The necessity for humans inhabiting the 21st century to slow down and take time to carry out daily practices frames the discourse of this research note. We suggest reconceptualising tourist wellbeing through the concept of slow adventure, as a response to the cult of speed and as a vehicle for engaging in deep, immersive and more meaningful experiences during journeys in the outdoors. We suggest that slow adventure has the potential to improve people’s general health and wellbeing through mindful enjoyment and consumption of the outdoor experience and thus bring people back to a state of mental and physical equilibrium. In so doing, we argue that extending the concept to include discussions around the psychological and social aspects of slow adventure is needed.
MULTIFILE
The paper explores the process of early growth of entrepreneurial science-based firms. Drawing on case studies of British and Dutch biopharmaceutical R&D firms, we conceptualize the speed of early growth of science-based firms as the time it takes for the assembly (or combined development) of three types of critical resources - a functionally-diverse management team, early fundraising and development of technology. The development of these resources is an unfolding and interrelated process, the causal direction of which is highly ambiguous. We show the variety of paths used by science-based firms to access and develop these critical resources. The picture that emerges is that the various combinations of what we call "assisted" and "unassisted" paths combine to influence the speed of firm growth. We show how a wide range of manifestations of technology development act as signaling devices to attract funding and management, affecting the speed of firm development. We also show how the variety of paths and the speed of development are influenced by the national institutional setting.
The 2014 EU Directive on Maritime Spatial Planning (MSP) lays down obligations for the EU Member States to establish a maritime planning process, resulting in a maritime spatial plan by 2020. Consultation should be carried out with local, national and transnational stakeholders. Stakeholder engagement in MSP is complex because of the great number and diversity of maritime stakeholders and the unfamiliarity of some of these stakeholders with MSP and its potential impact. To facilitate stakeholder engagement in MSP, the 'MSP Challenge' table top strategy game was designed and played as part of several stakeholder events in different European countries. The authors study the efficacy of the game for stakeholder engagement. Background and evaluation data of nineteen game sessions with a total of 310 stakeholders with different backgrounds were collected through post-game surveys. Furthermore, the efficacy of the game for stakeholder engagement processes, organised by competent MSP authorities in Scotland and Belgium, is studied in more detail. The results show that the board game, overall, has been a very efficient and effective way of familiarising a great diversity of stakeholders with MSP and to create meaningful interaction and learning among stakeholders in formal planning processes. However, the case studies also show that contextual factors-the level of familiarity with MSP and participants' perception to sustainability-influences the efficacy of the game.
LINK
Wetenschappers gebruiken bioorthogonale klikreacties tussen trans-cyclooctenen (TCOs) en tetrazines (Tz) om geheel nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen waarmee heel gericht cruciale biologische doelmoleculen kunnen worden geraakt, zodat ziektes op een veel selectievere manier kunnen worden behandeld. Recentelijk heeft de Radboud Universiteit een nieuw TCO-derivaat ontwikkeld en geoctrooieerd dat beschikt over twee orthogonale handvatten, goede stabiliteit, een snelle klik-kinetiek en een biocompatibele “click-to-release” functionaliteit. Bovendien kan deze TCO in een efficiënte synthese met hoge zuiverheid geproduceerd worden in tegenstelling tot vergelijkbare gepubliceerde stoffen. Binnen dit KIEM project zullen ‘ready-to-use’ TCO-producten ontwikkeld worden, gebaseerd op dit nieuwe TCO-derivaat. Dit is belangrijk om de drempel te verlagen voor onderzoekers om deze nieuwe technologie te benutten in hun toepassingen en versnelt daarmee de ontwikkeling van “slimme” geneesmiddelen of materialen. De werkzaamheden in dit project zullen bestaan uit literatuuronderzoek, synthetisch ontwerp van TCO-derivaten, chemische synthese, onderzoek naar de eigenschappen van de stoffen en contact leggen met potentiele gebruikers. De beoogde projectresultaten zijn chemische methoden om geactiveerde TCOs te synthetiseren, 5–10 geactiveerde eindproducten, inzicht in de chemie van TCOs, inzicht in de kinetiek en stabiliteit van de nieuwe TCOs en nieuwe samenwerkingen. In dit project wordt samengewerkt tussen de Radboud Universiteit en het biotechnologiebedrijf Synvenio. Binnen de synthetisch organische chemie afdeling van de Radboud Universiteit is de eerdergenoemde nieuwe TCO ontwikkeld. Synvenio is een jong biotechnologiebedrijf dat bioactieve stoffen beschikbaar maakt voor biochemisch- en biomedische onderzoekers. Het team bestaat uit chemici met veel affiniteit met biochemie, waaronder een van de uitvinders van de nieuwe TCO.
Dit project richt zich op de ontwikkeling van de biotechnologische en chemische procesvoering om op basis van mycelium een alternatief voor leer te produceren. In vergelijking met leer is het voordeel van mycelium dat geen runderen nodig zijn, de productie kan plaatsvinden onder industriële condities en met gebruik van reststromen, de CO2 uitstoot alsook hoeveelheid afval verlaagd wordt, en het gebruik van toxische stoffen zoals chroom wordt vervangen door biobased alternatieven. In het project zullen de procescondities worden bepaald die leiden tot de vorming van optimaal mycelium. Daartoe zullen twee verschillende schimmels worden gekweekt in bioreactoren bij de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN), waarbij specifiek de effecten van de procescondities (temperatuur, pH, shear, beluchting) en de samenstelling van het kweekmedium op groei van het mycelium en materiaal eigenschappen zullen worden onderzocht. De meest optimale condities zullen vervolgens worden opgeschaald. Op het op deze wijze verkregen materiaal zal Mylium BV een aantal nabehandelingsstappen uitvoeren om de sterkte, elasticiteit, en duurzaamheid van het product te vergroten. Daartoe worden biobased plasticizers, cross-linkers en/of flexibility agents gebruikt. Het resulterende eindproduct zal middels specifiek fysieke testen vergeleken worden met leer alsook worden voorgelegd aan mogelijke klanten. Indien beide resultaten positief zijn kan het betreffende proces na het project verder worden opgeschaald voor toepassing naar de markt.
The textile industry faces a significant environmental challenge, annually generating 45 million tons of waste cotton textiles, of which 75% are incinerated or sent to landfills, causing environmental harm. Additionally, 67% of garments are made of plastic fibers, and when disposed of in landfills, 5% of them turn into microplastics that can end up on our plates. Chicfashic proposes an innovative biotech process to address these issues by recovering and recycling plastic fibers while transforming natural fibers into bio-based molecules. These molecules are then used as secondary raw materials to produce bio-based pigments for textiles. The project aims to optimize this process and test it on a larger scale with the assistance of HAN BioCentre. This initiative aligns with Dutch government and EU regulations mandating textile recycling by 2050. The technology used is patent pending and does not involve the use of toxic chemicals or the release of harmful wastewater or fumes, contributing to a shift towards a more circular and sustainable textile industry by reintegrating natural colorants into textile production.