During recent years the world has seen rapid changes such as globalization, the Internet, and the rise of new economies. To survive these changes organizations need to be in control of their processes, and be able to continuously improve the process performance. Therefore many organizations are increasingly adopting Business Process Management (BPM). However, it is not clear if the implementation of BPM(S) is really adding value to an organization. Consequently, in this paper, we try to answer the following research question: 'Does adoption of Business Process Management lead to a higher process performance?' Based on quantitative research we show that there is dependence between the performance of processes within an organization and the BPM maturity of that organization. As a result we conclude that improvement in process performance can be attained by increasing the BPM maturity of an organization.
De markt voor Business Process Management (BPM) software groeit razend snel. Voor 2010 wordt er een marktomvang voorspeld van tussen de 1 tot 6 miljard dollar, dit betekend dat deze markt sinds 2005 meer dan verdubbeld is. BPM krijgt ook in toenemende mate publiciteit in de markt echter dan gaat het veelal om wat BPM nu precies wel en niet is en niet over hoe het toegepast kan worden. Hetzelfde geldt voor BPM software, beter bekend als Business Process Management Systemen (BPMS). Het onderzoek beschreven in dit proefschrift focust op BPMS, het ontstaan, waar het naartoe gaat en wat er allemaal komt kijken bij de invoering en het gebruik ervan. De hoofdonderzoeksvraag in dit proefschrift is: Welke factoren en competenties bepalen het succes van de implementatie van Business Process Management Systemen in een specifieke situatie? Centraal in dit proefschrift staan de volgende onderzoeksvragen: 1. Wat zijn de succes factoren bij de implementatie van Business Process Management Systemen? 2. Welke competenties hebben stakeholders in een Business Process Management Systeem implementatie project nodig? 3. Hoe ziet een Business Process Management Systeem implementatie methodiek eruit welke rekening houdt met de omgevingsfactoren van een organisatie?
MULTIFILE
This paper focuses on the topical and problematic area of social innovations. The aim of this paper is to develop an original approach to the allocation of social innovations, taking into account characteristics such as the degree of state participation, the scope of application, the type of initiations as well as the degree of novelty, which will be elaborated on further in this article. In order to achieve this goal, the forty-two most successful social innovations were identified and systematized. The results of this study demonstrated that 73.5% of social innovations are privately funded, most of them operating on an international level with a high degree of novelty. Moreover, 81% of all social innovations are civic initiatives. Social innovations play an important role in the growth of both developed and less developed countries alike as highlighted in our extensive analysis
In het kader van het RAAK-mkb project “Bioraffinage, tool voor de productie van hoogwaardige producten uit biomassa” zijn de afgelopen jaren bioraffinage-processen bestudeerd en ontwikkeld, is een proof-of-principle gegeven om vanuit bermgras middels fermentatie tot het bioafbreekbare bioplastic poly(butylene succinaat) (PBS) te komen, en zijn een eerste aanzetten gegeven voor mogelijke toepassingen van verschillende inhoudsstoffen. Zo is ook gekeken naar toepassingsmogelijkheden van het product van de proof-of-principle-studie, PBS. Dit is gedaan tijdens een verkennend studentenproject in samenwerking met de RAAK-mkb-projectpartner Save Plastics. PBS is een biobased materiaal met goede eigenschappen waaronder een goede thermostabiliteit en compatibiliteit met vezels (Xu and Guo ,2010; Mitshubishi Chemical, 2020), en door zijn bioafbreekbaarheid draagt PBS niet bij aan de vervuiling van het milieu met (micro)plastics. Het is daarom een geschikt plastic om materialen op basis van fossiele grondstoffen te vervangen. Het belangrijkste resultaat van het studentenproject in het kader van het RAAK-mkb project was dat PBS goede potentie heeft om als isolatiemateriaal gebruikt te worden. Vanwege de vereiste lange levensduur van isolatiemateriaal is het voor deze toepassing echter ongewenst dat het materiaal afbreekt. In de literatuur wordt beschreven dat biodegradatie veelal onder invloed van micro-organismen of enzymen bij relatief hoge temperatuur plaats vindt, maar over de afbraak onder de klimaatcondities in Nederland is nog erg weinig bekend. Daarom moet onderzocht worden onder welke condities biodegradatie van PBS al dan niet plaatsvindt (invloed van vocht, temperatuur, micro-organismen) en hoe dat eventueel te voorkomen is, zodat op basis daarvan het product verder ontwikkeld kan worden. Dit moet leiden tot een ontwerp voor een prototype isolatiemateriaal op basis van PBS dat toegepast kan worden in het SaveHome van Save Plastics en als voorbeeld moet dienen van de toepasbaarheid van biobased materialen in de bouwwereld.
In Europe we consume 50 million tonnes of plastic a year. The use of plastic has increased fiftyfold in fifty years and the growth continues. Collecting and recycling plastic is thus essential to avoid the pollution of the land and sea. However, generally, post-consumer plastics have very low recycling rates, at present only 7% of plastic used in Europe comes from recycled polymers. Polyethylene terephthalate (PET) is one of the most recycled materials; in 2017 more than 57% of PET bottles were recycled in Europe, used in both packaging and fibre applications. Especially transparent PET bottles have high collecting and recycling rates over Europe. However, the plastics have very different value depending on their colour. If the plastic is even very lightly coloured, the plastic will lose a large percentage of its value. Decolouring plastic is complicated and currently no efficient and economically viable system exists. FT Innovations, a SME with the core-expertise in extraction, sees potential in developing a sustainable decolouration process with a new extraction technology, which offers significant potential in replacing hazardous, relatively expensive and environmentally damaging organic solvents that are currently used on decolouration. Avans has relevant expertise in both (biobased) plastic colourants and the extraction techniques as demonstrated in previous projects, and therefore FT innovations approached Avans with the request to assist in the feasibility study. The consortium is further strengthen by CCT Oss with their strong industrial know-how of colourants and their use in plastics and Plastic Company with their core activity on recycling of PET and other plastic materials.
The SPRONG-collaboration “Collective process development for an innovative chemical industry” (CONNECT) aims to accelerate the chemical industry’s climate/sustainability transition by process development of innovative chemical processes. The CONNECT SPRONG-group integrates the expertise of the research groups “Material Sciences” (Zuyd Hogeschool), “Making Industry Sustainable” (Hogeschool Rotterdam), “Innovative Testing in Life Sciences & Chemistry” and “Circular Water” (both Hogeschool Utrecht) and affiliated knowledge centres (Centres of Expertise CHILL [affiliated to Zuyd] and HRTech, and Utrecht Science Park InnovationLab). The combined CONNECT-expertise generates critical mass to facilitate process development of necessary energy-/material-efficient processes for the 2050 goals of the Knowledge and Innovation Agenda (KIA) Climate and Energy (mission C) using Chemical Key Technologies. CONNECT focuses on process development/chemical engineering. We will collaborate with SPRONG-groups centred on chemistry and other non-SPRONG initiatives. The CONNECT-consortium will generate a Learning Community of the core group (universities of applied science and knowledge centres), companies (high-tech equipment, engineering and chemical end-users), secondary vocational training, universities, sustainability institutes and regional network organizations that will facilitate research, demand articulation and professionalization of students and professionals. In the CONNECT-trajectory, four field labs will be integrated and strengthened with necessary coordination, organisation, expertise and equipment to facilitate chemical innovations to bridge the innovation valley-of-death between feasibility studies and high technology-readiness-level pilot plant infrastructure. The CONNECT-field labs will combine experimental and theoretical approaches to generate high-quality data that can be used for modelling and predict the impact of flow chemical technologies. The CONNECT-trajectory will optimize research quality systems (e.g. PDCA, data management, impact). At the end of the CONNECT-trajectory, the SPRONG-group will have become the process development/chemical engineering SPRONG-group in the Netherlands. We can then meaningfully contribute to further integrate the (inter)national research ecosystem to valorise innovative chemical processes for the KIA Climate and Energy.