The broad field of environmental ethics, animal welfare, animal liberation, and animal rights literature indicate that all encounters between humans and animals are ethically charged. In this article, I shall examine how environmental ethics or animal welfare/rights/liberation literature translate into public media. The case study will delve into the representation of animals in the Dutch newspapers, using content analysis to provide an empirical basis for monitoring public opinion. Assuming that attitudes to animals are influenced by media coverage, the results of this case study will be brought to bear upon the discussion of the representation of animals beyond a specific national context. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
DOCUMENT
This article examines two areas of tension within environmental ethics literature and relates them to the case study of the animal representation in the Dutch media. On the one hand, there is a tension between those who propagate clear division between anthropocentric and non-anthropocentric views; on the other hand, there is a tension between the land ethics perspective and animal right proponents. This article examines the media representation of animals using content analysis, and links the findings back to the areas of tension within environmental ethics. The main findings indicate that the division between anthropocentric and ecocentric perspectives is still relevant for evaluating the human-animal relations, while the convergence of the land ethics and animal rights perspectives can be helpful in explaining why this division is relevant. This is a post-peer-review, pre-copyedit version of an article published in "Environmental Processes".The final authenticated version is available online at: https://doi.org/10.1007/s40710-014-0025-7 https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
MULTIFILE
Het meeste vlees dat Nederlanders eten wordt niet duurzaam geproduceerd. Veel productie leidt tot overbemesting, kost veel water en gaat ten koste van de biodiversiteit en het landschap, terwijl dierenwelzijn niet per se is geborgd. Hogeschool Van Hall Larenstein participeerde binnen het onderzoek ‘Dierzaam’ van de Hogeschool Utrecht. Het project zocht naar marketingstrategieën die consumenten verleiden om over te stappen naar meer duurzaam geproduceerd vlees. In dit whitepaper beschouwt Van Hall Larenstein (VHL) de kansen in de keten vanuit het perspectief van de boer. Hiervoor bestudeerden onderzoekers literatuur en inspirerende voorbeelden. Meer aandacht voor dierenwelzijn zal leiden tot extensivering van de veehouderij. De milieubelasting van vlees wordt bepaald op veel criteria, de uitkomsten verschillen per diersoort en voor traditioneel of organische houderijsystemen. Over het algemeen zijn kip- en varkensvlees minder milieu belastend dan rundvlees. Echter, varkens en kippen eten weer meer granen die wereldwijd voor mensen belangrijk zijn en rundvee kan daarentegen op grasland leven. Voor de omschakeling naar duurzame vleesvee houderij is een systeemverandering nodig waar álle partijen een rol in hebben. De boer moet voldoen aan de vele normen en heeft deskundigheid nodig. Sociale media kunnen een transparante communicatie tussen boer en consument ondersteunen. De supermarkt en de slager kunnen het eigen assortiment kiezen en meer communiceren en informeren en de consument maakt uiteindelijk de keuze in de winkel. De overheid moet zich actiever opstellen in markt- en prijsbeleid. Boeren staan onder druk door enerzijds maatschappelijke eisen en aan de andere kant de kostprijs van duurzame productie. Een eerlijk en duurzaam verdienmodel voor de boer vereist een hogere vleesprijs, gecombineerd met betalingen van de boer voor maatschappelijke (ecosysteem)diensten.
DOCUMENT
In 'Ecodemocracy in the Wild: If existing democracies were to operationalize ecocentrism and animal ethics in policy-making, what would rewilding look like?' Helen Kopnina, Simon Leadbeater, Paul Cryer, Anja Heister, and Tamara Lewis present a democratic approach to considering the interests of entities and the correlation of rights of nature within it. According to the authors , ecodemocracy's overarching potential is to establish the baseline principles that dethrone single species domination and elevate multiple living beings as stakeholders in all decision-making. They provide insights on how ecodemocracy could become manifest and what it takes to achieve mult-species justice. A unique contribution in this chapter is the notion of ecodemocracy in rewilding , exemplified bij the controversial Dutch rewilding experiment in Oostvaardersplassen. The authors discuss the complexities of decision-making in the interest of different species and the challenges that arise when implementing such politics.
MULTIFILE
Het project Duurzaam vlees: natuurlijk! behelst het inventariseren van labels en indicatoren voor duurzaamheid van vleesproductie, met het oog op eventuele verrijking van de duurzaamheidskenmerken in de keurmerken. Het zal uiteindelijk moeten uitmonden in operationele toepassing daarvan in de praktijk van de vleessector. Het project zal een integraal overzicht opleveren van de keurmerken, meetmethoden, consumenten wensen, boeren wensen, maatschappelijke wensen en de spanningsvelden daartussen voor de (vlees)veehouderij.Het project Duurzaam vlees: natuurlijk! moet inzicht geven in de overlappingen en de blinde vlekken bijde duurzaamheidskenmerken van de keurmerken en de ontwikkelvragen die er leven als het gaat om een integrale benadering van de duurzaamheidskenmerken. Dit kan aanleiding zijn om bestaande keurmerken te adviseren over de gewenste ontwikkelrichting en uiteraard zal dit vertaald moeten worden in vermarkting en communicatie naar zakelijke afnemers en consumenten.
DOCUMENT
The authors present a general argument for the political representation of non-humans that sits under the broad umbrella of ecocentrism but that does not rely on one specific non-anthropocentric ethical theory. As such, they hope to help move the debate towards a consensus on the need for such political representation. The argument itself has two main prongs. The first is an empirical one: It has the potential to give more effective representation of non-human interests than the alternative of simply having those interests accounted for through internalization within human needs and wishes. The second combines empirical and normative elements: It can add to the development of Earth jurisprudence by envisioning political decision-making processes that are broadly inclusive, so that the protection of non-human interests does not rely solely on legal protection in terms of, for example, tools employed during court hearings on a case-by-case basis. Two illustrative examples are presented, and the work of the the Global Ecocentric Network for Implementing Ecodemocracy (GENIE) is introduced. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
DOCUMENT
Net als de eerste editie laat ook deze editie van het rapport met cijfers over 2010 zien dat de gezelschapsdierensector niet zonder maatschappelijke betekenis is. Dit blijkt niet eens zozeer uit de economische waarde van drie miljard euro die het rapport noemt (het bruto binnenlands product was in 2010 bijna 600 miljard euro) maar meer uit het aantal mensen dat in aanraking komt met huisdieren. Het aandeel huishoudens met een of meer huisdieren bedroeg in 2010 ongeveer 59%. De sector geeft werk aan naar schatting 18.000 fte's. Veel banen zijn echter parttime en er zijn veel vrijwilligers werkzaam in de sector. Volgens het rapport is zowel het aantal honden als het aantal katten ten opzichte van 2005 gedaald. Met uitzondering van de knaagdieren worden ook alle andere diersoorten minder als huisdier gehouden. Het rapport beschrijft verder de omvang van allerlei activiteiten die in de sector plaatsvinden.
DOCUMENT
For interspecies justice, animal welfare, and animal rights, the planet needs to be divided on the basis of species' natural resource requirements. The Half-Earth View is that to maintain viable populations of the Earth's remaining species, half of landscapes and seascapes need protection from intensive economic activity. This protection is needed outside the nature preserve system, such as in agricultural areas or cities, so nature can co-exist with local communities. LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
MULTIFILE
This article focuses on engagements with elephants in diverse contexts, inquiring why some scholars are indifferent or even actively opposed to discourses that emphasise elephant suffering. In order to address this question, this article will explore three interrelated streams within social science: one that criticises conservation as an elitist, neo-colonial enterprise; one that is preoccupied with the social construction and cultural interpretation of natural phenomenon; and a third sometimes referred to as the new conservation science that focuses on economic valuations of the benefits nature, viewing “nature is a warehouse for human use.” https://doi.org/10.1080/13880292.2016.1204882 LinkedIn: https://www.linkedin.com/in/helenkopnina/
MULTIFILE
Precieze cijfers en feiten over gezelschapsdieren ontbreken in Nederland. Huidige gegevens over bijvoorbeeld het aantal huisdieren zijn vooral gebaseerd op schattingen. Het ontbreken van inzicht en bewijslast op basis van nauwkeurige en actuele feiten en cijfers kan negatieve gevolgen hebben voor onder andere zorgkwaliteit, voorlichting en toezicht op dierenwelzijn en diergezondheid.Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) heeft drie groene hogescholen de opdracht gegeven om te verkennen of het haalbaar is een landelijke structurele monitoring van feiten en cijfers over gezelschapsdieren op te zetten. En dat te vertalen naar aanbevelingen. De verkenning richtte zich op de diergroepen hond, kat en konijn. Er zijn interviews afgenomen bij overheid(sdiensten), NGO’s, brancheorganisaties, kennisinstellingen en één handelsplatform. Aanvullend is specifiek voor de hondensector in twee aan het project gerelateerde afstudeeronderzoeken informatie verkregen over dataverzameling en monitoring. Eén onderzoek richtte zich op de hele sector, de andere op dataverzameling binnen dierenasielen. Hiervoor zijn ook interviews afgenomen en deskstudies uitgevoerd. Deze informatie tezamen geeft inzicht in belangen en doelen van belanghebbenden, de meest relevante data, haalbaarheid, draagvlak en goede praktijken die als voorbeeld kunnen dienen voor een gezamenlijke monitor.Doelen en belangen met betrekking tot een monitoringssysteem lopen ver uiteen. Desondanks scharen alle geïnterviewde stakeholders zich achter een structurele en gezamenlijke monitoring. Het draagvlak is groot. Ze geven heel duidelijk aan dat integratie met ‘eigen systemen’ belangrijk is. Daarom wordt voor een nationale monitoring een ‘overkoepelend’ systeem aanbevolen dat de verschillende systemen verbindt. Veel stakeholders geven aan dat voor dit overkoepelende systeem de verplichte chipregistratie (hond, later kat) een wezenlijke rolspeelt. Ze suggereren om gegevens uit andere systemen aan een uniek chipnummer te koppelen. Dit betekent tegelijkertijd dat een totaalmonitor voor konijnen minder kansrijk is aangezien voor deze diergroep geen verplichte chipregistratie bestaat en ook niet in voorbereiding is.Technische en methodische haalbaarheid worden door de stakeholders niet als probleem gezien. Wel worden hierbij gebruiksgemak, tijdsextensief, veilige opslag van data, en overzichtelijke invoer en presentatie alsrandvoorwaarden benoemd. Dit geeft mogelijkheden voor real-time en continue monitoring. Aanbevolen wordt om in eerste instantie te starten met het monitoren van aantallen dieren en dierstromen als meest relevante feiten en cijfers. Welzijns- en gezondheidsdata zijn op termijn een belangrijke aanvulling. Privacywetgeving en kosten worden gezien als de grootste knelpunten met betrekking tot haalbaarheid. Anonimiteit en gelaagde toegang tot de data kunnen een oplossing bieden voor privacy issues. Respondenten benoemen kosten als noodzakelijk voor de gewenste kwaliteit in en volledigheid van data. Kosten kunnen wellicht worden verlicht aan de hand van subsidies.Vertrouwen, tenslotte, is hét sleutelwoord om tot een gezamenlijk monitoringssysteem in de gezelschapsdierensector te komen. Dit moet zorgvuldig worden opgebouwd. Daarom is het allereerst van belang om per stakeholder een nadere diagnose te doen welke data deze partij heeft die interessant is voor de monitor, en wat de bereidheid is om deze data te delen en onder welke condities. De volgende stap is om met welwillende partijen aan de slag te gaan en de kwaliteit en representativiteit van de data te beoordelen. En indien van toepassing, hoe een koppeling tussen commerciële en niet-commerciële partijen te maken is vanwege uiteenlopende belangen.
DOCUMENT