BACKGROUND: Knowledge about the beneficial role of physical activity (PA) for health and school performance is growing. Studies investigating the link between PA and school absenteeism due to illness are lacking. Therefore, we investigated associations between habitual PA and school absenteeism due to illness in adolescents and explored whether mental health and cardiovascular fitness mediated this association. METHODS: We studied 328 students in grades 7 and 9 (mean age 13.8 years; 49% boys). The PA was measured objectively by an ActivPAL3™ accelerometer attached on the thigh during 1 full week (24 hours/day). Depressive symptoms and self-esteem were self-reported by the Center for Epidemiologic Studies Depression Scale (CES-D) and Rosenberg Self-Esteem Scale, respectively, and included as a proxy for mental health in the analyses. Cardiovascular fitness was measured by the 20-m shuttle-run test. School absenteeism due to illness data was provided by the school administration. RESULTS: The PA was not significantly associated with school absenteeism, though there was an indirect association between PA and school absenteeism by cardiovascular fitness. CONCLUSIONS: Cardiovascular fitness mediates the association between PA and school absenteeism due to illness. Thus, cardiovascular fitness of students should be improved to reduce school absenteeism due to illness.
LINK
In this chapter, we discuss the education of secondary school mathematics teachers in the Netherlands. There are different routes for qualifying as a secondary school mathematics teacher. These routes target different student teacher populations, ranging from those who have just graduated from high school to those who have already pursued a career outside education or working teachers who want to qualify for teaching in higher grades. After discussing the complex structure this leads to, we focus on the aspects that these different routes have in common. We point out typical characteristics of Dutch school mathematics and discuss the aims and challenges in teacher education that result from this. We give examples of different approaches used in Dutch teacher education, which we link to a particular model for designing vocational and professional learning environments.We end the chapter with a reflection on the current situation.
LINK
The central aim of this thesis was to increase understanding of designing vocational learning environments at the school–work boundary. Four studies were conducted, focusing on learning environment designs at the school–work boundary and on design considerations of the actors involved in their construction, both from the world of school and the world of work.
Big data spelen een steeds grotere rol in de (semi)professionele sport. De hoeveelheid gegevens die opgeslagen wordt, groeit exponentieel. Sportbegeleiders (coaches, inspanningsfysiologen, sportfysiotherapeuten en sportartsen) maken steeds vaker gebruik van sensoren om sporters te monitoren. Tijdens trainingen en wedstrijden worden de hartslagen, afgelegde afstanden, snelheden en versnellingen van sporters gemeten. Het analyseren van deze data vormt een grote uitdaging voor het begeleidingsteam van de sporters. Sportbegeleiders willen big data graag inzetten om meer grip te krijgen op sportblessures. Blessures kunnen namelijk desastreuze gevolgen hebben voor teamprestaties en de carrière van (semi)professionele sporters. In totaal stopt maar liefst 33% van de topsporters door blessures met hun sportloopbaan. Daarnaast is uitval door blessures een belangrijke oorzaak van stagnatie van talentontwikkeling. Het lectoraat Sportzorg van de Hogeschool van Amsterdam heeft veel expertise op het gebied van blessurepreventie in de sport. Sportbegeleiders hebben het lectoraat Sportzorg benaderd om antwoord te krijgen op de onderzoeksvraag: Wat zijn op data gebaseerde indicatoren om sportblessures te voorspellen? Deze onderzoeksvraagstelling is opgesplitst in de volgende deelvragen: 1. Hoe kan met sensoren relevante data van sporters verzameld worden om de sportbelasting in kaart te brengen? 2. Welke parameters kunnen blessures voorspellen? 3. Hoe kunnen deze parameters op betekenisvolle en eenvoudige wijze naar sportbegeleiders en sporters teruggekoppeld worden? Het project resulteert in de volgende projectresultaten: - Een overzicht van nauwkeurige en gebruiksvriendelijke sensoren om sportbelasting in kaart te brengen - Een overzicht van relevante parameters die blessures kunnen voorspellen - Een online tool dat per sporter aangeeft of de sporter wel of niet training- of wedstrijdfit is Bij dit project zijn de volgende organisaties betrokken: Hogeschool van Amsterdam, Universiteit Leiden, VUmc, Rijksuniversiteit Groningen (RuG), Amsterdam Institute of Sport Science (AISS), Johan Sports, Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO) Amsterdam, Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB), de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie in de Sport (NVFS), VV Noordwijk (voetbalclub) en Black Eagles (basketbalclub).
Het project DALLAS onderzoekt de meerwaarde van intelligente dolly's in de behandeling van container transport, binnen een terminal omgeving. Een dolly is een voertuig dat gebruikt wordt voor koppeling van vrachtwagen en oplegger. Vaak zijn die dolly's conventioneel en dienen ze alleen voor de verbinding. Een intelligente dolly kan zelf aandrijven (per wiel), remmen, en sturen, Daarmee biedt het potentieel voordelen t.a.v. doorlooptijd, kosten, veiligheid, service en duurzaamheid. Het gaat om een eerste fase (voorstudie) als voorbereiding op een vervolgproject waarin een prototype wordt voorzien ter validatie van de praktische haalbaarheid. Het voorstel tot een vervolgproject is resultaat van dit RAAK-KIEM project. Deze fase resulteert in het voorstel tot een vervolgproject DALLAS ll. De analyse zal gericht zijn op verkenning t.a.v. haalbare kostenbesparing, tijdswinst, capaciteitsbenutting en logistieke stroom, flexibiliteit, serviceniveau, naast maatschappelijke incentives als hogere veiligheid en lagere emissies. Gebruik van dolly's voor voertuigcombinaties leidt tot eisen aan de besturing en eigen aandrijving (per wiel, naast intelligente remaansturing) om te komen tot acceptabele (wettelijk bepaalde) manoeuvreerbaarheid en stabiliteit. De performance dient dus beheersbaar te worden beïnvloed. Deze aspecten worden ook in de studie meegenomen. DALLAS benadert de haalbaarheid vanuit een logistieke context en vanuit het technische ontwerp, met steeds aandacht voor performance eisen (KPl's, technische ontwikkelingen, representatieve logistieke gebruikscondities), het ontwerp (dolly, logistieke proces), validatie (vooral in interactie met de markt), en de bijdrage aan het beoogde demonstrator projectvoorstel (DALLAS-Il). Binnen DALLAS zal gebruik worden gemaakt van een testomgeving op schaal, eerder ontwikkeld door de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen in nauwe samenwerking met de TU/e, Juist die koppeling van techniek met de logistieke context wordt door het bedrijfsleven gewaardeerd, omdat dat vaak ontbreekt.
Onderzoek laat zien dat gedragsproblemen en leesproblemen vaak gelijktijdig voorkomen. Maar waar moet de leerkracht zich op richten; het gedrag of de leesprestaties? Voor de onderwijspraktijk is het relevant om uitsluitsel te krijgen over hoe deze problematiek in elkaar zit.Doel Uit veel onderzoek komt naar voren dat gedragsproblemen en leesproblemen bij veel kinderen min of meer gelijktijdig voorkomen. Leerkrachten zijn in deze situatie geneigd zich eerst te richten op het gedrag aangezien ze daar de meeste last van hebben. De primaire gerichtheid op gedragsproblemen uit zich ook in de grote vraag die er is naar begeleiding van leerkrachten bij het voorkomen en bestrijden van gedragsproblemen en de oververtegenwoordiging van studenten die bij de Master EN bij het Seminarium voor Orthopedagogiek de route Gedrag kiezen. De vraag is of deze gerichtheid terecht is en inderdaad tot de oplossing van de problemen leidt dan wel dat een achterliggend probleem de oorzaak is; namelijk een leesprobleem dat bij de leerling gedragsproblemen veroorzaakt. Het is relevant voor zowel de onderwijspraktijk als de opleidingen om uitsluitsel te krijgen over hoe deze problematiek in elkaar zit. In dit proefschrift wordt beoogd de vraag te beantwoorden of de gerichtheid op gedragsproblemen terecht is. Ook wil hiermee tegemoet worden gekomen aan de behoefte aan onderzoek waarmee de praktijk duidelijkere handvatten aangereikt krijgt om om te gaan met deze problemen en waar te beginnen met het bestrijden en voorkomen van de problemen. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord: 1) Gaan leesproblemen vooraf aan gedragsproblemen, is het andersom of is er sprake van wederzijdse volgtijdelijkheid? 2) Veroorzaken leesproblemen gedragsproblemen, is het andersom of veroorzaken zij elkaar? 3) In welke mate is lezen en gedrag te beïnvloeden door de leerkracht? Resultaten Het gedrag van leerlingen tijdens de leesles (aandacht, verstorend gedrag, emotionele stabiliteit) blijkt niet bij te dragen aan hun leesvaardigheid aan het eind van datzelfde schooljaar (groep 5); het is dus niet zo dat leerlingen die zich beter gedragen aan het begin van het jaar, beter lezen aan het eind van het jaar. Andersom is het wel zo dat leerlingen die aan het begin van het jaar beter lezen, zich aan het eind van het jaar beter gedragen (Brokamp, Houtveen & Van de Grift, 2018b; Brokamp, Houtveen & Van de Grift, submitted). Er wordt momenteel vervolgonderzoek uitgevoerd om te kijken of deze trend hetzelfde is over meerdere leerjaren. Wanneer gekeken wordt naar wat de leerkracht kan doen om zowel het lezen als het gedrag van de leerlingen tijdens de leesles te beïnvloeden, blijkt dat de leerkracht door het geven van een kwalitatief goede leesles ervoor kan zorgen dat de leerlingen beter gaan lezen, maar ook meer gefocust zijn, minder verstorend gedrag vertonen en (in minder mate) meer zelfvertrouwen hebben. Voor de praktijk heeft dit een belangrijke implicatie, namelijk het belang van goed leesonderwijs; het geven van een goede leesles zorgt niet alleen voor verbetering van de leesprestaties maar kan ook in positieve zin bijdragen aan het gedrag van de leerlingen (Brokamp, Houtveen & Van de Grift, 2016; 2018a). Brokamp, S.K., Houtveen, A.A.M., & Van de Grift, W.J.C.M. (submitted). Reading and behavioural and emotional engagement: a bidirectional relationship? Brokamp, S.K., Houtveen, A.A.M., & Van de Grift, W.J.C.M (2016, January). Reading, classroom behaviour and teaching skills. Paper presented at ICSEI 2016 Conference, Glasgow, UK. Brokamp, S.K., Houtveen, A.A.M., & Van de Grift, W.J.C.M (2018a). The relationship among students' reading performance, their classroom behavior, and teacher skills. The Journal of Educational Research. doi: 10.1080/00220671.2017.1411878 Brokamp, S.K., Houtveen, A.A.M., & Van de Grift, W.J.C.M (2018b, Juni). Leesvaardigheid en betrokkenheid tijdens het lezen: een bidirectionele relatie?. Paper gepresenteerd op de ORD 2018 Conferentie, Nijmegen, Nederland. Looptijd 01 december 2012 - 31 december 2020 Aanpak In het onderzoek meten we zowel het gedrag tijdens de leesles als de leesvaardigheid van de leerlingen over meerdere jaren. Ook bekijken we het instructiegedrag en algemeen pedagogisch handelen van de leerkrachten om de vraag te kunnen beantwoorden in welke mate de leerkrachten het lezen en gedrag van de leerlingen kunnen beïnvloeden.