SMEs represent a very important part of the European economy today, and within this SME group the creative sector is recently one of the fastest growing sectors. Our paper studies the innovation management of 105 creative SMEs in Flanders and the Netherlands, based on the innovation diagnostic instrument, developed by Mazzarol & Reboud (2006). On the side of the „innovation climate‟ we identified many stimulating factors such as the well developed infrastructure and proximity of logistics and suppliers and an innovative and stimulating life style in the global area of Flanders and the Netherlands. However, we identified many restricting legislations and regulations that seem to hamper seriously most creative SMEs. Above that, many creative SMEs fail to find sufficient access to capital to invest in their growing innovative activities. We observe that the Dutch creative SMEs find more easily access to external financial resources and governmental support and subventions than their Flemish colleagues. Finally, the use of managerial tools like a SWOT analysis or setting up a solid financial or business plan seems very uncommon but required among creative SMEs.
Municipalities play an important role in tackling city logistics related matters, having many instruments at hand. However, it is not self-evident that all municipalities use these instruments to their full potential. A method to measure city logistics performance of municipalities can help in creating awareness and guidance, to ultimately lead to a more sustainable environment for inhabitants and businesses. Subsequently, this research is focused on a maturity model as a tool to assess the maturity level of a municipality for its performance related city logistics process management. Various criteria for measuring city logistics performance are studied and based on that the model is populated through three focus fields (Technical, Social and Corporate, and Policy), branching out into six areas of development: Information and communication technology, urban logistics planning, Stakeholder communication, Public Private Partnerships, Subsidisation and incentivisation, and Regulations. The CL3M model was tested for three municipalities, namely, municipality of Utrecht, Den Bosch and Groningen. Through these maturity assessments it became evident the model required specificity complementary to the existing assessment interview, and thus a SWOT analysis should be added as a conclusion during the maturity assessment.
Langer zelfstandig wonen en leven met een zo’n hoog mogelijke kwaliteit van leven is de uitdaging van vandaag de dag. Gemiddeld genomen is er een steeds hogere levensverwachting en is er de wens om tot op een hoge leeftijd een goede kwaliteit van leven te hebben. Dit in een tijd waarbij de beschikbare zorg onder druk staat. Technologie wordt gezien als een mogelijkheid om zowel de zorgverlening als kwaliteit van leven op hoog niveau te houden. Daarvoor is het noodzakelijk dat de beschikbare technologie (in de brede zin van het woord) onder de aandacht gebracht kan worden, zodat bekend wordt wat technologie voor de zorgverlener -de professional- maar ook de mantelzorger en cliënt / patiënt kan betekenen. Is er eenmaal enige bekendheid met technologie dan is het ook mogelijk om behoeften te gaan inventariseren die je door middel van technologiegebruik kan vervullen. Een tweetal hoofdthema’s staan in deze haalbaarheidsstudie centraal. Het eerste thema betreft de zorgprofessional; welke invloed kan het Mobiel Technologie Experience Centrum (MTEC) hebben op de werkdruk van medewerkers? Het tweede thema betreft de cliënt / patiënt. Hoe kan de verblijfsduur van patiënten verkort worden? Hoe kunnen we zelfredzaamheid motiveren op de afdeling revalidatie door het inzetten van de bus? Hoe kunnen we onrust verminderen bij bewoners met dementie? Het onder de aandacht brengen van deze technologie vindt bij voorkeur plaats op de locatie van handeling. Daarvoor is een ‘mobiele setting’ nodig die dit mogelijk maakt. In deze studie wordt met een groot aantal zorg- bedrijfs- en scholingspartners de haalbaarheid onderzocht naar een MTEC waarmee op locatie zowel de zorgprofessional als de mantelzorger en cliënt kunnen kennismaken en zich vertrouwd laten maken met technologie.
De Verenigde Naties heeft als streefdoel vastgesteld om voedselverspilling te halveren in het jaar 2030 ten opzichte van 2015. Als lid van de Europese Unie heeft Nederland zich verbonden aan het realiseren van dit streefdoel. Bedrijven in de voedselketen hebben behoefte aan inzichten en handelingsperspectieven om voedselverspilling te voorkomen in de praktijk. Het verkrijgen van inzichten in de (indirecte) effecten van handelingen, timing en besluiten tijdens het productieproces zijn van cruciaal belang. Om een concrete invulling te geven aan het voorkomen en verminderen van voedselverspilling, hebben de hogescholen Aeres, Inholland, HAS en HZ en MBO Lentiz samen met bedrijven en platform- en maatschappelijke organisaties dit projectvoorstel opgesteld. In dit project worden bedrijven uit de AGF-, zuivel- en vleesketen actief betrokken om inzicht te krijgen in de mate en oorzaken van voedselverspilling op ketenniveau. Vervolgens worden er praktische handelingsperspectieven toegepast om op ketenniveau maatregelen te nemen om voedselverspilling te voorkomen. Opgedane kennis en tools worden benut door het werkveld en onderwijs. Hiermee levert het groene onderwijs een bijdrage aan de actualisatie van het curriculum; studenten worden hierdoor bewust en competent gemaakt als duurzame agrarische ondernemers en professionals in de agri-foodsector.