In 2020 dienen basisscholen Wetenschap & Technologie geïntegreerd te hebben in hun curriculum (Techniekpact, 2013). Veel scholen moeten nog flinke stappen zetten en in sommige gevallen moeten de eerste stappen nog worden gezet. In de onderwijspraktijk is behoefte aan houvast voor het kiezen van leermateriaal op het gebied van W&T. Er is behoefte aan middelen om de kwaliteit van het beschikbare materiaal te analyseren en aan een analyse van veelgebruikte materialen. In dit kortlopende project van het expertisecentrum TechYourFuture is een analysekader ontwikkeld voor het beoordelen van de kwaliteit van W&T onderwijsmateriaal. Daarbij zijn zes wereldoriëntatie methodes geanalyseerd op hun W&T-gehalte. In wat volgt, wordt uiteengezet hoe het onderzoek is opgezet welke keuzes daarbinnen gemaakt zijn. Tevens worden de bevindingen gepresenteerd en worden conclusies getrokken.
MULTIFILE
Zwarte en witte scholen krijgen veel aandacht in de media. Vaak beperkt die aandacht zich tot de etnische samenstelling van scholen en de mogelijke samenhang daarvan met schoolresultaten van de leerlingen. Veel interesse voor wat er binnen scholen gebeurt is er niet, terwijl docenten daar dag in dag uit onderwijs van kwaliteit proberen te leveren. Leren lesgeven in een kleurrijke, multiculturele school kent vele aspecten. Leraren staan er voor de taak een prettige sfeer te scheppen waarinkinderen zich thuis voelen en zich evenwichtig ontwikkelen. Ze proberen positieve onderlinge relaties tussen leerlingen uit verschillende etnische groepen te bevorderen. Ze werken samen met collega’s, onderhouden contact met ouders. En ze zoeken een weg naar een optimale schoolloopbaan van elke leerling door binnen hun vak een afgestemd aanbod en geschikte didactiek te hanteren. Taal speelt hierin een belangrijke rol en op dat aspect zal ik mijn verhaal toespitsen. Eerst moeten allochtone leerlingen ‘de taal leren’ – waarmee het Nederlands wordt bedoeld - en dan kunnen ze vervolgens het onderwijs volgen, zo wordt het vaak in de media voorgesteld. En ook het overheidsbeleid neigt tot een dergelijke versimpeling wanneer alle pijlen worden gezet op het vroeg detecteren en wegwerken van ‘achterstanden’. Die kwestie ligt veel ingewikkelder. Door het hele onderwijs heen vraagt het lesgeven aan kleurrijke klassen van elke docent om alert te zijn op verschillen in voorkennis, vaardigheden en ondersteuningsbehoeften
Het postdocproject behelst een praktijkgericht ontwerponderzoek naar professionalisering van professionals in het domein Kind en Educatie die werken met jonge kinderen (0-6 jaar). De focus betreft taalstimulering op het gebied van het meervoudig benutten van tekstloze prentenboeken. Deze boeken zijn uitdagend: ze wekken de nieuwsgierigheid op en stimuleren het denken en de fantasie. Ze zijn daardoor beloftevol om te benutten voor meerdere doelen, zowel bij de versterking van leesmotivatie en verhaalbegrip, als mondelinge taalvaardigheid, in het bijzonder woordenschat en het gebruik van cognitieve taalfuncties, waarbij taal wordt ingezet om denkprocessen te verwoorden. Ook is de inzet van deze boeken kansrijk bij ouderbetrokkenheid en taalstimulering. Het is cruciaal voor taalontwikkeling om kinderen op jonge leeftijd al voor te lezen en met hen te praten over boeken. Echter, er zijn grote verschillen in de leesopvoeding van kinderen en het taalgebruik in de thuisomgeving. Kinderen van laaggeletterde ouders en/of ouders die een lage sociaaleconomische status hebben, voeren minder denkstimulerende gesprekken, worden minder vaak voorgelezen en hebben thuis minder boeken tot hun beschikking. Kansengelijkheid creëren door het zo vroeg mogelijk verbinden van de thuisomgeving met de omgeving van de VVE/basisschool is een complexe opdracht voor professionals. Ze hebben moeite met het betrekken van ouders bij taalstimulering. Daarnaast zijn er verbeterkansen op het gebied van de versterking van competenties van professionals als leesbevorderaar. Het ontwerpgericht onderzoek geeft inzicht in kenmerken van een aanpak waarin tekstloze prentenboeken zowel in de thuisomgeving als in VVE/basisonderwijs worden ingezet. Op basis van een contextanalyse zal een ontwerp gecreëerd worden dat in een casestudie getest zal worden. De evaluatie van het ontwerp en de daaruit voortvloeiende kennisontwikkeling zal benut worden voor de ontwikkeling van twee nieuwe modules in de lerarenopleiding en voor acht hervormingen in bestaande modules in het AD en BA-curriculum en in drie post-hbo-opleidingen.
Spraakherkenningsoftware wordt aangepast zodat het specifieke misarticulaties bij de productie van spraak kan herkennen. Doel Software voor spraakherkenning zou nuttig kunnen zijn bij het bestuderen van de spraak van mensen met hersenaandoeningen die invloed hebben op hun taalproductie. Daarvoor moet die software wel aangepast worden, want die is typisch juist goed in het herkennen van de taal van gezonden mensen. In dit project verbeteren we een spraakherkenner om zogenaamde distorsies in spraak te herkennen. Resultaten Looptijd 01 juni 2022 - 01 juni 2023 Aanpak
Spoorbeheerder Prorail heeft jaarlijks aanzienlijke hoeveelheden afgedankte rails (spoorstaven), deze worden omgesmolten voor de staalproductie (recycling). Omsmelten kost energie en er gaat veel waarde verloren. Prorail wil naar een meer circulaire toepassing. Alternatieven waarbij spoorstaven hoogwaardig hergebruikt worden zijn nodig! Het is goed te voorspellen wanneer spoorstaven afgedankt zullen worden. Spoorstaven zijn een kwalitatief hoogwaardig product, gemaakt uit de grondstof ijzer. Het spoorwegnet is dan ook de ideale grondstoffenbank: een product van goede kwaliteit dat in substantiële en voorspelbare hoeveelheden beschikbaar is. Dankzij de uitstekende materiaaleigenschappen zijn afgedankte spoorstaven vermoedelijk goed bruikbaar als constructief element in gebouwen of infrastructurele objecten. Over de eigenschappen en toepassingsmogelijkheden van spoorstaven in relatie tot deze nieuwe functie is echter weinig bekend. De participerende (MKB)bedrijven zien hier kansen voor het ontwikkelen van nieuwe circulaire producten en diensten. Daarom wordt gekeken of spoorstaven een tweede (en volgende) leven kunnen leiden als constructie materiaal. Met dit voorstel wordt onderzocht welke constructieve en materiaaltechnische aspecten relevant zijn bij het gebruik van spoorstaven als constructiemateriaal. Mogelijkheden voor hoogwaardig hergebruik van spoorstaven worden gegenereerd. Er wordt een constructief ontwerp voor een demontabele modulaire voetgangersbrug gemaakt. Inzicht in businesscase en milieu-impact worden gegeven. De ontwikkelde kennis wordt gedeeld via kennisdelingsbijeenkomsten, rapporten en een factsheet. Studenten worden betrokken bij dit project.