In 2010 voerde Marco Snoek de eindredactie over een beleidshandboek van de Europese Commissie rond inductieprogramma's voor beginnende leraren. Dit inductie handboek is het resultaat van een peer learning proces waarin ervaringen vanuit verschillende landen rond inductieprogramma's gedeeld zijn. Het handboek geeft handvatten voor het ontwikkelen en implementeren van (beleid gericht op) systematische inductieprogramma's voor beginnende leraren. aan de orde komen doelen, ontwerpkenmerken, condities en voorbeelden van inductieprogramma's in een aantal landen.
MULTIFILE
In de beroepspraktijk worden sportmanagers regelmatig geconfronteerd met lastige morele vraagstukken. Gaan we met een gokbedrijf in zee? Zijn we intern oplettend genoeg op grensoverschrijdend gedrag? Nemen we voldoende verantwoordelijkheid op duurzaamheid? De generatie sportmanagers van morgen in staat stellen scherp na te denken en te discussiëren gebeurt in het 4e jaars vak ethiek op de Hogeschool van Amsterdam. Maar wat kiezen de studenten zelf als onderwerp van ethische reflectie en hoe kunnen wij als docenten ze daarin nog beter ondersteunen? Daarover gaat deze presentatie.RelevantieDe wereld van sport ligt als geen ander domein in onze samenleving onder een vergrootglas. Zowel vanwege misstanden van binnenuit, denk aan doping of seksueel wangedrag, als in relatie tot de landelijke en zelfs geopolitiek (Meeuwsen, 2022). Bij een opleiding in het HBO die jongen mensen voor bereid op die turbulente wereld van conflicterende waarden is scholing op ethische vaardigheden (skills) van vitaal belang (Leeuw, 2013).MethodeIn een ‘systematische review’ blik ik terug op de 4 jaar ethiek onderwijs binnen de opleiding commerciële economie/sportmarketing en Johan Cruyff Academy. Ik gebruik hiervoor de werkstukken die de studenten hebben ingeleverd als eindopdracht. De uitkomsten zal ik kaderen met behulp van literatuur met betrekking tot ethiek in sport business en hoger onderwijs (Pritchard & Burton, 2014).ResultatenVerwachte uitkomsten zijn in elk geval inzicht in wat 4 jaars sportmarketing studenten zien als belangrijke problemen, welke onderwerpen ze minder belangrijk vinden en wat er in de literatuur wordt aangereikt.Discussie en conclusieOp basis van deze beperkte review zal ik (zelfkritisch) aangeven wat er in het onderwijs kan worden verbeterd. Ook biedt dit onderzoek de mogelijkheid om via een publicatie aandacht te vragen voor deze onmisbare vaardigheden die altijd op spanning staat met de ‘waan van de dag’.
MULTIFILE
Deze review van de literatuur richt zich in het bijzonder op de sociale dynamiek rondom geweld in de publieke ruimte. In gevallen waarin de online dynamiek het gebruik van geweld oproept of stimuleert spreken we van ‘online aanjaging’. Hoe kunnen netwerkpartners die verantwoordelijk zijn voor de openbare orde en veiligheid zich in deze online dynamiek mengen, en welke gevolgen heeft de online aanwezigheid van deze netwerkpartners? Gemeenten werken in deze vraagstukken samen aan een integrale aanpak in een netwerk van partners zoals politie en jongerenwerk, maar ook scholen en reclassering. Om het raakvlak met het werkveld voldoende te borgen is de review aangevuld met een stakeholdersbijeenkomst van AcVZ met netwerkpartners, waarnaar we op relevante plaatsen in dit rapport verwijzen. Deze vond plaats voordat de review is uitgevoerd.
Ondervoeding rond ziekenhuisopname is een groot gezondheidsprobleem bij ouderen. In dit onderzoek brengen we dit probleem in kaart vanuit het perspectief van verpleegkundigen. Ook ontwikkelen we een interventie voor verpleegkundigen zodat zij goede voedingszorg kunnen geven.Doel In dit promotieonderzoek ontwikkelen we een wetenschappelijk onderbouwde interventie voor verpleegkundigen om goede voedingszorg te geven aan ouderen. Dit heeft als doel om bij te dragen aan het voorkomen of behandelen van ondervoeding bij ouderen rond de ziekenhuisopname. Resultaten In de literatuur staan meerdere interventies beschreven die verpleegkundigen kunnen gebruiken in hun dagelijkse voedingszorg aan ouderen, zoals voedingssupplementen of educatie aan ouderen en hun mantelzorgers. Uit afgeronde deelstudies kan onder andere worden geconcludeerd dat verpleegkundigen onvoldoende kennis over voeding hebben. Ook hebben zij vaak een neutrale houding tegenover voedingszorg aan ouderen in de periode voor, tijdens en na ziekenhuisopname. Daarnaast voelen verpleegkundigen niet voldoende noodzaak om voeding in de dagelijkse zorg een belangrijke plaats te geven. Looptijd 01 november 2014 - 01 juni 2022 Aanpak De volgende onderdelen van dit promotieonderzoek zijn afgerond: Een systematische review: welke interventies voor preventie en behandeling van ondervoeding bij ouderen kunnen verpleegkundigen gebruiken in hun werkzaamheden, welke werken Kwalitatief onderzoek onder ouderen en mantelzorgers naar voedingszorg: wat zijn hun ervaringen en waar hebben zij behoefte aan? Kwalitatief en kwantitatief onderzoek onder wijk- en ziekenhuisverpleegkundigen en andere professionals: wat is hun perspectief en visie op voedingszorg aan ouderen? Nu wordt gewerkt aan het verbeteren van kennis van verpleegkundigen over voeding zodat zij goede voedingszorg kunnen geven. Een eerste stap is het ontwikkelen van een instrument dat de kennis van verpleegkundigen over voeding bij ouderen meet en vergroot. Vervolgens gaan we kijken hoe we kunnen zorgen dat dit instrument onderdeel wordt van de dagelijkse verpleegkundige zorgverlening. Dit betekent dat verpleegkundigen via een online platform door middel van een dagelijkse vraag leren over voeding bij ouderen. De kennis die ze zo opdoen, nemen ze direct mee in hun zorg aan ouderen. Deze vorm van leren is weinig belastend en daardoor goed te combineren met de dagelijkse zorgverlening. Het verbeteren van kennis over voeding kan leiden tot betere voedingszorg gegeven door verpleegkundigen aan ouderen in de periode voor, tijdens en na ziekenhuisopname.
Het doel van het door Raak Publiek gefinancierde project (2019-2021) Blijf in Beweging ondersteuning Zorgprofessionals (BiBoZ) is om een methode te ontwikkelen waarmee zorgprofessionals, tijdens een consult, hun cliënten op maat kunnen ondersteunen in het bereiken van duurzaam gezond beweeggedrag. Een belangrijke eis is dat de methode leidt tot persoonsgerichte ondersteuning waarbij rekening wordt gehouden met de context van de cliënt. Onder context verstaan we de combinatie van achtergrondkenmerken en het sociaal, psychisch en fysiek functioneren in de eigen leefomgeving. De methode is ontwikkeld vanuit cliëntperspectief en in co-creatie met de doelgroep. Hiervoor zijn ontwerpgericht onderzoekstechnieken gebruikt zoals contextmapping (38 cliënten) en storytelling (11 professionals en 12 cliënten). Met de opbrengsten is in co-creatie met cliënten, professionals, studenten en docentonderzoekers de methode ontwikkeld. Het Behaviour Change Wheel (BCW) gedragsveranderingsraamwerk en informatie uit een systematische review naar effectieve beweeginterventies vormen de theoretische basis van de methode. De methode bestaat uit zes fictieve verhalen en een gespreksondersteuningstool. Als voorbereiding op het consult leest de cliënt de zes verhalen. Op basis van deze voorbereiding vindt het gesprek plaats over gezond bewegen. De professional gebruikt de gespreksondersteuningstool om op de cliënt afgestemde gedragsveranderingstechnieken in te zetten ter bevordering van doelen gericht op gezond bewegen. Cliënt en professional vertalen dit samen naar een actieplan op maat. Om de professional te ondersteunen zijn een handleiding, twee (instructie)filmpjes en een app ontwikkeld. De BiBoZ methode is goed beschreven, theoretisch onderbouwd en getest bij 10 professionals, 8 professionals in opleiding en 25 cliënten. Professionals zijn enthousiast. De volgende stap is het verder integreren van de BiBoZ methode in de werkwijze van beweeg/zorgprofessionals en het implementeren en op effectiviteit evalueren van de methode in de dagelijkse praktijk. Aanpassingen aan de methode op basis van de resultaten van de haalbaarheidsstudie worden tijdens de Top-up subsidie uitgevoerd.
Co-creatie is steeds vaker de gebruikte aanpak bij het ontwikkelen van innovatieve diensten en producten in de zorg, waarbij beoogd wordt om het spanningsveld tussen stijgende zorgvraag en afnemend zorgaanbod te verminderen, zoals bij het proces van extramuralisering . Deze diensten en producten worden ontworpen door zorginnovatoren via co-creatietools en -methoden. Co-creatie bestaat niet alleen uit het betrekken van relevante stakeholders in het ontwerpproces via creatieve methoden, maar ook uit het beschouwen van specifieke omgevingselementen (zowel sociaal als fysiek) en het continu oog hebben voor de complexe zorgprocessen waar de innovaties in ingebed moeten worden. Hoe dit precies moet, is bij zorginnovatoren vaak onbekend. Juist in de extramuralisering van de zorg is innoveren vanuit een systemisch perspectief essentieel aangezien er dan juist grote (vaak onvoorspelbare) veranderingen in omgeving en processen zullen gaan optreden, zoals geïdentificeerd in het concept onderzoeks- en innovatieprogramma Co-Creating Health, van de topsectoren Life Sciences & Health en Creatieve Industrie. Doel is om in een kleinschalig project van vijf maanden de basis te leggen voor een systemische ontwerptoolkit voor extramuralisering in de zorg, waarvoor bestaande kennis uit eerdere zorginnovatieprojecten wordt geïntegreerd. In een vervolgproject kan e.e.a. opgeschaald worden naar zorgcontexten in bredere zin (en/of preventie) Op basis van een systematische review van uitgevoerde co-creatie in de zorgprojecten (feb en maart ’18), aangevuld met literatuuronderzoek m.b.t. procesanalyse en systemische methoden wordt een lijst van “werkzame toolkitelementen” geformuleerd die wordt gevalideerd door experts werkzaam bij ontwerpbureaus voor de zorg (april en mei ’18). Tot slot wordt een aantal conceptrichtingen m.b.t. vorm (al dan niet digitaal) en inhoud (bijv. kaartenset, mock-uproom of game) ontwikkeld (juni ‘18) en wordt op een vervolgonderzoeksaanvraag (bijvoorbeeld voor SIA) geanticipeerd om de toolkit(s) daadwerkelijk te kunnen gaan maken.