Objective: To construct the underlying value structure of shared decision making (SDM) models. Method: We included previously identified SDM models (n = 40) and 15 additional ones. Using a thematic analysis, we coded the data using Schwartz’s value theory to define values in SDM and to investigate value relations. Results: We identified and defined eight values and developed three themes based on their relations: shared control, a safe and supportive environment, and decisions tailored to patients. We constructed a value structure based on the value relations and themes: the interplay of healthcare professionals’ (HCPs) and patients’ skills [Achievement], support for a patient [Benevolence], and a good relationship between HCP and patient [Security] all facilitate patients’ autonomy [Self-Direction]. These values enable a more balanced relationship between HCP and patient and tailored decision making [Universalism]. Conclusion: SDM can be realized by an interplay of values. The values Benevolence and Security deserve more explicit attention, and may especially increase vulnerable patients’ Self-Direction. Practice implications: This value structure enables a comparison of values underlying SDM with those of specific populations, facilitating the incorporation of patients’ values into treatment decision making. It may also inform the development of SDM measures, interventions, education programs, and HCPs when practicing.
Collaborative learning tasks may represent an effective way to stimulate higher-order processes among high-ability students in regular classrooms. This study investigatedthe effects of task structure and group composition on the elaboration and metacognitive activities of 11th grade preuniversity students during a collaborative learning task: 102 students worked in small groups. On an ill-structured or moderately structured task. Differential effects forcognitive ability were investigated using a continuous measure. Likewise, the effects of group composition were examined using a continuous measure of the cognitiveheterogeneity of the group. The group dialogues were transcribed and coded. Analysis revealed an interaction effect between task structure and cognitive abilityon students’ elaboration and metacognitive activities. Task structure had a negative effect on the elaborative contributions of high-ability students. For students with lower abilities, task structure had a positive effect onelaboration and metacognitive activities. No effects were found of the cognitive heterogeneity of the group. Group composition seemed not to be related to group interactionamong 11th grade pre-university students. The results indicate that open-ended collaborative tasks with little guidance and directions on how to handle them, canstimulate higher-order processes among high-ability students and may offer them the challenge they need.
MULTIFILE
This paper studies the factors that drive distribution structure design (DSD), which includes the spatial layout of distribution channels and location choice of logistics facilities. We build on a generic framework from existing literature, which we validate and elaborate using interviews among industry practitioners. Empirical evidence was collected from 18 logistics experts and 33 decision-makers affiliated to shippers and logistics service providers from the fashion, consumer electronics and online retail sectors. It turns out that interviewees share similar rankings of main factors across industries, and even confirm factor weights from earlier research established using multi-criteria decision analysis, which would indicate that the framework is sector- neutral at the highest level. The importance attached to subfactors varies between sectors according to our expectations. We were able to identify 20 possible new influencing subfactors. The results may support managers in their decision-making process, and regional policy-makers with regard to spatial planning and regional marketing. The framework is a basis for researchers to help improve further quantitative DSD support models.
In dit project verricht het lectoraat Familiebedrijven van Hogeschool Windesheim samen met de Hogeschool Utrecht, Hogeschool van Amsterdam, CUMELA, de Jong & Laan en MKB familiebedrijven praktijkgericht onderzoek naar financiering en besluitvorming bij MKB familiebedrijven. Nu banken vanwege de economische crisis terughoudender zijn geworden in kredietverlening en hun financieringseisen hebben verzwaard, zijn meer bedrijven aangewezen op eigen middelen en familiekapitaal. Vormen van zelf-financiering worden steeds belangrijker om groei en continuïteit van MKB familiebedrijven te waarborgen. Met name bij de overdracht van kapitaalintensieve MKB familiebedrijven worden complexe financieringsconstructies bedacht om de overname mogelijk te maken. Vaak wordt hierbij onvoldoende nagedacht over het onderscheid tussen de verschillende rollen die familieleden kunnen hebben als ze met hun vermogen in het bedrijf zitten (eigenaar of andere vermogensverschaffer, familielid, directielid, werknemer). Hierdoor kan onduidelijkheid ontstaan over onderwerpen zoals besluitvorming, rendement op vermogen, zeggenschap en beloningsstructuren, waardoor op termijn conflicten kunnen ontstaan. Daarnaast kan de besturing van ondernemingen door de verschillende belangen van vermogensverschaffers in negatieve zin worden beïnvloed en kan dit (op termijn) de continuïteit, wendbaarheid en groei van ondernemingen in gevaar brengen. Zowel in de praktijk als in het onderzoek ontbreekt het aan kennis over hoe met deze problematiek kan worden omgegaan. Dit project heeft daarom tot doel om samen met de projectpartners nieuwe kennis te ontwikkelen rond zelf-financiering en besluitvorming in MKB familiebedrijven. Door middel van ontwerpgericht praktijkonderzoek wordt bestaande en nieuwe kennis over de rol van zelf-financiering en de positie van eigenaren omgezet in oplossingsrichtingen ter verbetering van de besluitvorming in MKB familiebedrijven. Door het monitoren van de uitgevoerde interventies zal worden vastgesteld of de oplossingsrichtingen in de praktijk werken. De kennis die uit dit project voortkomt beoogt daarmee het handelingsvermogen van eigenaren en directieleden te vergroten en zelf-financiering als mogelijke financieringsbron effectiever te maken.
Aanleiding Sinds kort nemen zorgprofessionals en onderzoekers in Nederland initiatieven om mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) zo lang mogelijk te laten functioneren in de eigen thuissituatie. Een manier om dit te doen is de inzet van zogenoemde Functional Assertive Community Treatment (FACT) teams. Deze teams gebruiken voornamelijk verbale interventies. Maar mensen met een LVB hebben moeite met het verwerken van verbale informatie. Vaktherapie kan juist met non-verbale en ervaringsgerichte methodieken goed aansluiten bij deze groep. Dit innovatieprogramma richt zich op de vraag van vaktherapeuten hoe en in welke vorm zij, in of rondom FACT LVB-teams, mensen met een LVB kunnen helpen. Doelstelling Het doel van de deelnemers aan het project is de zorg en ondersteuning van mensen met een LVB in de eigen thuissituatie (buurt/wijk) te verbeteren. Liefst zodanig dat deze mensen minder vaak hoeven te worden (her)opgenomen in een behandelcentrum. Het doel van het project is om de meerwaarde vast te stellen van de inzet van vaktherapie in of rondom FACT LVB teams bij het realiseren van deze ambitie. Het project is gefaseerd opgebouwd. In de eerste fase worden de vaktherapeutische behandelvormen bepaald. Vervolgens worden efficiënte interprofessionele werkwijzen en een vaktherapeutische behandel- & ondersteuningsroute vastgesteld, en ten slotte wordt het project geëvalueerd. Beoogde resultaten Het project biedt resulteert in een handreiking voor professionals om interprofessioneel samen te werken in de wijk voor mensen met LVB. Binnen het onderwijs levert het project een bijdrage aan een minor 'Wijkgerichte zorg & ondersteuning'. Het biedt een leerwerkplaats LVB voor studenten vaktherapie en aanpalende gebieden. De handreiking wordt geïmplementeerd in de opleidingen die opleiden tot vaktherapeut. Zogenaamde 'battles', waarin interprofessioneel samenwerken aan problemen vanuit de praktijk en het beste idee bekroond wordt met een stimuleringsprijs, zorgen voor verdere ontwikkeling. Publicaties in vakliteratuur zorgen voor verspreiding van de projectresultaten. De deelnemers aan het project zullen aansluiting zoeken bij symposia - regionaal, nationaal en internationaal - en bijeenkomsten buiten en binnen het netwerk om de resultaten aan een breed publiek te presenteren.
In het project werken onderzoekers van het Lectoraat samen met publieke organisaties toe naar een tool waarmee onderstromen in het publieke debat rondom issues eerder kunnen worden opgemerkt. We exploreren met welk algoritme we patronen in geruchtvorming en mobilisatie kunnen opsporen, en tevens hoe we de interactie tussen newsroom-analisten en de output van een monitoring tool het beste kunnen vormgeven.Doel Het doel van dit project is een brede en structureel toepasbare aanpak van het issuemanagement: Hoe kunnen de communicatieprofessionals van publieke organisaties potentiële issues op sociale media vroegtijdig opmerken? Resultaten We willen dit bereiken door enerzijds kennis en inzicht te vergaren en anderzijds de uitkomsten daarvan voor publieke organisaties te vertalen in praktische handgrepen: tools, handleiding, training. Looptijd 01 oktober 2022 - 30 september 2024 Aanpak Via cases ingebracht door de praktijkpartners en focusgroepen staan we in nauw contact met het consortium. In de eerste werkpakketten onderzoeken we de verschillende cases aan de hand van discoursanalyse. De inzichten die we hierbij opdoen, gebruiken we vervolgens om te bekijken hoe we de interactie tussen mens en machine het beste kunnen vormgeven en wel zo dat er ten behoeve van de communicatie en het management van issues via interactieve visualisaties steeds weer triggers afgegeven worden. Op basis van de opgedane inzichten richten we een interface in. Deze maakt het analisten en communicatieprofessionals mogelijk om vroegtijdig issues te signaleren.