The extent to which mentor teachers are able to address mentees' individual needs is an important factor in the success of mentoring. A two-dimensional model of mentor teacher roles in mentoring dialogues, entitled MERID, is explored empirically. Data regarding five aspects of mentoring dialogues were collected, using a sample of 20 transcriptions of mentoring dialogues, in which 112 topics were discussed and 440 mentor teacher utterances emerged. Correlations between the five aspects were determined and a cluster analysis was conducted. There is empirical support for the model. It is a useful framework to promote reflection on mentor teachers' supervisory behaviour.
With artificial intelligence (AI) systems entering our working and leisure environments with increasing adaptation and learning capabilities, new opportunities arise for developing hybrid (human-AI) intelligence (HI) systems, comprising new ways of collaboration. However, there is not yet a structured way of specifying design solutions of collaboration for hybrid intelligence (HI) systems and there is a lack of best practices shared across application domains. We address this gap by investigating the generalization of specific design solutions into design patterns that can be shared and applied in different contexts. We present a human-centered bottom-up approach for the specification of design solutions and their abstraction into team design patterns. We apply the proposed approach for 4 concrete HI use cases and show the successful extraction of team design patterns that are generalizable, providing re-usable design components across various domains. This work advances previous research on team design patterns and designing applications of HI systems.
MULTIFILE
Background: The number of people with multiple chronic conditions increases as a result of ageing. To deal with the complex health-care needs of these patients, it is important that health-care professionals collaborate in interprofessional teams. To deliver patient-centred care, it is often recommended to include the patient as a member of the team. Objective: To gain more insight into how health-care professionals and patients, who are used to participate in interprofessional team meetings, experience and organize patient participation in the team meetings. Methods: A qualitative study including observations of meetings (n=8), followed by semi-structured interviews with participating health-care professionals (n=8), patients and/or relatives (n=11). Professionals and patients were asked about their experiences of patient participation immediately after the team meetings. Results from both observations and interviews were analysed using content analysis. Results: The findings show a variety of influencing factors related to patient participation that can be divided into five categories: (i) structure and task distribution, (ii) group composition, (iii) relationship between professionals and patients or relatives, (iv) patients’ characteristics and (v) the purpose of the meeting. Conclusion: Patient participation during team meetings was appreciated by professionals and patients. A tailored approach to patient involvement during team meetings is preferable. When considering the presence of patients in team meetings, it is recommended to pay attention to patients’ willingness and ability to participate, and the necessary information shared before the meeting. Participating patients seem to appreciate support and preparation for the meeting.
Dit programma, gefinancierd door de Europese Commissie, zal een nieuwe strategie voor ontwerp en adoptie van ICT-competenties ontwikkelen en vertalen naar een curriculum voor beroepsonderwijs en -opleidingen in Europa. Doel is om huidige en toekomstige competentietekorten in de Europese softwaresector aan te pakkenDoel De Europese Software Skills Alliantie (gefinancierd door de Europese Commissie) is een samenwerkingsverband met als doel het ontwerpen, implementeren en verspreiden van een nieuwe strategie voor het opstellen en adopteren van ICT-competenties om huidige en toekomstige competentietekorten in de Europese softwaresector aan te pakken. Resultaten Alle partners werken samen om ervoor te zorgen dat de nieuwe Software Skills-strategie voortkomt uit de vraag van het werkveld naar softwarevaardigheden. Hierbij speelt de combinatie van beroepsonderwijs en -opleiding en werkgebaseerde leerinitiatieven een rol om snelle bijscholing en omscholing te implementeren. De nieuwe strategie en onderwijsoplossing houden rechtstreeks verband met erkende Europese instrumenten, en normen die vaardigheden en loopbaanontwikkeling in het algemeen mogelijk maken. Bovendien zullen nieuwe mechanismen hierin worden opgenomen, voor een duurzame implementatie in de verschillende programmalanden. Looptijd 01 december 2020 - 31 december 2024 Meer nieuws Website ESSA softwareskills.eu Aanmelden ESSA nieuwsbrief LinkedIn groep ESSA Needs Analysis Rapport - Europe’s Most Needed Software Roles and Skills Presentatie Key Findings 2021 Needs Analysis Report Artikel: The Software Skills and Professionals You Need in Your Team Artikel: The Top 4 Skills for Software Professionals Artikel: 2021 Retrospective: The Good, the Bad, and the Merry Artikel: NL Case Studie - Digitale certificaten voor de erkenning van niet formele educatie Blog HU lector Pascal Ravesteijn: Towards an European Software Skills Strategy ESSA highlights Launch event ESSA Case Study Booklet - 12 ideas to tackle the shortage of Software Professionals in Europe Wetenschappelijk issue: Bridge the Gap: ICT Competences and Vocational Education and Training ESSA CommunityESSA heeft de ESSA Software Skills-community opgericht om individuen met elkaar te verbinden die ernaar streven te voldoen aan de bijscholings- en bijscholingsbehoeften van de softwaresector in Europa. De community richt zich op de volgende onderwerpen: software, ontwikkeling van software vaardigheden, lesgeven en leren, training, human resources, technologie en carrières. Aanpak Het project bestaat uit zes werkpakketten. Het lectoraat Procesinnovatie & Informatiesystemen is actief betrokken bij alle werkpakketten en co-lead voor werkpakket vier waarin doormiddel van een pilot het ontworpen curriculum wordt getoetst. Hierbij zijn de belangrijkste resultaten van dit werkpakket: modulaire opleidingsprogramma's om de nieuwe curricula voor beroepsonderwijs en -opleidingen te implementeren, die elk bestaan uit een reeks modules die samen de geformuleerde leerdoelen omvatten; proefprogramma's voor beroepsonderwijs en -opleidingen opzetten en uitvoeren voor verschillende doelgroepen in 7 EU-partnerlanden, de doeltreffendheid meten, feedback verzamelen en de opleidingsprogramma's herhalen en verbeteren; werkplek leren opnemen in de nieuwe opleidingsprogramma's met mogelijkheden om kennis toe te passen in praktische situaties die verband houden met elke rol en waar mogelijk transnationale leerervaring opnemen; een Train-the-Trainer-programma ontwikkelen om de bijscholing van docenten te vergemakkelijken waarbij zij de kennis, het vertrouwen en de hulpmiddelen verkrijgen om de training volgens de hoogste kwaliteitsnormen te geven. Relevantie beroepspraktijk ESSA heeft tot doel een innovatief en uitgebreid onderwijscurriculum te ontwikkelen dat is aangepast aan verschillende rol- en functieprofielen en onderliggende competenties, kennis en vaardigheden van de sector. Stap 1: Een analyse van de markt- en bedrijfsbehoeften worden uitgevoerd om een gefundeerde basis te leggen voor de ontwikkeling en implementatie van zowel de Software Skills Strategie als de onderwijsprogramma's. Een belangrijk element hierbij is het werkplek leren (bv. via stage of learning-on-the-job). Stap 2: In een pilot wordt het nieuw ontwikkelde onderwijsmateriaal getest om daarna een vaste plek te krijgen in het curriculum van zowel hoger onderwijsinstellingen als commerciële trainingsbureaus in Europa. Meer weten? www.softwareskills.eu/ DigitalEurope.org ESSA LinkedIn en Twitter
Various studies suggest that the fashion and textile industry need to move away from traditional, extractive leadership models. Dreier et al. (2019) show how traditional top-down, hierarchical leadership approaches are not effective in fostering sustainability, and argued that a more collaborative, participative approach is needed to implement true and long-standing change. Moreover, research also shows how fashion and textile designers don’t see themselves as leaders but instead as ‘creators’ who employ others to manage their business and lead the team. This change in leadership is also necessary to achieve the European vision for Industry 5.0 (2022), which places the wellbeing of the worker at the centre of the production process. If we want to find solutions to the problems we face today, we need to change the way we think, lead, and do business. This calls for regenerative leadership which involves not only minimising negative impacts, but also actively working to restore and enhance the social ecological systems in which an industry operates. And since technology has become ubiquitous in every aspect of our lives (including business), it is important to explore its role in helping us become better regenerative leaders. With ReLead, The Hague University of Applied Sciences (THUAS) aims to amplify consortium partner i-did’s social and environmental impact. Since its inception in 2009, i-did has helped more than 400 people become gainfully employed while helping recycle almost 60.000 kgs of textile waste. This has been possible due to the transformation of i-did’s founder (Mireille Geijsen) from a creative designer, into a collaborative and mindful leader. The intended outcome of this project is to create a tech-enabled leadership transformation toolkit and leadership academy that helps creative designers transform into regenerative leaders.
Het RAAK-mkb project Smart Mobility is uitgevoerd door het lectoraat Automotive Control van Fontys hogeschool Automotive Engineering. Binnen het project is een living lab ontwikkeld voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van autonoom en coöperatief rijden. Omdat het lectoraat in het voorjaar van 2015 is gestopt, is verdere ontwikkeling van dit living lab voor onderwijs en onderzoek moeizaam verlopen. Met dit project is het mogelijk het living lab verder in te zetten voor onderwijsdoeleinden binnen het curriculum van Automotive Engineering en in kaart te brengen van de mogelijkheden voor vervolgonderzoek in samenwerking met de beroepspraktijk bij het lectoraat Future Power Train. Het living lab bestaat uit een auto (Toyota Prius) voorzien van sensoren, instrumentatie en controlesystemen waarmee de autonome en coöperatieve rijfuncties gerealiseerd kunnen worden. Het living lab wordt nu reeds gebruikt als development platform voor een studententeam van HBO en TU studenten (www.ateam.nl). Het Top-up project maakt het mogelijk dit living lab ook in het tweede leerjaar in te zetten als leermiddel.