparent competition, and its implications for prey space use remain poorly studied. Our objective was to test how prey species spend time among habitats that differ in riskiness, and how shared predation modulates the space use by prey species. We studied a one‐predator, two‐prey system in a coastal dune landscape in the Netherlands with the European hare (Lepus europaeus) and European rabbit (Oryctolagus cuniculus) as sympatric prey species and red fox (Vulpes vulpes) as their main predator. The fine‐scale space use by each species was quantified using camera traps. We quantified residence time as an index of space use. Hares and rabbits spent time differently among habitats that differ in riskiness. Space use by predators and habitat riskiness affected space use by hares more strongly than space use by rabbits. Residence time of hare was shorter in habitats in which the predator was efficient in searching or capturing prey species. However, hares spent more time in edge habitat when foxes were present, even though foxes are considered ambush predators. Shared predation affected the predator–prey space race for hares positively, and more strongly than the predator–prey space race for rabbits, which were not affected. Shared predation reversed the predator–prey space race between foxes and hares, whereas shared predation possibly also released a negative association and promoted a positive association between our two sympatric prey species. Habitat riskiness, species presence, and prey species’ escape mode and foraging mode (i.e., central‐place vs. noncentral‐place forager) affected the prey space race under shared predation.
MULTIFILE
Urban farming projects often involve the (temporarily) redevelopment of urban space by local co-productions of citizens and/or entrepreneurs. To realize their ambitions these coalitions often need support of public (government) resources such as time, money, space and regulation (Green Deal Stadslandbouw, 2013). This paper asks the question to what extent the development of urban farming projects can be understood as an example of planning through direct citizen participation/ participatory governance (e.g. Cornwall, 2004; Roberts, 2004) and what this means for the role of the municipal planning professional or civil servant in making these projects successful. Literature on the role of the municipal planner or civil servant in urban farming projects mainly concerns the role as enabler of projects given the many difficulties for projects. However, when looked at the development of urban farming as an example of citizen participation/ participatory governance and the transfer of social functions towards society other roles and tasks of planners seem to be important to make urban farming successful. This discussion paper looks to the role of planners and civil servants in some related government domains such as landscape (e.g. Van Dam et al. 2008, 2010, 2011) and neighbourhood development (e.g. Frieling et al., 2014) to complement our understanding of the role of planners in making urban farming projects successful. With this analysis the paper sets the scene for further research into tools for the planning professional or civil servant to support urban farming. In the paper the situation in Amsterdam serves as an example.
De, bijna oneindige, mogelijkheden van digitale (3D print)technieken prikkelen de geest en zetten aan tot creatief denken. Voorheen onmogelijke vormen worden mogelijk en kunnen op locatie en op maat worden gemaakt. Het (primair) onderwijs ziet grote potentie in 3D (print)technieken als onderwijsthema om structureel en actief mee aan de slag te gaan in de klas, om 21ste Century Skills te ontplooien bij zowel leerkrachten als leerlingen en om als thema in te zetten binnen Wetenschap & Technologie-onderwijs. De onderwijsketen is een cruciale partner in de Human Capital Agenda met haar taak om van jongs af aan kinderen op te leiden tot een moderne professional die kan uitblinken in een snel veranderende innovatie-economie. Met dat doel voor ogen zoekt het primair onderwijs structureel naar manieren om de lesprogramma’s actueel en effectief te houden. Door een toenemend aanbod van 3D (print)technieken en diensten zoeken directies, leerkrachten maar ook het team talentontwikkeling van de Gemeente Enschede naar betrouwbare experts die de scholen advies, begeleiding en (uiteindelijk) professionalisering op maat kunnen bieden. Saxion FabLab Enschede, een publieke moderne makerspace en verbonden aan Saxion Lectoraat Industrial Design, richt zich op de verbinding tussen (HBO) onderwijs, onderzoek en het bedrijfsleven. Sinds de oprichting in 2011 krijgt het FabLab ook structureel vragen vanuit het primair onderwijs (PO) om deze doelgroep hands-on in contact te brengen met moderne (3D) technieken. Waar mogelijk zijn bovengenoemde vragen opgepakt met in samenwerking met scholen en bedrijven. Knelpunten die hierbij naar voren zijn gekomen, zijn dat leerkrachten na de opstart niet weten hoe ze onvermijdelijke technische problemen moeten oplossen en/of het ontbreekt hen de kennis om een volgende verdiepende stap (zelf) te zetten. Gevolg is dat men niet verder komt dan het doen van demonstraties en/of een eerste (simpel) productje, of dat de printers stil in een hoek staan te ver-stoffen. Deze ervaringen uit Enschede zijn in lijn met conclusies van een eerder onderzoek in Flevoland (Van Keulen & van Oenen, 2015) Doel van het traject “3D in de klas” is de bundeling van krachten binnen het consortium rondom de ontwikkeling van uitdagend en uitnodigend Wetenschap & Techniek-onderwijs voor leerling en leerkracht in het primair onderwijs, door leerkrachten te scholen in 3D printen, door lesprogramma’s te ontwikkelen die verder gaan dan het ‘printen van de standaard sleutelhanger’ en door een didactische verbreding te bieden door het koppelen van kennisdomeinen. Het initiatief voor gezamenlijk onderzoek en 3D in de Klas is opgedeeld in drie delen: Deel 1) Mapping the state of the art: leren van eerdere initiatieven en de knelpunten. Deel 2) Doelgroep betrokkenheid in kaart brengen, van leerkrachten en leerlingen, inhoudelijk en organisatorisch. Deel 3) Structurele inbedding, door afstemming op en integratie in de PO-keten. Het voorliggende projectvoorstel beslaat deel 1 van dit traject. Resultaat van dit deelproject hiervan vormt de basis voor deel 2 en 3 in een vervolgtraject, mogelijk in een RAAK-publiek vorm. Saxion FabLab Enschede heeft de afgelopen jaren een actief consortium opgebouwd dat bovenstaande impasse wil doorbreken. Het consortium bestaat naast het FabLab o.a. uit: Saxion Lectoraat Industrial Design en Academie Pedagogiek en Onderwijs, ESV, Stichting Consent, Bètatechtniek, Gemeente Enschede (Team Talentontwikkeling) en het bedrijf LAYaLAY.
Hoe kan de verblijfskwaliteit en veiligheidsperceptie van de publieke ruimte versterkt worden door de toepassing van “interactieve objecten”? (objecten die met beeld, licht, geluid en sensoren real time reageren op de gebruikers en de ruimte daarop afstemmen). De ontwikkeling van deze zogenaamde responsieve ruimte staat nog in de kinderschoenen maar is beloftevol vanwege de meerwaarde voor de leefbaarheid en het onderscheidend vermogen van de plek en de bedrijven. In Co-ReUs worden drie verschillende mkb groepen samengebracht: stedenbouwbureaus, creatieve conceptontwikkelaars en lokale ondernemers. We gebruiken de ArenA-Boulevard als proeftuin: een als ongezellig ervaren ruimte (lage verblijfskwaliteit en slechte veiligheidsperceptie). De mkb-ers lossen hiermee hun eigen praktijkproblemen op: Stedenbouwbureaus houden zich bezig met het ontwerp van de publieke ruimte. Zij merken dat hun instrumentarium (herontwerp, herbestrating etc.) te kapitaalintensief en te weinig flexibel is om de verblijfskwaliteit en veiligheidsperceptie op dit soort plekken op te lossen. De bureaus hebben behoefte aan een lichter, gerichter en responsiever instrumentarium. Ze hebben echter beperkte (technologische) kennis hoe interactieve objecten precies een bijdrage kunnen leveren. Creatieve conceptontwikkelaars hebben een ander probleem: zij hebben wél de beschikking over interactieve objecten (geluid, beeld, licht, sensoren) maar die zijn vooral kunstzinnig en evenementiëel. De objecten zijn stuk voor stuk niet ontwikkeld vanuit een stedenbouwkundige opgave waardoor ze hiervoor geen panklare oplossing vormen. Lokale mkb-ers hebben ook een probleem: zij weten niet goed hoe zij op een gecoördineerde manier invloed kunnen uitoefenen op de activering van de publieke ruimte. Project Co-ReUs: 1) analyseert hoe de ruimte wordt gebruikt (nulmeting en Programma van Eisen voor de inzet van interactieve objecten; 2) ontwikkelt ruimtelijk-interactieve interventies in co-creatie met de drie mkb groepen. 3) deze worden op het plein geplaatst en nametingen brengen de effecten in beeld. Het resultaat is een actiegerichte Handleiding met Roadmap voor de ontwikkeling van responsieve publieke ruimtes.
Despite their various appealing features, drones also have some undesirable side-effects. One of them is the psychoacoustic effect that originates from their buzzing noise that causes significant noise pollutions. This has an effect on nature (animals run away) and on humans (noise nuisance and thus stress and health problems). In addition, these buzzing noises contribute to alerting criminals when low-flying drones are deployed for safety and security applications. Therefore, there is an urgent demand from SMEs for practical knowledge and technologies that make existing drones silent, which is the main focus of this project. This project contributes directly to the KET Digital Innovations\Robotics and multiple themes of the top sectors: Agriculture, Water and Food, Health & Care and Safety. The main objective of this project is: Investigate the desirability and possibilities of extremely silent drone technologies for agriculture, public space and safety This is an innovative project and there exist no such drone technology that attempts to reduce the noises coming from drones. The knowledge within this project will be converted into the first proof-of-concepts that makes the technology the first Minimum Viable Product suitable for market evaluations. The partners of this project include WhisperUAV, which has designed the first concept of a silent drone. As a fiber-reinforced 3D composite component printer, Fiberneering plays a crucial role in the (further) development of silent drone technologies into testable prototypes. Sorama is involved as an expert company in the context of mapping the sound fields in and around drones. The University of Twente is involved as a consultant and co-developer, and Research group of mechatronics at Saxion is involved as concept developer, system and user requirement verifier and validator. As an unmanned systems innovation cluster, Space53 will be involved as innovation and networking consultant.